IT 2680

Vorderingen afgewezen, online melding van doorhaling GZ-psycholoog BIG-register niet onrechtmatig

Ktr. Rechtbank Midden-Nederland 24 oktober 2018, IT 2680; LS&R 1671; ECLI:NL:RBMNE:2018:5152 (Doorhaling GZ-psycholoog BIG-register) Privacy. Gezondheidszorg. De inschrijving van eiser als GZ-psycholoog is in het BIG-register doorgehaald, vanwege het onderhouden van een relatie met een cliënte. Het is hem niet meer toegestaan als GZ-psycholoog te afficheren of daaraan verbonden werkzaamheden te verrichten. Gedaagde heeft een door haar genoemde Zwarte Lijst gepubliceerd waarop namen van artsen en andere functionarissen uit de gezondheidszorg worden vermeld die volgens gedaagde kort gezegd hun wettelijke zorgplicht schenden, waaronder van artsen die uit het CTG en/of BIG-register zijn geschrapt. In navolging hiervan heeft zij eiser vermeld op haar website, inclusief de AGB-code van de praktijk en zorgverlener, en het KvK-nummer. Haar uitingen zijn van feitelijke aard en niet feitelijk onjuist. Dat de tijdelijke arbeidsovereenkomst van eiser niet is verlengd, brengt geen onaanvaardbare schending van de persoonlijke levenssfeer van hem mee. De doorhaling is te wijten aan zijn eigen gedrag en vermelding ervan is openbaar, en doorhaling heeft alleen gevolg voor zijn functie als GZ-psycholoog. Vorderingen afgewezen.

4.2. De kantonrechter stelt bij de beoordeling het volgende voorop.
a. Het feit dat [eiser] is geschrapt uit het BIG-register is te wijten aan zijn eigen gedrag, op grond waarvan het CTG de hiervoor vermelde maatregel heeft genomen.
b. De doorhaling in het BIG-register heeft uitsluitend gevolg voor zijn functie van GZ-psycholoog. Andere beroepen mag hij uitoefenen, ook dat van psycholoog. Daar zijn partijen het (inmiddels) over eens.
c. De vermelding van de doorhaling in het BIG-register is openbaar: ieder die het BIG-register raadpleegt, kan lezen dat [eiser] met naam en toenaam is vermeld en dat hij is geschrapt in zijn hoedanigheid van GZ-psycholoog.
d, Het vermelden van de doorhaling als zodanig, met de naam van [eiser] daarbij, is niet onrechtmatig. Partijen zijn het daar ook over eens.
e. Het BIG-register is niet te benaderen via een zogenoemde zoekmachine op het internet. Pas als iemand op de website van het BIG-register is aanbeland, kan op naam van een gezondheidszorgwerker worden gezocht. Ook hierover zijn partijen het eens.

4.4. De kantonrechter oordeelt dat geen van deze toevoegingen onrechtmatig is. De aanvullingen zijn van feitelijke aard (“werkt als”, ‘profileert zich als”) en niet feitelijk onjuist. De in 4.3. onder a gestelde vraag (“Hoe valt dit te rijmen”) en de onder a en b vermelde toevoeging (“Nader onderzoek is noodzakelijk”) vallen naar het oordeel van de kantonrechter zonder twijfel onder het recht van vrije meningsuiting en zijn opmerkingen en vragen die in de context van de doorhaling van een inschrijving in het BIG-register niet ongerechtvaardigd zijn. Deze opmerkingen en vragen zien immers op de gevoelde noodzaak kritisch te blijven op werkzaamheden van een gezondheidszorgwerker na een dergelijke doorhaling. Doel van het BIG-register is immers mede te voorkomen dat personen wier inschrijving is doorgehaald niet op een andere manier alsnog doen wat hen niet is toegestaan. Het kan de [gedaagde] niet worden tegengeworpen dat zij kritisch is op het verwerkelijken van deze doelstelling.

4.5. Dit oordeel wordt niet anders doordat, zoals [eiser] stelt, [eiser] last ondervindt van deze vermeldingen. Zo zou hij een verlenging van een tijdelijke arbeidsovereenkomst (in een ziekenhuis) niet hebben gekregen omdat die werkgever had gezien dat [eiser] op [webside 2] vermeld staat. Deze stelling heeft [eiser] niet onderbouwd. Bovendien geldt dat, zoals [eiser] tijdens de pleidooizitting heeft verklaard, dat die werkgever heeft gezegd dat hij het [eiser] met name verweet dat hij bij de aanvang van het dienstverband geen melding van de doorhaling had gedaan. De vermelding op de websites van de [gedaagde] is daarvan niet de oorzaak. Datzelfde geldt voor de stelling van [eiser] , dat zijn kinderen op deze wijze van de hem verweten feiten op de hoogte zijn gekomen. De kantonrechter overweegt dat de oorzaak van deze problemen ligt in het gedrag van [eiser] , niet in de publicaties van de [gedaagde]. Van een onaanvaardbare schending van de persoonlijke levenssfeer van [eiser] is dan ook geen sprake.