IT 2998

Website-eigenaar schendt auteursrecht op foto

Ktr. Rechtbank Rotterdam 10 januari 2020, IEF 18935, IT 2998; ECLI:NL:RBROT:2020:124 (ANP tegen gedaagde) Gedaagde heeft zonder toestemming een auteursrechtelijk beschermde foto uit het fotoarchief van ANP op haar website geplaatst. ANP is bij ontdekking hiervan een samenwerkingsverband aangegaan met het Belgische bedrijf Permission Machine. Permission Machine heeft aan gedaagde kenbaar gemaakt dat hij met het plaatsen van de foto een auteursrecht schendt. Gedaagde betwist deze bevoegdheid van Permission Machine. Er wordt geoordeeld dat op ANP een stelplicht en bewijslast rust en dat zij eerder en duidelijker op deze kwestie toegespitste concrete informatie aan de organisatie had kunnen verschaffen. Dit neemt niet weg dat gedaagde verder onvoldoende heeft betwist dat de foto gedurende een aanzienlijke tijd op haar website publiekelijk zichtbaar was zonder toestemming van de auteursrechthebbende. Dit is een onrechtmatige openbaarmaking van een auteursrechtelijk beschermd werk. Gedaagde wordt veroordeeld in het betalen van een fortfaitaire schadevergoeding, waarbij wordt gekeken naar wat ANP in redelijkheid had kunnen vragen indien gedaagde vooraf toestemming had gevraagd voor het gebruik zoals hier aan de orde.

4.4 Ter beantwoording van de vraag of sprake is van inbreuk, is van belang dat wanneer een foto op een voor het publiek toegankelijke website wordt geplaatst dit - naar vaste rechtspraak - beschouwd moet worden als een openbaarmaking. Wanneer dit zonder toestemming gebeurt - zoals in het onderhavige geval - is er dus sprake van een inbreuk op het auteursrecht. De openbaarmaking van de foto moet in beginsel worden toegerekend aan de eigenaar/beheerder van de website. Daarbij is dan niet van belang of de eigenaar/beheerder van de website de foto zelf op de website heeft geplaatst of dat zij dit door iemand anders heeft laten doen dan wel de foto is geplaatst door een vorige eigenaar. Zoals terecht namens ANP in de correspondentie voorafgaand aan de procedure is gesteld (waarnaar zij thans verwijst), is eventuele vrijwaring door de vorige eigenaar aan de inbreukmaker een zaak tussen deze twee partijen die de auteursrechthebbende niet aangaat. Dit kan dan ook niet aan ANP worden tegengeworpen. Dat ‘ [naam gedaagde] tevens h.o.d.n. [handelsnaam] ’ thans verantwoordelijk is voor de website staat als niet betwist vast. Het nog opgeworpen verweer dat dat zij niet als [handelsnaam] had mogen worden aangeschreven maar de brieven formeel hadden moeten worden gericht aan de [naam gedaagde] snijdt geen hout; een organisatie mag worden aangesproken onder de naam waaronder zij handelt.

4.5 [naam gedaagde] heeft ter zitting erkend dat de foto ‘na een aantal keer klikken’ op de website kan worden getoond. [naam gedaagde] heeft weliswaar ook verklaard dat de foto ‘op de backoffice’ van de website staat en dat deze niet door het publiek kan worden gezien zonder een wachtwoord in te voeren, maar dat heeft zij onvoldoende uitgelegd. Zo heeft zij niet deugdelijk uitgelegd hoe het dan mogelijk is dat ANP de foto op de website heeft gezien en daarvan een screen print in het geding heeft gebracht. De rechtbank begrijpt uit hetgeen nog ter zitting naar voren is gebracht, dat [naam gedaagde] niet uitsluit dat ANP haar website heeft gehackt. Dat standpunt had zij dan echter nader moeten onderbouwen. Als onvoldoende betwist wordt daarom in rechte als vaststaand aangenomen dat de foto gedurende een aanzienlijke tijd op de website van [naam gedaagde] door het publiek kon worden gezien. Daarmee is sprake van een openbaarmaking en dus van een onrechtmatige daad.

4.8 De kantonrechter acht een forfaitaire schadevergoeding ook in dit geval passend. Beoordeeld dient daarom te worden wat ANP in redelijkheid had kunnen vragen indien [naam gedaagde] vooraf toestemming had gevraagd voor het gebruik zoals hier aan de orde. De tarieven van de Stichting Foto Anoniem zijn daarbij niet doorslaggevend maar kunnen wel als aanknopingspunt dienen.