IT 3480

Uitlatingen over ING zijn onrechtmatig

Vzr. Rechtbank Amsterdam 12 april 2021, IT 3480, ECLI:NL:RBAMS:2021:1808 (ING tegen de Stichting) De Stichting Vrouwe Justitia in Verval heeft op haar website een aantal uitlatingen gedaan over medewerkers van ING, een advocaat en notarissen. De voorzitter van de stichting heeft al jarenlang een conflict met ING, waarover vele juridische procedures zijn gevoerd. De voorzitter is in bijna alle procedures in het ongelijk gesteld. Zij is het daar niet mee eens en noemt op haar website de bankmedewerkers, advocaat en notarissen ‘misdrijfplegers’, ‘bedriegers’ en ‘machtsmisbruikers’ en beschuldigt hen van ‘intimidatie’ en ‘corruptie’. Deze kwalificaties vinden onvoldoende steun in de feiten. Volgens de voorzieningenrechter handelt de stichting hierom onrechtmatig en moet deze de uitingen en foto’s verwijderen op straffe van dwangsommen.

4.6. De Stichting schrijft op haar website en socialemediapagina’s over het geschil met ING en de fouten die daarin door verschillende betrokkenen volgens haar zijn gemaakt. Behalve dat het hele conflict en de voorgeschiedenis uitgebreid uit de doeken wordt gedaan, wordt op de website en sociale mediapagina’s onder meer gesproken over ‘leugens’, ‘misbruik’, ‘oplichters’, ‘bedrog’, ‘corruptie’, ‘intimidatiepraktijken’ en ‘misdragingen’. Ook worden foto’s - overgenomen van hun eigen kantoor-websites - van de advocaten en notarissen getoond en worden namen en e-mailberichten van ING-medewerkers getoond. Zoals hiervoor overwogen staat het de Stichting vrij om haar mening te geven over een geschil dat zij, althans haar voorzitter, heeft met een bank, mits de uitingen niet onnodig grievend of onrechtmatig zijn. Dat laatste is met de wijze waarop de Stichting zich uitlaat wel het geval. De medewerkers van ING en ook de eisende advocaat en notarissen hebben gehandeld in de uitoefening van hun beroep, en in het geval van de ING-medewerkers in naam van ING. De advocaat, noch de notaris zijn tuchtrechtelijk veroordeeld voor hun handelen. Een klacht tegen mr. [eiser sub 4] is door de Raad van Discipline kennelijk ongegrond verklaard, en het verzet daartegen is eveneens ongegrond verklaard. Voor het uiten van haar ongenoegen over de organisatie ING is het onnodig de namen van individuele medewerkers op haar website te publiceren. Met het vermelden van de namen, foto’s en zelfs e-mailadressen van medewerkers wordt een onrechtmatige inbreuk gemaakt op hun persoonlijke levenssfeer. Deze professionals moeten hun werk kunnen doen, zonder angst dat zij als gevolg daarvan persoonlijk aan de digitale schandpaal worden genageld. Indien de Stichting klachten heeft over het functioneren van medewerkers, advocaten of notarissen dan staan andere wegen open om daar bezwaar tegen te maken, zoals het zich wenden tot verschillende tuchtrechtelijke colleges (hetgeen [gedaagde sub 2] ook heeft gedaan, zoals hiervoor overwogen). Ook het gebruik van termen als ‘machtsmisbruikers, bedriegers, misdrijfplegers, corruptie en intimidatie’ is onnodig grievend en daarmee onrechtmatig jegens ING c.s.. Dit zijn ernstige beschuldigingen en deels zelfs strafrechtelijke kwalificaties, die in ieder geval in rechte niet vast zijn komen te staan, ondanks een groot aantal procedures. De Stichting heeft van de omvangrijke stukken die zij op haar website presenteert ook niet aangegeven op welke onderdelen van de dossiers die ‘feiten’ die als onrechtmatig worden beoordeeld dan gebaseerd zouden zijn. Hier gaat het om bewijs van de kwalificaties die de Stichting aan de gedragingen geeft, niet om de mogelijke juridische misslagen die zij op haar website aankaart. In zoverre vinden de beschuldigingen dus geen, althans onvoldoende steun in de beschikbare feiten. Dat de Stichting het met de meeste in haar geschil gewezen rechterlijke uitspraken niet eens is, maakt het gebruik van die termen nog niet gerechtvaardigd. Ook indien de Stichting of haar voorzitter het niet eens is met een rechterlijke uitspraak staan andere wegen open, namelijk die van hoger beroep en cassatie. De Stichting presenteert haar mening over de genoemde personen en instellingen voorts als feit en zet de lezer daarmee op het verkeerde been. Verder kan de Stichting haar doel eveneens bereiken zonder het gebruiken van namen van individuele medewerkers, waaronder ook de namen van mr. [eiser sub 4] , mr. [eiser sub 5] en mr. [eiser sub 6] , foto’s en beschuldigingen van strafbare feiten. Het gebruik van foto’s en kantoorlogo’s verzwaart de toespitsing op de persoon en maakt daarmee de uitlatingen onnodig grievend. Deze uitingen worden dan ook als onrechtmatig aangemerkt en de Stichting zal worden veroordeeld deze te verwijderen en verwijderd te houden. Hetzelfde geldt voor het plaatsen van de niet-geanonimiseerde versie van de Stichting Tuchtrecht Banken van 10 september 2020. Wat betreft het in de lucht houden van de website in haar geheel, voor zover de vorderingen van ING c.s. onder i en ii op die manier moeten worden gelezen, dient het recht van vrijheid van meningsuiting te prevaleren. De vorderingen onder i. tot en met iv. zullen voor het overige in die zin worden toegewezen.