Aanbesteding

IT 2347

Onrechtmatige daad jegens Zorgvervoercentrale Nederland voor publiceren bedrijfsinformatie

Rechtbank 6 sep 2017, IT 2347; (Zorgvervoercentrale Nederland tegen Gemeente Alkmaar), http://www.itenrecht.nl/artikelen/onrechtmatige-daad-jegens-zorgvervoercentrale-nederland-voor-publiceren-bedrijfsinformatie

Rechtbank Noord-Holland 6 september 2017, IEF 17096; IT&R 2347 (Zorgvervoercentrale Nederland tegen Gemeente Alkmaar) Publicatie bedrijfsgeheimen. De gemeenten Alkmaar, Bergen e.a. hebben een Europese aanbesteding georganiseerd voor het uitvoeren van vraagafhankelijk vervoer voor geïndiceerde reizigers. ZCN was de dienstverlener voor dit vervoer. Gemeenten hebben een Excel-bestand met gegevens over gefactureerde ritten in december 2014 gepubliceerd als bijlage bij de Nota van Inlichten 2. ZCN vordert dat gemeenten door publicatie van het bestand in strijd hebben gehandeld met de op gemeenten rustende contractuele geheimhoudingsplicht en onrechtmatig hebben gehandeld. Het betreft hier geheime bedrijfsinformatie met handelswaarde, het openbaren en verspreiden van deze bedrijfsgeheimen door online publicatie van het bestand levert daarmee een onrechtmatige daad jegens ZCN op. De rechter oordeelt dat gemeentes aansprakelijk zijn voor de schade die door ZCN is geleden als gevolg van het onrechtmatig publiceren van het bestand.

IT 2317

Gunningsbeslissing in aanbestedingszaak Erasmus MC blijft overeind

Rechtbank 25 apr 2017, IT 2317; ECLI:NL:RBDHA:2017:4255 (Brainlab tegen Erasmus MC), http://www.itenrecht.nl/artikelen/gunningsbeslissing-in-aanbestedingszaak-erasmus-mc-blijft-overeind

Vzr. Rechtbank Den Haag 25 april 2017, IT 2317; LS&R 1478; ECLI:NL:RBDHA:2017:4255 (Brainlab tegen Erasmus MC). Aanbesteding. De vorderingen van Brainlab, om de gunningsbeslissing van Erasmus Universitair Medisch Centrum in de aanbesteding van de levering en installatie van multimediavoorzieningen in 22 operatiekamers en 4 interventiekamers in te trekken, zijn afgewezen.  Het aanbestedingsdocument bevat uitvoeringseisen, waardoor nog niet aan de gestelde eisen hoeft te zijn voldaan op het moment van inschrijving. 

IT 2092

Ingehuurde IT-specialist Drechtsteden heeft niet bij de aanbesteding behorende mededingingsregels nageleefd

Rechtbank 8 jun 2016, IT 2092; ECLI:NL:RBROT:2016:4318 (Drechtsteden tegen IT-specialist), http://www.itenrecht.nl/artikelen/ingehuurde-it-specialist-drechtsteden-heeft-niet-bij-de-aanbesteding-behorende-mededingingsregels-na

Rechtbank Rotterdam 8 juni 2016, IT 2092; ECLI:NL:RBROT:2016:4318 (Drechtsteden tegen IT-specialist)
Drechtsteden, een openbaar samenwerkingsverband van de gemeenten Dordrecht, Zwijndrecht, Sliedrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Alblasserdam en Papendrecht, huurt een IT-specialist in. Vervolgens wordt door Drechtsteden een aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor de aanschaf van nieuwe servers. In deze aanbestedingsprocedure heeft de IT-specialist een adviserende rol. Hij beveelt Drechtsteden aan om servers van fabrikant Nutanix aan te schaffen en doet in dat verband het voorstel een proof of concept te houden om na te gaan of deze servers ook binnen de specifieke omvang van Drechtsteden goed functioneren. Ook stelt de IT-specialist voor om deze proof of concept te laten houden door Benelux Soft, een van de drie Nutanix-resellers in Nederland. Van de IT-specialist mocht verwacht worden dat hij in het belang van Drechtsteden zou toezien op de correcte naleving van de bij de aanbesteding behorende mededingingsregels en dat hij zélf geen inbreuk zou maken op deze regels en het belang van Drechtsteden. Dat heeft hij echter wél gedaan en derhalve heeft hij onrechtmatig gehandeld. Door uitsluitend Benelux Soft te benaderen voor het houden van een proof of concept en niet tevens (een van) de andere twee Nederlandse Nutanix-resellers, waarvoor een afdoende verklaring ontbreekt, heeft de IT-specialist immers in strijd gehandeld met (het door hem in acht te nemen zorgvuldigheidsbeginsel dat voortvloeit uit) de mededingingsregels die behoren bij een aanbestedingsprocedure.

