IT 2943

Verzoek ex artikel 17 AVG tot verwijdering BKR-registraties afgewezen

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 oktober 2019, IT 2943; ECLI:NL:RBZWB:2019:4846 (Verzoeker tegen Achmea en ABN AMRO) Beschikking. Afwijzing van verzoek tot verwijdering van negatieve BKR-registraties. Er is alle reden is de negatieve BKR-registratie te handhaven, nu de inbreuk die daarmee wordt gemaakt op de privacy van verzoeker niet onevenredig is in verhouding tot het met de registratie te dienen doel. Voor het eerst is geoordeeld dat de verwerking door de banken noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting op grond van artikel 6 lid 1 sub c AVG (en niet een gerechtvaardigd belang ex artikel 6 lid 1 sub f AVG).  Daardoor komt de verzoeker geen beroep toe op het recht op bezwaar (artikel 21 lid 1 AVG) en het recht op vergetelheid (artikel 17 lid 1 AVG).

3.16
De rechtbank is met Achmea en ABN AMRO van oordeel dat de verwerking van persoonsgegevens in het CKI berust op een wettelijke verplichting als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder c AVG. De verwerking van de persoonsgegevens vloeit immers voort uit een op artikel 4:32 Wft rustende verplichting van Achmea en ABN AMRO als kredietaanbieders om deel te nemen aan een stelsel van kredietregistratie, hetgeen noodzakelijkerwijs het verwerken van persoonsgegevens meebrengt. De taak om een wettelijke verplichting uit te voeren rechtvaardigt echter niet iedere gegevensverwerking. De verwerkingsverantwoordelijke mag ter uitvoering van de wettelijke verplichting niet meer of andere gegevens verwerken dan noodzakelijk is voor de uitvoering van de wettelijke verplichting. In dit verband is van belang dat de kredietregistratie de kredietaanbieders in de gelegenheid stelt te voldoen aan de op hen rustende wettelijke verplichting tot het inwinnen van informatie en het aan de hand van die informatie beoordelen of de kredietverlening onverantwoord is voor de consument in verband met het risico van overkreditering, als bedoeld in artikel 4:34 Wft. De artikelen 4:32 en 4:34 Wft hebben een Unierechtelijke basis in Richtlijn 2008/48/EG inzake kredietovereenkomsten voor consumenten. Om aan deze verplichting te kunnen voldoen is het niet alleen noodzakelijk dat het krediet wordt geregistreerd maar ook de wijze waarop de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen worden c.q. zijn nagekomen. Dat betekent dat ook het registreren van de bijzonderheidscoderingen zoals genoemd in het Algemeen Reglement en thans ook hier aan de orde zijn, de zogenoemde negatieve BKR-registratie, noodzakelijk is voor de uitvoering van de wettelijke verplichting. Ook deze registratie valt dan ook onder artikel 6 lid 1 onder c AVG. Dit betekent dat [verzoeker] geen beroep kan doen op artikel 21 lid 1 AVG.

3.17
Dat de verwerking van de persoonsgegevens heeft plaatsgevonden op grond van een wettelijke verplichting brengt in het onderhavige geval tevens mee dat artikel 17 lid 3 AVG van toepassing is, zodat er geen verwijdering van de persoonsgegevens kan worden gevraagd op een van de gronden genoemd in het eerste lid van artikel 17 AVG.