29 sep 2026,
Beëindiging samenwerking door Booking wegens onbetaalde facturen voorshands gerechtvaardigd
Hof Amsterdam 29 september 2026, IT 5575; ECLI:NL:GHAMS:2026:2767 (Booking tegen SHA). Het hof oordeelt in kort geding over de beëindiging door Booking.com van haar overeenkomst met Swiss Hotel Apartments SA (SHA), een exploitant van ruim zeventig appartementen in Zwitserland. Booking had de overeenkomst in maart 2025 met onmiddellijke ingang beëindigd en SHA van haar platform verwijderd wegens vermeende betrokkenheid bij creditcardfraude. Volgens Booking wezen onder meer een groot aantal chargebacks, snelle incassering van betalingen en een reservering onder een fictieve naam met een daaropvolgende review op frauduleus handelen. Het hof acht echter onvoldoende aannemelijk dat een bodemrechter de beëindiging wegens fraude gerechtvaardigd zal achten. De door Booking gebruikte statistische fraudedetectiegegevens bieden onvoldoende inzicht in de wijze waarop reserveringen als frauduleus worden aangemerkt. Bovendien kunnen chargebacks ook andere oorzaken hebben dan fraude en is onvoldoende onderbouwd dat SHA bij creditcardfraude betrokken was. Ook de eenmalige reservering onder een fictieve naam, die volgens SHA bedoeld was om een nieuw betalingsmodel te testen, rechtvaardigt voorshands geen beëindiging wegens fraude. Ten aanzien van de daaropvolgende review oordeelt het hof dat, voor zover deze een contractuele beëindigingsgrond oplevert, een beroep daarop naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarbij weegt het hof onder meer de langdurige samenwerking, het belang van SHA bij toegang tot het platform en de beschikbaarheid van minder vergaande maatregelen mee.
Booking had de overeenkomst vervolgens bij brief van 20 november 2025 opnieuw beëindigd, ditmaal per 1 januari 2026, mede vanwege onbetaalde facturen voor aan gasten vergoede kosten. Het hof acht voldoende aannemelijk dat deze beëindiging op grond van artikel 7.3 (iii) van de toepasselijke algemene voorwaarden in een bodemprocedure standhoudt. SHA had in ieder geval een deel van de facturen onbetaald gelaten en onvoldoende onderbouwd dat bepaalde bedragen al aan gasten waren terugbetaald. Schermafdrukken uit haar hotelmanagementsysteem MEWS vormden daarvoor onvoldoende bewijs, omdat daaruit niet kon worden afgeleid welke betalingen daadwerkelijk aan welke gasten waren verricht. Ook het beroep van SHA op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid slaagt voorshands niet. Het hof benadrukt dat Booking belang heeft bij een controleerbare financiële afwikkeling met haar accommodatiepartners. Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter, met dien verstande dat de daarin uitgesproken geboden en verboden en de daaraan verbonden dwangsom slechts gelden tot 1 januari 2026. De in hoger beroep gewijzigde vorderingen van SHA worden afgewezen en iedere partij draagt haar eigen proceskosten in hoger beroep.
6.20.
SHA heeft aangevoerd dat de facturen in ieder geval gedeeltelijk zien op vergoeding door Booking van kosten van gasten die al betaald zijn (dubbele betalingen). SHA heeft toegelicht dat zij als bewijs dat het gaat om dubbele betalingen schermafdrukken van haar property management systeem, MEWS, aan Booking heeft verstrekt maar dat Booking die afdrukken niet als bewijs accepteert. Ook als sprake zou zijn van dubbele betalingen betekent dat echter niet zonder meer dat SHA de facturen onbetaald mocht laten. Het staat tussen partijen bovendien niet ter discussie dat MEWS een hotelmanagementsysteem is dat boekingen en betalingen bijhoudt. Het is echter geen betalingssysteem; betalingen worden separaat bancair verricht. Op de schermafdrukken van dit hotelmanagementsysteem worden weliswaar betalingen aan gasten vermeld, maar op de onderliggende bankafschriften is alleen een geaggregeerd bedrag zichtbaar van betalingen van SHA aan gasten. Uit de bankafschriften blijkt niet aan welke gast zij wanneer welk bedrag heeft betaald. SHA heeft op basis van enkel de schermafdrukken van het hotelmanagementsysteem voorshands niet voldoende aannemelijk gemaakt dat en/of welke door Booking aan SHA gezonden facturen betrekking hebben op kosten die SHA al aan de gast heeft betaald. SHA heeft verder aanvankelijk aangevoerd dat een deel van de facturen van Booking zag op reserveringen geplaatst via reisbureau Tek Travels, waarmee SHA op 10 september 2025 een schikking heeft getroffen die met Booking is gedeeld. Ook daaruit zou volgen dat de facturen betrekking hebben op betalingen die al aan gasten zijn gedaan. Ter zitting in hoger beroep heeft SHA echter erkend dat de facturen geen betrekking hebben op de Tek Travels schikking. Dit volgt overigens ook voldoende uit de onbetwist gebleven stelling van Booking, zowel in de brief van 20 november 2025 als in deze procedure, dat dit blijkt uit een lijst met reserveringen genoemd bij de schikkingsovereenkomst.
