DOSSIERS
Alle dossiers

Gaming  

IT 5245

"3 Coins" mist onderscheidend vermogen volgens het Gerecht EU

Overige instanties 29 apr 2026, IT 5245; ECLI:EU:T:2026:297 ((Wazdan tegen EUIPO)), https://www.itenrecht.nl/artikelen/3-coins-mist-onderscheidend-vermogen-volgens-het-gerecht-eu

Gerecht EU 29 april 2026, IEF23512, IT5245, ECLI:EU:T:2026:297 (Wazdan tegen EUIPO). In deze zaak heeft het Gerecht van de Europese Unie uitspraak gedaan in het beroep van Wazdan Innovations tegen het EUIPO over de aanvraag van het Uniewoordmerk “3 Coins”. De aanvraag zag op speeljetons, gezelschapsspellen, dobbelstenen, draagbare videospelconsoles, elektronische spellen en diverse softwarediensten in de klassen 28 en 42. De vierde kamer van beroep had geoordeeld dat het teken voor alle betrokken waren en diensten elk onderscheidend vermogen mist. De weigering had geen betrekking op de dienst “ontwerp van onlinespellen” in klasse 42. Wazdan verzocht het Gerecht primair om de bestreden beslissing te wijzigen en subsidiair om vernietiging daarvan. Het Gerecht oordeelde echter dat het niet bevoegd is om de beslissing zodanig te wijzigen dat het merk wordt ingeschreven, en beperkte zich daarom tot een inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot vernietiging. Centraal stond de vraag of het teken “3 Coins” onderscheidend vermogen heeft in de zin van artikel 7, lid 1, onder b, van Verordening (EU) 2017/1001. Het Gerecht herhaalde dat een merk onderscheidend vermogen heeft wanneer het geschikt is om de betrokken waren of diensten te identificeren als afkomstig van een bepaalde onderneming en deze te onderscheiden van die van andere ondernemingen. Deze beoordeling moet plaatsvinden in het licht van de aard van de betrokken 'waren en diensten' en de perceptie van het relevante publiek. Dat publiek bestaat uit het algemene publiek dat geïnteresseerd is in games, kans- en gokspellen, met daarnaast voor bepaalde diensten in klasse 42 een professioneel publiek. Het Gerecht benadrukte dat een teken ook zonder strikt beschrijvend te zijn niet-onderscheidend kan zijn. Het was dus niet vereist dat EUIPO aantoont dat “3 Coins” een concreet kenmerk van de betrokken waren of diensten rechtstreeks beschrijft, zolang het relevante publiek het teken niet als aanduiding van commerciële herkomst zal opvatten. In dit verband oordeelde het Gerecht dat het element “coin” in de spelcontext een gangbaar en betekenisvol begrip is, bijvoorbeeld als middel om een spel te starten, als speleenheid, als beloning of als (virtuele of crypto) valuta.

IT 5241

Wazdan Innovations tegen EUIPO: "1 Coin" mist onderscheidend vermogen voor gaming- en gokdiensten

Overige instanties 29 apr 2026, IT 5241; ECLI:EU:T:2026:296 ((Wazdan Innovations tegen EUIPO)), https://www.itenrecht.nl/artikelen/wazdan-innovations-tegen-euipo-1-coin-mist-onderscheidend-vermogen-voor-gaming-en-gokdiensten

