IT 3654

YouTube video van FvD hoeft niet teruggeplaatst te worden

Rechtbank Amsterdam 15 september 2021, IEF 20186, IT 3654; ECLI:NL:RBAMS:2021:5117 (FvD tegen Google) Forum voor Democratie is kritisch ten aanzien van het regeringsbeleid betreffende de COVID-19 pandemie. De partij plaatst op het platform YouTube video's waarin deze opvatting duidelijk doorschemert. Het Covid-beleid is onderdeel van de rechtsverhouding tussen YouTube en haar gebruikers, waaruit voortvloeit dat het platform geen content toestaat die misleidende informatie verspreidt. Op 2 juni 2021 heeft YouTube op grond hiervan een video van FvD verwijderd. FvD vordert terugplaatsing van de video en beroept zich hierbij op vrijheid van meningsuiting. Al in eerdere uitspraken over het Covid-beleid van YouTube [zie IEF 20145] is overwogen dat, ondanks dat artikel 10 EVRM door kan werken in private overeenkomsten, dit niet onbegrensd is. YouTube heeft voor kritische geluiden en politieke uitingen geen maatschappelijke ‘must-carry’-verplichting. Pas als elke effectieve uitoefening van de uitingsvrijheid wordt tegengegaan, of als de essentie van het recht op vrijheid van meningsuiting wordt vernietigd, is er aanleiding voor de rechter om in te grijpen. Dat is een hoge eis, waaraan niet voldaan wordt. Het verwijderen van de video is dan ook niet onrechtmatig, de video hoeft niet terug te worden geplaatst. 

4.8. Aan FvD c.s. kan worden toegegeven dat het gebruik kunnen maken van een kanaal als YouTube in de huidige maatschappij van groot belang is om een boodschap te kunnen uitdragen. Dit betekent echter niet dat YouTube voor kritische geluiden/politieke uitingen een maatschappelijke ‘must-carry’-verplichting heeft. Een dergelijke verplichting is ook niet opgenomen in het (Europese) voorstel voor de Wet inzake digitale diensten (de Digital Service Act). In het licht van het Appleby-arrest van het EHRM van 6 mei 20032 ligt de lat voor ingrijpen door de overheid, of de rechter, in de vrijheid van internetplatforms om de door hen gepubliceerde content te modereren overheid hoog. Alleen indien de belemmeringen “any effective excercise” van de vrijheid van meningsuiting onmogelijk maken, of als “the essence of the right has been destroyed”, is de overheid(srechter) gehouden in te grijpen. Het komt er dus op neer, dat pas als elke effectieve uitoefening van de uitingsvrijheid wordt tegengegaan, of als de essentie van het recht op vrijheid van meningsuiting wordt vernietigd, er aanleiding is om in te grijpen. Die hoge lat wordt hier niet gehaald.