6.21.
Ter zitting in hoger beroep heeft SHA aangevoerd dat de facturen bovendien betrekking hebben op terugbetalingen door Booking op non refundable reserveringen of op kosten waarover met de gast een discussie loopt over de vraag of SHA deze terecht in rekening heeft gebracht (betwiste complaints). SHA heeft desgevraagd echter niet kunnen bevestigen dat de facturen van Booking allemaal zien op dubbele betalingen, non refundable reserveringen of betwiste claims van gasten, en dat zij niet ook betrekking hebben op terechte claims van gasten die betaald dienden te worden. SHA heeft evenmin kunnen aangeven welk deel van de openstaande vordering van Booking ziet op vergoeding door Booking aan gasten die al door SHA waren terugbetaald en/of zagen op non refundable boekingen of betalingen waarover een dispuut liep. Het is dus ook niet duidelijk geworden of het daarbij gaat om een gering deel van het (aanzienlijke) openstaande bedrag van de facturen van ongeveer € 130.000. SHA heeft in deze procedure in het geheel niet inzichtelijk gemaakt hoeveel gasten zij wel en hoeveel zij niet heeft terugbetaald, om welke redenen en hoe deze betalingen in verband staan met de facturen. Dat had wel op haar weg gelegen, omdat zij in elk geval vanaf november 2025 op de hoogte was van deze beëindigingsgrond en de door Booking gegeven onderbouwing, en zij een en ander ter beoordeling aan het hof heeft voorgelegd.
6.22.
Het hof is in het licht van het voorgaande voorshands van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat SHA (in ieder geval een deel van) de facturen ten onrechte niet heeft voldaan en dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat Booking de overeenkomst daarom per 1 januari 2026 mocht beëindigen op grond van artikel 7.3 (iii) GDT.
6.23.
SHA heeft gesteld dat de beëindiging van de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de facturen zien op oude customer complaint costs en Booking deze pas na het kort geding heeft verstuurd, dat haar betalingsproblemen door de onrechtmatige beëindiging door Booking zijn veroorzaakt, dat Booking de schermafdrukken uit MEWS niet als betalingsbewijs heeft aanvaard en dat het gaat om een langdurige samenwerking. Deze omstandigheden kunnen, ook in samenhang bezien, een voorshands oordeel dat een beroep op beëindiging vanwege onbetaalde facturen door Booking naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zal worden bevonden, echter niet dragen. Dat Booking de facturen pas na het kort geding heeft verstuurd doet niet eraan af dat voldoende aannemelijk is dat in ieder geval een deel van die facturen ten onrechte onbetaald is gebleven. De facturen zien op customer complaint costs uit de periode juli, augustus en december 2024 en mei, juni en juli 2025 en betreffen, voor zover al relevant, dus niet (alleen) “oude” kosten. SHA heeft niet gesteld en/of inzichtelijk gemaakt dat van de facturen die zij onbetaald heeft gelaten slechts een zeer gering bedrag betrekking heeft op terechte claims van gasten. Booking heeft nader toegelicht dat haar eigen administratie voor haar leidend is bij de vraag of een gast nog niet is voldaan. Zij heeft verder erop gewezen dat uit de schermafdrukken ook niet volgt dat daadwerkelijk is betaald, omdat een hotelmanagementsysteem geen betalingssysteem is. Zij heeft aangevoerd dat van haar, mede gezien het grote aantal transacties via haar platform, niet kan worden gevergd dat zij uit de combinatie tussen de geaggregeerde bedragen op de bankafschriften en die schermafdrukken zelf zou moeten afleiden welke betalingen SHA aan welke gasten heeft gedaan. Deze toelichting komt het hof niet onbegrijpelijk of onredelijk voor. Dat SHA geen individuele bankafschriften kan verstrekken door de manier waarop MEWS is ingericht, komt voor haar rekening en doet daaraan niet af; SHA heeft ook niet op andere wijze aannemelijk gemaakt dat zij gasten al heeft betaald, bijvoorbeeld door een verklaring van de accountant of van (enkele van de) betreffende gasten. Ook als de betalingsproblemen van SHA (mede) zijn veroorzaakt door de beëindiging door Booking, is voorshands niet voldoende aannemelijk dat dat toereikend is voor het oordeel dat beëindiging van de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Zoals SHA belang heeft bij toegang tot het platform van Booking, zo heeft Booking belang bij een samenwerking met haar partners waarin ook de onderlinge financiële afwikkeling, mede in het belang van de gasten, conform afspraak en controleerbaar verloopt. Van Booking kan niet worden verwacht dat zij een samenwerking in stand laat waarbij SHA telkens beweert klanten met klachten al te hebben vergoed maar dat niet kan staven op een werkbare en/of overtuigende manier. Een afweging van belangen leidt niet tot een ander oordeel.