Gepubliceerd op vrijdag 8 mei 2026
IT 5265
Rechtbank Den Haag ||
19 feb 2026
Rechtbank Den Haag 19 feb 2026, IT 5265; ECLI:NL:RBDHA:2026:5199 ([eiseres] tegen de inspecteur van de Belastingdienst), https://www.itenrecht.nl/artikelen/voldoende-menselijke-tussenkomst-bij-gebruik-selectiemodel-belastingdienst

Voldoende menselijke tussenkomst bij gebruik selectiemodel Belastingdienst

Rb. Den Haag 19 februari 2026, IT 5265; ECLI:NL:RBDHA:2026:5199 ([eiseres] tegen de inspecteur van de Belastingdienst). De rechtbank heeft geoordeeld dat de Belastingdienst het risicoselectiemodel “OB Negatief” rechtmatig mocht gebruiken bij de selectie van een onderneming voor een boekenonderzoek naar omzetbelasting. De onderneming stelde dat sprake was van verboden geautomatiseerde besluitvorming in strijd met de AVG en verwees daarbij onder meer naar het Schufa-arrest van het Hof van Justitie van de EU [IT 3789].

De rechtbank volgt dat betoog niet en oordeelt dat het model slechts dient voor selectie van aangiften voor handmatige beoordeling, waarna een menselijke medewerker de uiteindelijke beslissingen neemt. Volgens de rechtbank is daarom sprake van voldoende menselijke tussenkomst. Ook ziet de rechtbank geen aanwijzingen voor discriminatoire selectiecriteria of schending van beginselen van behoorlijk bestuur. De opgelegde naheffingsaanslagen, belastingrente en vergrijpboetes blijven in stand

11. De rechtbank stelt voorop dat zij geen enkele aanleiding heeft om te twijfelen aan hetgeen verweerder aanvoert ten aanzien van de wettelijke basis en inrichting van het risicoselectiemodel ‘OB Negatief’, en dat dit model wordt gebruikt zoals hiervoor door verweerder weergegeven. Ook in alles wat eiseres heeft aangevoerd, vindt de rechtbank geen aanleiding daaraan te twijfelen. Eiseres heeft geen concrete feiten of omstandigheden benoemd, laat staan aannemelijk gemaakt, op grond waarvan wel aan de juistheid van het door verweerder aangevoerde zou moeten worden getwijfeld. De (niet geconcretiseerde) algemeenheden en aannames die eiseres aanvoert en waarop zij wijst, vindt de rechtbank daartoe onvoldoende. De rechtbank sluit zich dan ook aan bij het betoog van verweerder en de daaraan ten grondslag liggende uitgangspunten alsmede de daaraan door verweerder verbonden conclusie dat het gebruik van risicoselectiemodel ‘OB Negatief’ bij eiseres niet onrechtmatig is. Het andersluidende standpunt van eiseres wordt dus door de rechtbank verworpen.