Bewijsvermoeden dat dit onrechtmatig handelen van de IT-specialist tot schade heeft geleid voor Drechtsteden (vestiging van aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad). De IT-specialist is bij tussenvonnis van 11 maart 2015 (ECLI:NL:RBROT:201:1798) toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen dit bewijsvermoeden. In het thans gewezen eindvonnis wordt het door de IT-specialist geleverde bewijs beoordeeld.

IT 2053

Aanbesteding mobiele communicatiemiddelen voor politie voldoende geverifieerd

Rechtbank 28 apr 2016, IT 2053; ECLI:NL:RBDHA:2016:4626 (Politie-Appleproducten), http://www.itenrecht.nl/artikelen/aanbesteding-mobiele-communicatiemiddelen-voor-politie-voldoende-geverifieerd

Vzr. Rechtbank Den Haag 28 april 2016, IEF 15920; ECLI:NL:RBDHA:2016:4626 (Politie-Appleproducten)
Aanbesteding over levering en reparatie van mobiele communicatiemiddelen voor de Politie. Aanbestedende dienst heeft winnende inschrijving geverifieerd op de wijze als aangekondigd in de aanbestedingsstukken en niet gebleken is dat winnende inschrijving ontoelaatbare kortingen heeft verwerkt in de geoffreerde prijzen. Geen aanleiding voor terzijde leggen van winnende inschrijving, herbeoordeling van de inschrijvingen of heraanbesteding. Vorderingen afgewezen.

IT 2050

Schadevergoeding voor verlies van kans om derde contractant in IT-aanbesteding EUIPO te worden

Overige instanties 27 apr 2016, IT 2050; ECLI:EU:T:2016:248 (European Dynamics tegen EUIPO), http://www.itenrecht.nl/artikelen/schadevergoeding-voor-verlies-van-kans-om-derde-contractant-in-it-aanbesteding-euipo-te-worden

Gerecht EU 27 april 2016, IT 2050; IEFbe 1782; ECLI:EU:T:2016:248; zaak T-556/11 (European Dynamics tegen EUIPO)
Overheidsopdrachten voor diensten. Aanbestedingsprocedure. Diensten inzake softwareontwikkeling en -onderhoud. Afwijzing van de offerte van een inschrijver. Rangschikking van een inschrijver in de cascadeprocedure. Uitsluitingsgronden. Belangenconflict. Gelijke behandeling. Zorgvuldigheidsplicht. Gunningscriteria. Kennelijk onjuiste beoordeling. Motiveringsplicht. Niet-contractuele aansprakelijkheid. Verlies van een kans. Het besluit tot afwijzing van de offerte wordt nietig verklaard. EUIPO moet de schade vergoeden die eisers heeft geleden door het verlies van een kans om minstens als derde contractant de raamovereenkomst toegewezen te krijgen.

IT 1989

Aanbesteding print-kopieer-scanners voldoende deugdelijk gemotiveerd afgewezen

Vzr. Rechtbank Noord-Holland 11 februari 2016, IT 1989; ECLI:NL:RBNHO:2016:734 (Hedera tegen ROC)
Aanbesteding van print-, kopieer- en scanvoorzieningen voor een school (ROC). Inzichtelijkheid gunningscriterium. SMART-beoordeling nieuw vereiste? Was inkoopteam bij de beoordeling van subjectieve criteria op de hoogte van geoffreerde prijzen? De voorzieningenrechter is van oordeel dat het ROC haar beslissing voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd. Vordering wordt afgewezen.

4.3. Met Hedera is de voorzieningenrechter van oordeel dat, indien personen binnen het inkoopteam voorafgaand aan de beoordeling van de kwaliteit op de hoogte waren van de verschillende geoffreerde prijzen en zij zich daardoor mede (kunnen) hebben laten sturen, dit in beginsel een schending kan opleveren van het transparantiebeginsel, in die zin dat de objectiviteit van de beoordeling dan in het geding is en er geen sprake is van een deugdelijk geborgd systeem. De voorzieningenrechter is evenwel van oordeel dat in deze zaak niet is gebleken van enige vooringenomenheid, van sturing van de scores of van een ondeugdelijk geborgd beoordelingssysteem. In het licht van de toelichting van [C.] ter zitting zijn de uitlatingen van Hedera, bij monde van mr. Groen, dan ook als louter speculatief te beschouwen en gaat de voorzieningenrechter aan dit bezwaar van Hedera voorbij.

