IT 2760

Verveelvoudigen software vormt auteursrechtinbreuk

Rechtbank Oost-Brabant 24 april 2019, IEF 18426, ITR 2760; ECLI:NL:RBOBR:2019:2310 (Planit tegen GTA) Auteursrecht. Software 45j Aw. Inbreuk. Verveelvoudiging. Planit ontwikkelt, produceert en exploiteert software, geschikt voor onder andere modellering en het aansturen van freesmachines. G.T.A. houdt zich bezig met draai- en freeswerk. Planit is auteursrechthebbende op verschillende software. G.T.A. beschikt over een licentie voor een deel van deze software. G.T.A. heeft de software verveelvoudigd op een manier waarvoor Planit geen toestemming (licentie) heeft gegeven. Planit vordert voor de rechtbank een bevel iedere inbreuk te staken en gestaakt te houden, kopieën te verwijderen, en schadevergoeding te betalen. Niet in geschil is dat er auteursrecht rust op de software, en dat de auteursrechten Planit toekomen. Beroep op art. 45j Aw faalt omdat niet wordt aangetoond dat G.T.A. rechtmatig verkrijger was van de software die zij heeft verveelvoudigd. Bij berekening van de schadevergoeding wordt aangeknoopt bij de gederfde licentievergoeding.

4.5. Tussen partijen is niet in geschil dat de software een auteursrechtelijk beschermd werk is en dat Planit rechthebbende is op de auteursrechten. Op grond van artikel 1 juncto 12 en 13 Auteurswet (Aw) is de auteursrechthebbende uitsluitend gerechtigd auteursrechtelijk beschermde werken openbaar te maken en/of te verveelvoudigen en is dat derden slechts toegestaan met toestemming van de rechthebbende.

4.15. Ten aanzien van het beroep op artikel 45j Aw wordt als volgt geoordeeld. Het artikel omschrijft verveelvoudigingshandelingen waarbij het recht van de auteursrechthebbende wordt beperkt, voor zover de gebruiker een rechtmatige verkrijger is. Artikel 45j Aw is een implementatie van artikel 5 lid 1 van de Softwarerichtlijn. Dat artikel luidt: “Tenzij bij overeenkomst uitdrukkelijk anders bepaald is, is voor de in artikel 4, lid 1, onder a) en b), genoemde handelingen geen toestemming van de rechthebbende vereist wanneer deze handelingen voor de rechtmatige verkrijger noodzakelijk zijn om het computerprogramma te kunnen gebruiken voor het beoogde doel, onder meer om fouten te verbeteren.” Ook in de Softwarerichtlijn wordt verwezen naar de (in eerste instantie) rechtmatige verkrijger. Van belang is dat G.T.A. slechts een beroep toekomt op artikel 45j Aw voor zover vaststaat dat zij rechtmatig verkrijger is van de (aangetroffen) software. G.T.A. heeft opgesomd dat zij een licentie heeft verkregen voor de modules Edgecam Ultimate Turning, Edgecam Advanced Turning, Advanced Customisation, Edgecam 5-Axis Simultaneous Milling en Advanced 5-axis Simultaneous Milling en Edgecam Solid Machinist Max. Planit heeft dit niet bestreden. De software (en de modules daarvan) die door de deurwaarder is aangetroffen, betreft echter niet die specifieke modules. Zoals reeds hiervoor overwogen heeft Planit onderbouwd gesteld en heeft G.T.A. onvoldoende (gemotiveerd) betwist dat er sprake is van een auteursrechtinbreuk op de volledige software. Onder die omstandigheden kan niet worden aangenomen dat G.T.A. (reeds) rechtmatig verkrijger was van de software die op haar server is aangetroffen, zodat al om die reden een beroep op artikel 45j Auteurswet niet kan slagen. Overigens heeft G.T.A. haar stelling dat de verveelvoudiging noodzakelijk was voor testdoeleinden onvoldoende onderbouwd, aangezien Planit dit heeft betwist door aan te voeren dat voor testdoeleinden door Planit een gratis licentie aan haar klanten kan worden en wordt verleend, terwijl G.T.A. haar stelling vervolgens niet (nader) heeft onderbouwd. 

4.23. De rechtbank zal bij de berekening van de schade uitgaan van een verveelvoudiging van de software door G.T.A. zoals hiervoor aangenomen onder 4.8. Beide partijen sluiten aan bij de gedachte dat de door Planit geleden schade dient te worden begroot op basis van de voor Planit gebruikelijke licentievergoeding. G.T.A heeft aangevoerd dat de door Planit overgelegde bedragen inzake haar gebruikelijke licentievergoeding niet gecontroleerd kunnen worden. Zij heeft deze bedragen daarmee onvoldoende (gemotiveerd) betwist, zij heeft bijvoorbeeld niet door inzichtelijk te maken welke licentievergoedingen G.T.A. zelf betaalt voor modules van het softwareprogramma Edgecam gemotiveerd dat de betreffende bedragen buitenproportioneel zijn. De rechtbank zal bij haar berekening dan ook uitgaan van de door Planit genoemde bedragen. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat Planit als gevolg van een verveelvoudiging van de software schade heeft geleden ter hoogte van het door Planit gehanteerde licentietarief voor een volledig softwarepakket, zijnde een bedrag van € 476.003,00.