17 jun 2026,
Ziggo-overeenkomst rechtsgeldig vernietigd wegens schending informatieplichten en misleidende omissie
Rb. Midden-Nederland 17 juni 2026, RB 4050; IT 5356; ECLI:NL:RBMNE:2026:3796 ([eiser] tegen [gedaagde]). Een bewoner sprak met zijn buurman af dat deze een Ziggo-abonnement voor internet en televisie voor hem zou afsluiten, waarvoor hij maandelijks € 92,50 betaalde. De kantonrechter merkt de buurman aan als handelaar, omdat het zakelijke abonnement was afgesloten op naam van zijn eenmanszaak, waarvan de activiteiten mede bestonden uit IT-dienstverlening, en hij naast de abonnementskosten kosten voor het inboeken en btw doorberekende. Dat de afspraak tussen buren was gemaakt, doet daaraan niet af. Omdat de overeenkomst buiten de verkoopruimte tot stand was gekomen, moest de handelaar vooraf duidelijke en begrijpelijke informatie verstrekken over onder meer de prijs en de wijze van betaling en de overeenkomst vervolgens op papier of, met toestemming, op een andere duurzame gegevensdrager bevestigen. Hij kon niet bewijzen dat hij aan deze verplichtingen had voldaan. Ook had hij onvoldoende duidelijk gemaakt dat het abonnement een looptijd van 36 maanden had, hoe het maandbedrag was samengesteld en dat hij een commercieel oogmerk had. Het weglaten of onduidelijk verstrekken van deze essentiële informatie vormt volgens de kantonrechter een misleidende omissie en daarmee een oneerlijke handelspraktijk.
De consument heeft de overeenkomst op 5 juni 2025 rechtsgeldig buitengerechtelijk vernietigd. De schending van de essentiële precontractuele informatieplichten en de oneerlijke handelspraktijk vormden ieder een zelfstandige vernietigingsgrond. Het beroep op verjaring slaagt niet: de consument werd op 21 september 2022 bekend met de onduidelijkheid over de prijs en medio augustus 2023 met de onduidelijkheid over de duur van de overeenkomst, zodat de vernietigingsbevoegdheid op 5 juni 2025 nog niet was verjaard. Door de vernietiging heeft de overeenkomst terugwerkende kracht verloren en zijn de betaalde abonnementskosten onverschuldigd betaald. De handelaar moet daarom € 2.312,50 inclusief btw terugbetalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 19 juni 2025, en € 346,88 aan buitengerechtelijke incassokosten. De afzonderlijke vorderingen voor een door Ziggo verleende korting en expertisekosten worden afgewezen. Ook de tegenvordering van € 3.750 wegens gestelde gebreken aan stucwerkzaamheden wordt afgewezen, omdat onvoldoende is gebleken dat daarover tussen partijen een overeenkomst bestond en evenmin is onderbouwd dat de werkzaamheden gebrekkig waren.
[gedaagde] heeft zich schuldig gemaakt aan een oneerlijke handelspraktijk
3.4
Er is sprake van een oneerlijke handelspraktijk als een handelaar een misleidende handelspraktijk verricht.5 De wet noemt daar verschillende voorbeelden van, zoals de misleidende omissie. Daarvan is sprake als essentiële informatie, die een gemiddelde consument nodig heeft om een weloverwogen keuze te maken, wordt weggelaten, verborgen wordt gehouden of op een onduidelijke, onbegrijpelijke of dubbelzinnige manier wordt gegeven, te laat wordt verstrekt, of als het commerciële oogmerk niet duidelijk wordt gemaakt (tenzij dat al uit de context blijkt), waardoor de gemiddelde consument een besluit neemt of kan nemen dat hij anders niet had genomen.6
3.5
[eiser] stelt dat [gedaagde] zich schuldig heeft gemaakt aan een oneerlijke handelspraktijk. Hij stelt dat [gedaagde] hem onduidelijke informatie heeft gegeven over de duur van de overeenkomst en de prijs, waarbij het commerciële oogmerk niet duidelijk is gemaakt. Het ligt op de weg van [gedaagde] om te bewijzen dat hij wel juiste en volledige informatie heeft verstrekt.7 Dat heeft hij niet gedaan. De kantonrechter legt dit hierna uit.
3.6
[eiser] stelt dat hij in de veronderstelling was dat [gedaagde] bij Ziggo een eenjarig internet- en televisieabonnement voor hem zou afsluiten. [gedaagde] stelt dat Ziggo alleen onder de voorwaarde dat er een abonnement voor drie jaar zou worden afgesloten, geen kosten voor de graafwerkzaamheden in rekening zou brengen en dat juist dat het abonnement financieel aantrekkelijk maakte. Volgens [gedaagde] heeft hij [eiser] hierover geïnformeerd, maar [eiser] betwist dat en het ligt dan op de weg van [gedaagde] om te onderbouwen dat hij [eiser] daar wel over heeft geïnformeerd, maar dat heeft hij niet gedaan. Het enkele feit dat buren hebben bevestigd dat zíj destijds akkoord zijn gegaan met een looptijd van 36 maanden is onvoldoende, omdat dit niets zegt over de overeenkomst die tussen [eiser] en [gedaagde] tot stand is gekomen.
3.7
[eiser] stelt verder dat hij in de veronderstelling was dat [gedaagde] alleen de maandelijkse abonnementskosten aan [eiser] zou doorbelasten, zonder enig commercieel oogmerk. Maar toen [eiser] op 21 september 2022 een factuur van Ziggo onder ogen kreeg, werd het hem duidelijk dat de door Ziggo aan [gedaagde] gefactureerde abonnementskosten aanzienlijk lager waren dan wat [eiser] maandelijks aan [gedaagde] betaalde. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] verklaard dat hij naast de abonnementskosten ook kosten voor het inboeken en btw doorbelaste. Dat wijst op een commercieel oogmerk. Dat hij [eiser] hierover duidelijk heeft geïnformeerd, heeft hij niet gesteld en is de kantonrechter ook niet gebleken. Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat [gedaagde] zelfs toen nog geen duidelijkheid kon geven over de precieze samenstelling van de prijs die hij bij [eiser] in rekening bracht.
3.8
Het voorgaande leidt de kantonrechter tot de conclusie dat [gedaagde] onduidelijke informatie heeft gegeven over de duur en de prijs van de overeenkomst, waarbij het financiële oogmerk niet duidelijk is gemaakt. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit essentiële informatie die een gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit te nemen. Dit betekent dat [gedaagde] zich schuldig heeft gemaakt aan een misleidende omissie en daarmee aan een oneerlijke handelspraktijk.