Gerecht EU 29 april 2026, IEF23507, IT5241, ECLI:EU:T:2026:296 (Wazdan tegen EUIPO). In deze zaak heeft het Gerecht van de Europese Unie uitspraak gedaan in het beroep van Wazdan Innovations Ltd tegen het European Union Intellectual Property Office. Het geschil betrof de weigering om het Uniewoordmerk “1 Coin” in te schrijven voor onder meer spellen, gaming-software en gokdiensten. EUIPO had de aanvraag grotendeels afgewezen wegens het ontbreken van onderscheidend vermogen in de zin van artikel 7 lid 1 onder b van Verordening (EU) 2017/1001, ook nadat de lijst van waren en diensten was beperkt. De weigering had geen betrekking op de dienst “ontwerp van online spellen” (conception de jeux en ligne) in klasse 42. Wazdan verzocht het Gerecht primair om de bestreden beslissing te wijzigen en subsidiair om vernietiging daarvan. Het Gerecht oordeelde echter dat het niet bevoegd is om zelf een Uniemerk in te schrijven en beperkte zich daarom tot een inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot vernietiging. Ten aanzien van het onderscheidend vermogen oordeelde het Gerecht dat het relevante publiek, bestaande uit het algemene publiek dat geïnteresseerd is in games, kansspelen en gokdiensten, en deels professionele afnemers met een hoger aandachtsniveau, het teken “1 Coin” zal opvatten als een verwijzing naar spelmechaniek, zoals inzet, spelregels of beloningen. Het element “coin” wordt in de gaming- en gokcontext algemeen gebruikt, onder meer voor fysieke of virtuele munten. Daardoor zal het teken niet worden gezien als een aanduiding van commerciële herkomst, maar als informatieve aanduiding. Het Gerecht bevestigde dat een teken ook zonder strikt beschrijvend te zijn toch niet-onderscheidend kan zijn.

IT 5179

Totaalverbod op online kansspelen niet in strijd met art. 56 VWEU; afwijzing vordering tot rectificatie van OM-persbericht

Gerechtshof Den Haag 10 mrt 2026, IT 5179; ECLI:NL:GHDHA:2026:399 (appellanten tegen de Staat c.s.), https://www.itenrecht.nl/artikelen/totaalverbod-op-online-kansspelen-niet-in-strijd-met-art-56-vweu-afwijzing-vordering-tot-rectificatie-van-om-persbericht

Hof Den Haag 10 maart 2026, IEF 23440; IT 5179; ECLI:NL:GHDHA:2026:399 (appellanten tegen de Staat c.s.). In deze civiele hogerberoepszaak stonden appellanten, onder wie natuurlijke personen en vennootschappen die tussen 2007 en 2014 belangen hielden in vennootschappen die vanuit Malta online kansspelen aanboden, tegenover de Staat en de Kansspelautoriteit. Zij vorderden onder meer een verklaring voor recht dat het in de relevante periode geldende Nederlandse totaalverbod op het aanbieden van online kansspelen in strijd was met art. 56 VWEU, dat het daarop gebaseerde optreden van de Staat en de Kansspelautoriteit onrechtmatig was, schadevergoeding op te maken bij staat, een bevel om de gestelde Unierechtelijke inbreuk te staken en rectificatie van een OM-persbericht van 24 juni 2021. Het hof verwerpt eerst het ontvankelijkheidsverweer van de Staat c.s. en oordeelt dat in elk geval de appellanten die geen verdachten zijn voldoende belang hebben bij hun schadevorderingen, terwijl daarnaast ook voldoende belang bestaat bij de rectificatievordering. Inhoudelijk stelt het hof voorop dat het totaalverbod op online kansspelen weliswaar een beperking vormt van het vrij verkeer van diensten, maar dat die beperking gerechtvaardigd kan zijn door dwingende redenen van algemeen belang, zoals consumentenbescherming en fraudebestrijding. Onder verwijzing naar de rechtspraak van het Hof van Justitie benadrukt het hof dat lidstaten op het terrein van kansspelen, en in het bijzonder online kansspelen, over een ruime beoordelingsmarge beschikken. Een algemeen verbod op online kansspelen kan daarom in beginsel een geschikte maatregel zijn, juist gelet op de specifieke risico’s van online aanbod, zoals anonimiteit, permanente toegankelijkheid en verhoogde risico’s op fraude en gokverslaving. Het hof verwerpt vervolgens ook het betoog dat het verbod wegens beperkte effectiviteit, beperkte uitzonderingen binnen het gereguleerde aanbod of het latere vergunningstelsel van de Wet kansspelen op afstand zijn samenhang of geschiktheid had verloren. Volgens het hof verlangt het Unierecht niet dat steeds de meest effectieve of minst vergaande maatregel wordt gekozen, en evenmin dat de feitelijke effectiviteit van een verbod beslissend is voor de Unierechtelijke toelaatbaarheid ervan.