4.4. Hedera heeft haar bezwaar dat geen sprake is geweest van een transparante procedure in dit verband mede onderbouwd door te verwijzen naar de berekening van het aantal punten van de verschillende inschrijvers. Onder verwijzing naar de staatjes die zijn opgenomen in de gunningsbeslissing en die zijn opgenomen onder punt 2.4 van dit vonnis, stelt zij dat het door haar behaalde aantal punten tegenstrijdig is (er is immers sprake van 8.950 resp. 8.950,50 punten) en bovendien niet kán kloppen, nu er geen sprake is geweest van een waardering per 0,50 punten maar alleen per hele eenheden.

4.11. In het licht van het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat het ROC haar beslissing voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd. Ter zitting heeft het ROC andermaal toegelicht waarom het inkoopteam de antwoorden op KW5 en KW6 van Hedera, al dan niet in vergelijking met de andere inschrijvers, als onvoldoende concreet heeft beoordeeld. Als voorbeeld heeft zij genoemd dat het ROC er belang aan heeft gehecht dat concreet werd aangegeven wie als ‘Single Point of Contact’ zou fungeren bij de opdrachtnemer, iets waar een of meerdere andere inschrijver(s) concreet aan heeft/hebben voldaan. Ook miste zij de link tussen de waarborgen van het door Hedera gehanteerde systeem van het ‘Service Level Agreement’ en de dienstverlening aan het ROC. Met betrekking tot KW6 heeft het ROC geoordeeld dat Hedera onvoldoende concreet is ingegaan op de meerwaarde die zij een onderwijsinstelling als het ROC biedt. De voorzieningenrechter merkt daarbij op dat de toelichting die ter zitting door Hedera werd gegeven op de MDS-aanpak – namelijk dat voor iedere student een eigen profiel kan worden aangemaakt, waarmee het gebruik van de afdrukapparaten bijvoorbeeld kan worden beperkt in de hoeveelheid prints die worden gemaakt of kan worden beperkt tot zwartwit-kopieën – het oordeel van het inkoopteam dat het bij de inschrijving gegeven antwoord te weinig concreet is, niet anders maakt. Het verwijt, ten slotte, dat het ROC niet van tevoren kenbaar had gemaakt dat de beantwoording ‘SMART’ geformuleerd diende te worden, zoals uit de motivering van de gunningsbeslissing blijkt, is door het ROC ter zitting voldoende gemotiveerd weerlegd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het ROC in dat verband terecht opgemerkt dat geen sprake is geweest van een niet tijdig kenbaar gemaakte nieuwe beoordelingssystematiek, maar slechts van een nadere toelichting op de wijze van beoordeling. Ook dit verweer treft geen doel.
IT 1890

Schade vergoed worden door Europese Unie voor het verlies van een kans

HvJ EU 7 oktober 2015, IT 1890, T-299/11 (European Dynamics tegen BHIM)
Zie eerder IT 1361
. Aanbestedingsrecht. Externe dienstverlening voor programma- en projectbeheer alsook technische bijstand op IT-gebied – Rangschikking van een inschrijver in een cascadeprocedure – Gunningscriteria – Gelijke kansen – Transparantie – Kennelijk onjuiste beoordeling – Motiveringsplicht – Niet-contractuele aansprakelijkheid.
Nietigverklaring van het besluit "Externe dienstverlening voor programma- en projectbeheer alsook technische bijstand op IT-gebied", van het BHIM in het kader van openbare aanbestedingsprocedure A0/021/10. De Europese Unie moet de schade vergoeden die European Dynamics Luxembourg heeft geleden door het verlies van een kans om als eerste contractant in het cascadesysteem de raamovereenkomst toegewezen te krijgen.

