IT 2678

Verzoek vader toegewezen, vlogs met zijn minderjarigen niet toegestaan door onbestreden risico's

Rechtbank Den Haag 1 oktober 2018, IEF 18115; IT 2678; ECLI:NL:RBDHA:2018:13105 (Privacy kinderen vlogs) Mediarecht. Privacy. Partijen zijn gehuwd geweest en ouders van twee minderjarige kinderen. Vader verzoekt in verband met recht op privacy van zijn kinderen alle videologboeken ("vlogs") waarin de kinderen (deels) te zien of te horen zijn en welke door de moeder op Youtube en/of Instagram zjin geplaatst, te verwijderen en verwijderd te houden. Vader wil zijn kinderen beschermen tegen het mogelijk worden van object van pedofilie of pestgedrag. Moeder wil, als buitenlandse moeder die in Nederland woonachtig is, laten zien aan haar volgers hoe de Nederlandse cultuur is, en met name de Nederlandse opvoeding. In het begin kreeg ze immers zijn toestemming. Ze stelt dat de kinderen opgroeien in een wereld met social media, waarin de moeder probeert bij te dragen. Of foto's of filmpjes op internet geplaatst worden, is een kwestie waarover de ouders samen dienen te beslissen.  Onvoldoende is bestreden dat het door vader gevreesde risico op pestgedrag en nadelige gevolgen voor het later functioneren in het sociaal maatschappelijk verkeer, en in mindere mate objectivering voor pedofielen, zich voor zal doen. Dit is een risico verre van denkbeeldig. Gelet op de leeftijd van de kinderen, 4 en 2, gaat de rechtbank ervan uit dat hun begripsvermogen en leefomgeving nog niet zodanig zijn dat zij al bewust blootgesteld hebben kunnen worden aan vlogs te herleiden pestgedrag, al zou dit in de toekomst wel kunnen. Vorderingen toegewezen.

De rechtbank overweegt voorts als volgt. Niet in geschil is dat de moeder het dagelijks leven van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] middels foto’s en video’s op internet in beeld brengt. De privacy van de minderjarigen is hiermede in geding. Naar het oordeel van de rechtbank is door de moeder onvoldoende bestreden dat met de op voor eenieder in de openbaarheid toegankelijke foto’s en video’s het door de vader gevreesde risico op pestgedrag en nadelige gevolgen voor het later functioneren in het sociaal maatschappelijk verkeer, en in mindere mate objectivering voor pedofielen, zich voor zal doen. Een risico dat de rechtbank ook overigens verre van denkbeeldig acht. Daaraan doet niet af de stelling van de moeder, dat tot op heden niet is gebleken dat de minderjarigen hinder ondervinden van de inbreuk op hun privacy. Gelet op de leeftijd van de kinderen, 4 en 2, gaat de rechtbank ervan uit dat hun begripsvermogen en leefomgeving nog niet zodanig zijn dat zij al bewust blootgesteld hebben kunnen worden aan tot de vlogs te herleiden pestgedrag of ridiculisering door derden, in het bijzonder leeftijdsgenoten. Dit zal in de toekomst wel degelijk het geval kunnen zijn. De rechtbank kent voorts geen gewicht toe aan de (financiële) belangen van de moeder zelf. De rechtbank zal het verzoek van de vader derhalve toewijzen, in dier voege dat een begrensde openbaarmaking nadrukkelijk niet is uitgesloten.