IT 5137

Geen misbruik van inzagerecht: Unibet-spelers krijgen op grond van art. 15 AVG inzage in transactiegegevens

Rechtbank Amsterdam 24 dec 2025, IT 5137; ECLI:NL:RBAMS:2025:11284 (Eisers tegen Risepoint), https://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-misbruik-van-inzagerecht-unibet-spelers-krijgen-op-grond-van-art-15-avg-inzage-in-transactiegegevens

Rb. Amsterdam 24 december 2025, IT&R 5137; ECLI:NL:RBAMS:2025:11284 (Eisers tegen Risepoint). In dit kort geding bij de rechtbank Amsterdam vorderden negentien voormalige Unibet-spelers dat Risepoint Limited hun op grond van art. 15 AVG inzage zou geven in hun persoonsgegevens, in het bijzonder hun transactiegeschiedenis en transactieoverzichten, zodat zij konden nagaan welke stortingen en opnames zij hadden gedaan. Risepoint had Unibet tot 1 oktober 2021 zonder Nederlandse vergunning op de Nederlandse markt aangeboden. De eisers hadden tussen maart 2024 en januari 2025 inzageverzoeken gedaan, maar daarop was niet tijdig of niet inhoudelijk beslist. De voorzieningenrechter oordeelt eerst dat de Amsterdamse rechter bevoegd is op grond van art. 79 lid 2 AVG en dat ook de vorderingen van buiten Amsterdam wonende eisers gezamenlijk in Amsterdam konden worden behandeld wegens de nauwe samenhang tussen de zaken. Ook is sprake van spoedeisend belang, omdat Risepoint de verzoeken niet binnen de in art. 12 lid 3 AVG genoemde termijn heeft gehonoreerd en zich bovendien in deze procedure op het standpunt stelde daartoe niet verplicht te zijn. De zaak is volgens de rechter ook geschikt voor behandeling in kort geding.

IT 5073

Boete en bindende aanwijzing ACM wegens misleidende game-ontwerpen in Fortnite

Rechtbank Rotterdam 14 jan 2026, IT 5073; ECLI:NL:RBROT:2026:171 (Epic tegen de ACM), https://www.itenrecht.nl/artikelen/boete-en-bindende-aanwijzing-acm-wegens-misleidende-game-ontwerpen-in-fortnite

Rb. Rotterdam 14 januari 2026, IEF 23209; RB 3955; IT 5073; ECLI:NL:RBROT:2026:171 (Epic tegen de ACM). De rechtbank oordeelt dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) terecht een boete van in totaal € 1.125.000 en een bindende aanwijzing heeft opgelegd aan Epic Games International S.à.r.l. wegens overtredingen van de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc) in de spelmodus Fortnite Battle Royale. De rechtbank volgt de ACM in haar oordeel dat Epic kinderen door reclame-uitingen in de game rechtstreeks heeft aangezet tot het doen van aankopen. Daarbij gaat het zowel om het gebruikte taalgebruik (zoals knoppen met teksten als “Buy”, “Get it now” en “Grab it”) als om de vormgeving, waarbij koopknoppen opvallend en voorgeselecteerd waren en alternatieven minder zichtbaar. Dat spelers nog vervolgstappen moesten zetten voordat een aankoop definitief werd, doet volgens de rechtbank niet af aan het rechtstreeks aanzetten tot kopen. Ook is niet relevant of de aankoop daadwerkelijk is gedaan.

IT 4930

Recht op inzage onder AVG weegt zwaarder dan Maltees verweer: Unibet-moederbedrijf moet goktransacties verstrekken

Rechtbank Overijssel 17 jul 2025, IT 4930; ECLI:NL:RBOVE:2025:4820 (Eiser tegen Risepoint), https://www.itenrecht.nl/artikelen/recht-op-inzage-onder-avg-weegt-zwaarder-dan-maltees-verweer-unibet-moederbedrijf-moet-goktransacties-verstrekken

