IT 3458

Tekortkoming in ICT-onderhoudscontract toegewezen

Gerechtshof Amsterdam 16 februari 2021, IT 3458, ECLI:NL:GHAMS:2021:508 (Appellante tegen geïntimeerde) Appellante heeft voor haar onderneming een ICT-onderhoudscontract afgesloten met geïntimeerde. Nadat dit contract is beëindigd en appellante op het punt staat om een nieuw ICT-onderhoudscontract af te sluiten met een andere partij, wordt de onderneming van appellante gehackt. Appellante leidt hierdoor schade en die schade is met name het gevolg van een tekortkoming in de nakoming van de verplichting om naar behoren te zorgen voor adequate back ups. Geïntimeerde betoogt dat in ieder geval een groot deel van de schade niet aan haar kan worden toegerekend, maar juist aan appellante zelf. Het Hof stelt uiteindelijk geïntimeerde in het ongelijk omdat deze wel degelijk een causaal verband ziet tussen de tekortkoming en de geleden schade.

2.10. Het hof overweegt over de schade en het causaal verband als volgt.

2.10.1. [appellante] heeft aan de hand van gespecificeerde facturen voldoende onderbouwd dat de facturen van Ridder Data Systems als gevolg van de tekortkomingen aan [geïntimeerde] kunnen worden toegerekend. De facturen dateren uit de periode van en kort na de hack (prod. 7.1 en 7.2). Uit de specificatie blijkt genoegzaam dat beide facturen betrekking hadden op werkzaamheden als gevolg van deze hack (prod. 7.3). Hetzelfde geldt voor de facturen van [Y] (prod. 8.1 en 8.3) die blijkens de specificatie (prod. 8.2) betrekking hadden op werkzaamheden die zijn verricht in de periode van de hack en zagen op ‘server crash’ en ‘back-up nalopen’ en installatie en inrichting van de servers en het terugzetten van bestanden (prod. 8.2 en 8.4). Het hof verwijst in dit verband ook naar de toelichtende e-mail van [Y] van 7 maart 2017 (prod. 8.5). Het verweer dat causaal verband zou ontbreken wordt dan ook verworpen.

2.10.2. Het bedrag aan losgeld staat naar het oordeel van het hof in causaal verband met de tekortkoming; deze schadepost kan bovendien als gevolg van de tekortkoming aan [geïntimeerde] worden toegerekend. [appellante] werd immers als gevolg van het ontbreken van een back-up ertoe gedwongen het losgeld te betalen.

2.10.3. Voldoende aannemelijk acht het hof voorts dat ook [appellante] zelf, mede in aanmerking genomen zijn schadebeperkingsplicht, de nodige uren heeft moeten spenderen aan het oplossen van de problemen waartoe het ontbreken van de back-up had geleid. De gespecificeerde urenspecificatie (80 uur à € 80,- per uur; prod. 10) is naar het oordeel van het hof toereikend. De door [appellante] uitgesproken verwachting dat de productie op 22 juli 2016 hervat kon worden, brengt niet mee dat [appellante] na die datum geen kosten heeft moeten maken ter beperking van de schade; het hof verwijst naar de urenspecificatie.

2.10.4. Het vorenstaande brengt mee dat alle schadeposten in causaal verband staan met de tekortkoming en dat deze als gevolg ervan aan [geïntimeerde] kunnen worden toegerekend.