IT 2302

Tele2 Nederland mag overeenkomst met klant buitengerechtelijk ontbinden i.v.m. wanprestatie

Ktr. Rechtbank Limburg 3 mei 2017, IT 2302; ECLI:NL:RBLIM:2017:4017 (Tele2 Nederland tegen X) Verbintenissenrecht. Internetprovider Tele2 Nederland ontbindt de overeenkomst buitengerechtelijk in verband met wanprestatie en vordert betaling van achterstallige termijnen. Gedaagde stelt de overeenkomst te hebben opgezegd, maar toont dit niet aan. Aan dit verweer wordt daarom voorbij gegaan. Het beroep op de Wet van Dam brengt gedaagde evenmin soelaas omdat deze wet op het moment van verlenging nog niet in werking was getreden en als dit al wel zo was, een opzegtermijn van één maand geldt en gedaagde niet heeft aangetoond te hebben opgezegd. De vordering van eiseres wordt integraal toegewezen.

4.4. De kantonrechter stelt vast dat niet is komen vast te staan dat de overeenkomst door opzegging van de zijde van gedaagde partij is beëindigd. Gelet op de hiervoor geciteerde inhoud van artikel 10.3 van de algemene voorwaarden is zowel eisende als gedaagde partij gerechtigd de overeenkomst op te zeggen indien bijvoorbeeld op het nieuwe adres geen diensten geleverd kunnen worden. Gedaagde partij stelt te hebben opgezegd, maar toont dit niet aan. Een schriftelijke opzegging is niet in het geding gebracht. Ook uit de inhoud van de in het geding gebrachte e-mail d.d. 6 april 2011 van de klantenservice van eisende partij kan geen opzegging worden afgeleid. Deze e-mail gaat immers uit van een voortzetting op de nieuwe aansluiting.

4.5. Gedaagde partij verwijst ook nog naar de zogenoemde Wet Van Dam. In deze wet is bepaald dat stilzwijgende verlenging voor de duur van één jaar niet meer mogelijk is. Het is de kantonrechter echter niet duidelijk wat gedaagde partij met deze verwijzing beoogt. Deze wet is per 1 december 2011 in werking getreden dan wel voor reeds lopende overeenkomsten per 1 december 2012. Op het moment van de verlenging van het contract had deze wet nog geen werking en mocht dit bovendien al wel zo zijn dan geldt een opzegtermijn van één maand. Zoals hiervoor reeds is overwogen, is niet komen vast te staan dat gedaagde partij de overeenkomst heeft beëindigd.