IT 3300

Voorwaardelijke taakstraf voor publiceren seksfilmpjes van BN'er

Rechtbank Noord-Holland 29 oktober 2020, IEF 19541, IT 3300; ECLI:NL:RBNHO:2020:8698 (Seksfilmpjes BN’er II) Strafrecht. Zie ook [IEF 19537]. Verdachte heeft een filmpje waarin aangever urineert in de mond van aangeefster op de (openbare) vk.com profielpagina van Eendevanger.nl geplaatst. Allereerst wordt geoordeeld dat het OM wegens verjaring niet-ontvankelijk is ten aanzien van het schenden van het portretrecht van aangever en aangeefster. Verdachte wordt wel veroordeeld voor belediging. Door het plaatsen van de expliciete seksfilmpjes heeft verdachte aangeefster opzettelijk in een ongunstig daglicht gesteld en is zij daardoor in haar eer en goede naam aangetast. Meegewogen wordt dat aangeefster een bekende Nederlander is waardoor zij door een grote groep mensen herkend zal worden en de interesse groter zal zijn dan gemiddeld. Dat aangeefster zelf wel eens publiekelijk over seks heeft gesproken en/of naakt heeft geposeerd, doet verder niet aan dit oordeel af. Ook aangever is op dezelfde wijze in eer en goede naam aangetast. Verder wordt geoordeeld dat verdachte opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van een ander. Verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 50 uur.

6.3. Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging door het plaatsen van een filmpje, dat inmiddels bekend is geworden als het “plasseksfilmpje”, op de openbare website vk.com. Hiermee heeft verdachte inbreuk gemaakt op de eer en de goede naam van aangeefster [aangeefster] en aangever [aangever] . Ook heeft hij inbreuk gemaakt op het auteursrecht van een ander.
De verspreiding van het filmpje heeft veel media-aandacht gegenereerd. Aangever [aangever] , en in het bijzonder ook aangeefster [aangeefster] als bekende Nederlander, zijn mede door de verspreiding van het filmpje door verdachte bij een groot publiek in een ongunstig daglicht gesteld. Verdachte had zich moeten realiseren dat de plaatsing van het filmpje op een openbaar toegankelijk platform als vk.com reputatieschade kan opleveren voor diegene(n) die in het filmpje te zien is/zijn. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Persoon van verdachte
(…) De rechtbank heeft ten voordele van verdachte in aanmerking genomen, dat verdachte door de directe bekentenis van het feit ervan heeft blijk gegeven het laakbare van zijn eigen handelen in te zien. Verdachte is door de maatschappelijke onrust die de verspreiding van de filmpjes heeft veroorzaakt geschokt. Hij heeft verklaard sindsdien de bewuste keuze te hebben gemaakt om geen content meer te plaatsen en zich niet langer bezig te houden met social media.

De op te leggen straf
Het is de rechtbank gebleken dat de redelijke termijn voor berechting als bedoeld in artikel 6 EVRM is overschreden. Deze overschrijding valt niet aan verdachte toe te rekenen.
De rechtbank zal hier rekening mee houden bij de strafmaat.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 50 uren moet worden opgelegd. De rechtbank zal – gelet op de overschrijding van de redelijke termijn – echter bepalen dat deze taakstraf vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van één jaar, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.