Het Gerecht EU verklaart voor recht:
1)      Het besluit van het BHIM, vastgesteld in het kader van openbare aanbestedingsprocedure AO/021/10, met als opschrift „Externe dienstverlening voor programma- en projectbeheer alsook technische bijstand op IT-gebied”, en aan European Dynamics Luxembourg SA meegedeeld bij brief van 28 maart 2011, waarbij haar offerte met het oog op de gunning van een raamovereenkomst als derde is gerangschikt in het kader van het cascadesysteem en de offertes van het consortium Unisys SLU en Charles Oakes & Co. Sàrl, enerzijds, en ETIQ Consortium (by everis en Trasys), anderzijds, respectievelijk als eerste en tweede zijn gerangschikt, wordt nietig verklaard.

2)      De Europese Unie moet de schade vergoeden die European Dynamics Luxembourg heeft geleden door het verlies van een kans om als eerste contractant in het cascadesysteem de raamovereenkomst toegewezen te krijgen.

3)      Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen voor het overige.

4)      Partijen zullen het Gerecht binnen drie maanden na de uitspraak van dit arrest het in onderlinge overeenstemming becijferde bedrag van de vergoeding meedelen.

5)      Bij ontbreken van overeenstemming zullen partijen binnen dezelfde termijn hun berekeningen aan het Gerecht toezenden.

6)      De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden.
IT 1883

Code van een brandmeldalarmsysteem is een zaak in de zin van art. 3:290 juncto 3:2 BW

Vzr. Rechtbank Rotterdam 4 september 2015, IT 1883; ECLI:NL:RBROT:2015:7101 (Hovra Holding tegen gedaagde en PBT Installatietechniek)
Hovra heeft een overeenkomst tot onderaanneming van werk gesloten. Het project heeft betrekking op de nieuwbouw van het Wings Hotel op Rotterdam The Hague Airport. Onder de aangenomen werkzaamheden door gedaagde valt ook de brandmeldinstallatie (BMI). Gedaagde is tekortgeschoten in de uitvoering van de overeenkomst ter zake onderhoud en garanties. Hovra vordert dat de gedaagde wordt geboden om de installateurscode te wijzigen zodat een derde de werkzaamheden kan overnemen. Gedaagde heeft voorwaarden gesteld. De code wordt beschouwt als een zaak in de zin van art. 3:290 juncto 3:2 BW, nu de code gelijk is te stellen met een fysieke sleutel. Gedaagde mag zich niet op een retentierecht beroepen. Gedaagde moet de code onvoorwaardelijk aan Hovra verschaffen.

5.12. Gezien het voorgaande is onvoldoende aannemelijk geworden dat [gedaagde1] is tekortgeschoten in de uitvoering van de overeenkomst ter zake onderhoud en garanties ten aanzien van de BMI. Hierbij wordt ten overvloede nog opgemerkt dat tevens niet aannemelijk is geworden dat de veiligheid van de hotelgasten en het personeel van het hotel wegens een niet goed functionerende BMI thans in het gedrang is. De primaire vordering wordt dan ook afgewezen.

5.13. (...) Niet wordt ingezien dat [gedaagde1] in beginsel de code niet aan Hovra zou behoeven te verschaffen. Daarbij komt dat Hovra niet contractueel gehouden is om [gedaagde1] , nu de BMI is opgeleverd, toegang te blijven verlenen tot de BMI, indien Hovra ervoor kiest de werkzaamheden aan de BMI door een derde te laten verrichten. [gedaagde1] heeft aangevoerd dat zij bereid is de code aan Hovra ter beschikking te stellen, doch zij heeft daaraan de volgende voorwaarden gesteld:
- acceptatie van de gevolgen van de overdracht van de code aan een andere installateur door Hovra;
- verval van garantie en iedere aansprakelijkheid van [gedaagde1] voor de BMI;
- afstand van aansprakelijkheid, korting of verrekening als gevolg van terugzetten code;
- finale kwijting ter zake de BMI. Het is niet gebleken dat [gedaagde1] deze voorwaarden rechtens mag stellen. Door het stellen van deze voorwaarden wordt [gedaagde1] dan ook geacht een beroep te doen op een retentierecht ten aanzien van de code. Hierbij wordt opgemerkt dat de voorzieningenrechter de code beschouwt als een zaak als genoemd in artikel 3:290 juncto 3:2 BW, nu de code in deze gelijk te stellen aan een fysieke sleutel. Op grond van artikel 14 van de overeenkomst is het [gedaagde1] evenwel niet geoorloofd om zich op een retentierecht te beroepen, zodat dit beroep reeds daarom niet kan slagen. Dit betekent dat [gedaagde1] de code onvoorwaardelijk aan Hovra dient te verschaffen, althans de benodigde medewerking dient te verlenen aan het wijzigen van de huidige code in een andere.