IT 3740

Vordering Privacy First afgewezen

Vrz. Rechtbank Den Haag 1 december 2021, IT 3740 ; ECLI:NL:RBDHA:2021:13165 (Privacy First tegen de Staat) Kort geding. Deze zaak gaat over de regelgeving die het vastleggen en bewaren van kentekengegevens door middel van Automatic Number Plate Recognition (ANPR) mogelijk maakt. Privacy First eiste dat de 'Wet ANPR' en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving buiten werking worden gesteld. Volgens Privacy First is deze regelgeving in strijd met Europese regelgeving. De voorzieningenrechter heeft de vordering van Privacy First wegens gebrek aan spoedeisend belang afgewezen. Om een vordering in kort geding te kunnen instellen is vereist dat er een spoedeisend belang bestaat bij het treffen van een voorziening zoals Privacy First die vraagt. De ANPR-regelgeving is al op 1 januari 2019 in werking getreden. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden die ondanks het tijdsverloop van ruim tweeënhalf jaar niettemin een spoedeisend belang opleveren. Daarom komt de voorzieningenrechter niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering van Privacy First.

4.4. Beoordeeld moet vervolgens worden of sprake is van recente feiten en/of omstandigheden die, ondanks dat de ANPR-regelgeving al ruim tweeënhalf jaar van kracht is, niettemin tot de conclusie kunnen leiden dat Privacy First in deze procedure een voldoende spoedeisend belang heeft bij het door haar gevorderde. [..]

4.5. Privacy First is hierin onvoldoende geslaagd. Voor zover Privacy First zich ter onderbouwing van het spoedeisend belang beroept op twee artikelen uit het NRC van 11 en 30 augustus 2021, overweegt de voorzieningenrechter dat in deze artikelen valt te lezen dat het Openbaar Ministerie gebruik heeft proberen te maken van onbewerkte foto’s, hetgeen op grond van de ANPR-regelgeving niet is toegestaan. Dat op grote schaal door het Openbaar Ministerie gebruik wordt gemaakt van onbewerkte foto’s dan wel dat dit dreigt te gebeuren, blijkt uit deze artikelen niet. Evenmin blijkt uit deze artikelen van het bestaan van andere structurele misstanden bij de inzet en uitoefening van de bevoegdheid van artikel 126jj Sv. Een beroep op het WODC-rapport van 1 oktober 2021 kan Privacy First in dit verband evenmin baten. In dit rapport heeft het WODC onderzocht op welke wijze bij de opsporing van strafbare feiten gebruik wordt gemaakt van kentekens die op grond van de ANPR-regelgeving worden opgeslagen en welke rol deze gegevens spelen in de opsporing. Hoewel het WODC enkele met de ANPR-regelgeving strijdige situaties heeft geconstateerd en tevens enkele risico’s heeft benoemd, is de conclusie van het rapport dat de bevoegdheid ex artikel 126jj Sv grotendeels conform het wettelijk kader wordt ingezet. Dat Privacy First aan de bevindingen van het WODC andere conclusies verbindt, is uiteraard haar goed recht maar daarmee is het bestaan van ernstige misstanden niet aannemelijk geworden. Het vereiste spoedeisend belang kan dus evenmin aan het WODC-rapport worden ontleend.