Rb. Overijssel 16 juli 2025, IT 4930; ECLI:NL:RBOVE:2025:4820 (Eiser tegen Risepoint). [Eiser] had vóór 1 oktober 2021 deelgenomen aan online kansspelen bij Unibet, geëxploiteerd door Risepoint Limited, en verzocht in 2025 om inzage in zijn transactiegegevens. Risepoint weigerde deze gegevens te verstrekken, onder verwijzing naar een beperking in de Maltese wetgeving, ondanks eerdere toezending van andere persoonsgegevens. [Eiser] vorderde in kort geding dat Risepoint verplicht zou worden om binnen 14 dagen zijn volledige transactiegegevens te verstrekken, op straffe van een dwangsom, en vroeg tevens een verbod op vernietiging van deze gegevens. Risepoint voerde aan dat zij op grond van de Maltese Restriction Regulation niet verplicht was de transactiegegevens te verstrekken, mede vanwege haar verdedigingsbelang bij mogelijke juridische claims. De voorzieningenrechter oordeelde dat het inzagerecht uit de AVG rechtstreeks van toepassing is en dat de door Risepoint ingeroepen Maltese beperking niet gerechtvaardigd is, omdat deze niet noodzakelijk en evenredig is in de zin van artikel 23 AVG. Daarbij werd overwogen dat transactiegegevens persoonsgegevens zijn en dat het verdedigingsbelang van Risepoint niet zwaarder weegt dan het recht van [eiser] op inzage. De rechter achtte het spoedeisend belang van [eiser] voldoende onderbouwd, mede gezien de persoonlijke gevolgen van zijn gokverslaving en de veranderde houding van Risepoint ten aanzien van het verstrekken van gegevens. De vordering tot inzage werd toegewezen, met de verplichting voor Risepoint om de transactiegegevens in een gangbaar elektronisch formaat te verstrekken. De gevorderde dwangsom werd eveneens toegewezen, terwijl het verbod op vernietiging van gegevens werd afgewezen wegens gebrek aan belang. Risepoint werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

IT 4905

Uitspraak ingezonden door Jurre Reus, Diederik van der Kooij, Frank van Es en Marco Moeskops, Houthoff.

Commanditaire vennootschap Gokverliesterug valt buiten reikwijdte artikel 80 AVG

Rechtbank Amsterdam 7 jul 2025, IT 4905; ECLI:NL:RBAMS:2025:4721 (Gokverliesterug tegen Kindred Groep en Risepoint), https://www.itenrecht.nl/artikelen/commanditaire-vennootschap-gokverliesterug-valt-buiten-reikwijdte-artikel-80-avg

Vzr. Rb. Amsterdam 7 juli 2025, IT 4905; ECLI:NL:RBAMS:2025:4721 (Gokverliesterug tegen Kindred Groep en Risepoint). Kindred Groep biedt wereldwijd online kansspelen aan. Dit doet zij onder meer onder het merk Unibet. Risepoint behoorde tot 31 december 2024 tot Kindred en is sindsdien verkocht. Om online bij de gedaagden te kunnen gokken, moet een speler zich registreren via een of meerdere websites van gedaagden en akkoord gaan met de algemene voorwaarden, waardoor een kansspelovereenkomst tot stand komt. Gokverliesterug stelt vorderingen tegen casino-exploitanten in namens spelers die verliezen hebben geleden. Gokverliesterug vordert gedaagden te bevelen aan iedere speler inzage te geven in de persoonsgegevens die ze van die speler hebben verwerkt. Ten tweede vragen ze informatie over wie de verwerkingsverantwoordelijke is per website, de onderlinge verstrekking van persoonsgegevens voor iedere website, en de doeleinden van de verwerkingen voor iedere website. Tot slot vordert Gokverliesterug gedaagden te verbieden om persoonsgegevens van spelers te wissen.

