Gepubliceerd op woensdag 14 oktober 2026
IT 5580
Hoge Raad ||
6 okt 2026,
Hoge Raad 6 okt 2026,, IT 5580; ECLI:NL:PHR:2026:954 ([Verdachte] tegen het OM), https://www.itenrecht.nl/artikelen/a-g-veroordeling-in-zaak-over-illegale-online-kansspelen-kan-in-stand-blijven-strafvermindering-wegens-termijnoverschrijding

A-G: veroordeling in zaak over illegale online kansspelen kan in stand blijven, strafvermindering wegens termijnoverschrijding

Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2026, IT 5580; ECLI:NL:PHR:2026:954 ([Verdachte] tegen het OM). Advocaat-generaal Sinnige concludeert in een strafzaak die voortkomt uit het onderzoek Rykiel naar het zonder vergunning aanbieden van online kansspelen in Nederland. Het onderzoek richtte zich op een samenwerkingsverband van Nederlandse en buitenlandse vennootschappen dat tussen 2004 en mei 2013 via verschillende websites gokspellen aanbood. De verdachte ontwikkelde en onderhield spelsoftware voor een van deze websites en had aanspraak op 60% van de opbrengsten van de daarop aangeboden spellen. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelde hem op 11 maart 2024 tot een taakstraf van 150 uur wegens deelneming aan een criminele organisatie, medeplegen van gewoontewitwassen, meermalen gepleegde valsheid in geschrift en feitelijk leidinggeven aan door een rechtspersoon medepleegde faillissementsfraude. Van het medeplegen van of feitelijk leidinggeven aan het zonder vergunning aanbieden van online kansspelen werd hij vrijgesproken. In cassatie wordt onder meer geklaagd over verjaring van de tenlastegelegde overtreding van de Wet op de kansspelen (Wok) en de mogelijke gevolgen daarvan voor de overige bewezenverklaarde feiten. Volgens de advocaat-generaal kon het hof het tenlastegelegde aanbieden van online kansspelen in deze zaak aanmerken als één voortdurend delict, waarbij de verjaringstermijn pas begint te lopen na beëindiging van de verboden situatie. Het oordeel van het hof dat het recht tot strafvervolging ten tijde van het hoger beroep nog niet was verjaard, getuigt daarom niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

Ook de overige cassatieklachten kunnen volgens de advocaat-generaal niet tot vernietiging van het arrest leiden. Het hof kon uit de bewijsmiddelen afleiden dat via de onderneming van de verdachte ruim € 1,8 miljoen aan opbrengsten uit illegale online kansspelen was ontvangen en dat sprake was van medeplegen van gewoontewitwassen. Daarnaast acht de advocaat-generaal de bewezenverklaring van valsheid in geschrift voldoende gemotiveerd, omdat de verdachte facturen had opgesteld waarop opbrengsten uit de gokwebsite onder andere omschrijvingen werden verantwoord. Ook de bewezenverklaringen van faillissementsfraude en deelneming aan een criminele organisatie kunnen volgens haar in stand blijven. De vrijspraak van het medeplegen van of feitelijk leidinggeven aan de overtreding van de Wok staat niet aan de veroordeling wegens deelneming aan een criminele organisatie in de weg. De advocaat-generaal concludeert dat geen van de acht cassatiemiddelen slaagt, maar constateert ambtshalve dat de redelijke termijn voor behandeling in cassatie als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM is overschreden. Zij adviseert de Hoge Raad daarom het arrest uitsluitend te vernietigen wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, deze te verminderen en het cassatieberoep voor het overige te verwerpen.

11.1

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. In ieder geval het eerste, het derde, het vierde, het vijfde, het zevende en het achtste middel kunnen worden afgedaan met een aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering. Het zesde middel faalt eveneens, maar omdat de verdachte in eerste aanleg is ontslagen van alle rechtsvervolging met betrekking tot feit 3, ligt afdoening op de voet van art. 81 lid 1 RO ten aanzien van dat middel niet voor de hand.

11.2

Ambtshalve merk ik op dat de Hoge Raad uitspraak gaat doen nadat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak, zoals bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM, op 14 maart 2026 is overschreden. Dat moet leiden tot strafvermindering. Overige gronden die ambtshalve tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven, heb ik niet aangetroffen.

11.3

Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, tot vermindering daarvan, en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.