IT 4898

Gokreclame in kinderspel "Frozen Free Fall" in strijd met goede smaak en fatsoen

Overige instanties 6 jun 2025, IT 4898; 2025/00163 (Klager tegen verweerder), https://www.itenrecht.nl/artikelen/gokreclame-in-kinderspel-frozen-free-fall-in-strijd-met-goede-smaak-en-fatsoen

RCC 6 juni 2025, RB 3914, IT 4898; 2025/00163 (Klager tegen verweerder). Tijdens het spel “Frozen Free Fall”, mede gericht op kinderen, werd reclame vertoond voor het gokspel “Nile Jelly Leap”, waarbij verwezen werd naar de App Store. Klager acht dit ongeschikt gezien de aard van het spel en de jonge doelgroep. De voorzitter beoordeelt de klacht op grond van artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC), dat betrekking heeft op goede smaak en fatsoen. Hoewel dit subjectieve normen betreft, acht de voorzitter het aannemelijk dat het kinderspel een jong publiek bereikt. Het tonen van gokreclame in een dergelijke context is ongeschikt en daarmee in strijd met deze norm. De reclame-uiting is in strijd met artikel 2 NRC, voor zover deze tijdens een spel wordt getoond dat (mede) is gericht op kinderen. De voorzitter beveelt adverteerder aan om niet opnieuw op deze wijze reclame te maken.

IT 4884

Prejudiciële vragen over Italiaans reclameverbod voor kansspelen

HvJ EU 7 mrt 2025, IT 4884; C-194/25 (Leovegas Gaming tegen Autorità per le Garanzie nelle Comunicazioni), https://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-over-italiaans-reclameverbod-voor-kansspelen

HvJEU 7 maart 2025, RB 3907, IT 4884; C-194/25 (Leovegas Gaming tegen Autorità per le Garanzie nelle Comunicazioni). Leovegas Gaming is een in Malta gevestigde aanbieder van online kansspelen. Sinds 2017 is zij in Italië actief op basis van een concessie verleend door de agentschap douane en monopolie (de ADM). Op 17 oktober 2019 heeft de Italiaanse communicatieautoriteit een geldboete opgelegd aan Leovegas wegens schending van het verbod op (in)directe reclame voor kansspelen, vastgelegd in artikel 9 van dl.l. nr. 87/2018. De TAR Latium wijst het beroep van Leovegas af, waarop zij hoger beroep instelt bij de Consiglio di Stato, de verwijzende rechter. Leovegas betoogt dat het Italiaanse reclameverbod voor kansspelen in strijd is met het EU-recht. Zij stelt dat haar activiteiten onder het begrip “diensten van de informatiemaatschappij” vallen in de zin van artikel 1, lid 1, onder b), van richtlijn 2015/1535, waardoor het verbod als technisch voorschrift vooraf aan de Europese Commissie had moeten worden gemeld volgens artikel 5, lid 1 van de richtlijn. Omdat dit niet is gebeurd, zou de rechter het verbod buiten toepassing moeten laten en het bestreden besluit nietig moeten verklaren. Daarnaast voert Leovegas aan dat reclameverbod een beperking vormt van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten binnen de Unie (artikel 49 en 56 VWEU), en vanuit dat oogpunt in strijd is met de beginselen van noodzakelijkheid, evenredigheid (artikel 5, lid 4 VEU) en het beginsel van loyale samenwerking (artikel 4, lid 3 VEU). Bovendien stelt Leovegas dat het verbod in strijd is met het non-discriminatiebeginsel, omdat geen onderscheid wordt gemaakt tussen illegale en legale marktdeelnemers. Tot slot beroept Leovegas zich op het rechtszekerheidsbeginsel en het beginsel van gewettigd vertrouwen, nu zij sinds 2017 met een geldige concessie actief is en daarop investeringen heeft gebaseerd.

IT 4646

HvJ EU over uitdrukkingswijze van een computerprogramma

HvJ EU 17 okt 2024, IT 4646; ECLI:EU:C:2024:88 (Sony tegen Datel), https://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-over-uitdrukkingswijze-van-een-computerprogramma

HvJ EU 17 oktober 2024, IEF 22325, IT 4646; ECLI:EU:C:2024:88 (Sony tegen Datel) In deze zaak heeft Sony aangevoerd dat Datel de auteursrechten van Sony heeft geschonden door zonder haar toestemming wijzigingen aan te brengen in een computerprogramma waarop Sony auteursrecht bezit. De verwijzende rechter vraagt aan het Hof of het gebruik van de Datel-software inbreuk maakte op de bescherming van Sony's computerprogramma's, hoewel het niet de bron- of doelcode wijzigt, maar wel de inhoud van variabelen die in het werkgeheugen van de console worden opgeslagen tijdens het spel.