Gepubliceerd op woensdag 4 november 2026
IT 5628
Rechtbank Amsterdam ||
26 aug 2026,
Rechtbank Amsterdam 26 aug 2026,, IT 5628; ECLI:NL:RBAMS:2026:8461 ([eiser] tegen ACT Commodities), https://www.itenrecht.nl/artikelen/concurrentiebedingen-blijven-van-kracht-bij-ontwikkeling-ai-platform

Concurrentiebedingen blijven van kracht bij ontwikkeling AI-platform

Rb. Amsterdam 26 augustus 2026, IT 5628; ECLI:NL:RBAMS:2026:8461 ([eiser] tegen ACT Commodities). In deze zaak tussen [eiser] en ACT Commodities, Stichting Administratiekantoor Montauk III en Sustainable Market Solutions Holding staat de vraag centraal of concurrentie- en relatiebedingen de lancering van een AI-platform door een voormalig werknemer mogen beperken. [eiser] was werkzaam bij ACT, een onderneming die actief is op de energie- en milieumarkten en onder meer handelt in energiebesparingscertificaten (white certificates). Na beëindiging van zijn dienstverband wil [eiser] een AI-platform ontwikkelen waarmee gebruikers hun handelsactiviteiten kunnen automatiseren en optimaliseren en toegang krijgen tot de markt voor deze certificaten. Hij vordert daarom schorsing van de concurrentie- en relatiebedingen in zijn arbeidsovereenkomst en in een afzonderlijke overeenkomst over werknemersparticipatie.

De kantonrechter oordeelt dat het voorgenomen AI-platform deels concurreert met de activiteiten van ACT, omdat het eveneens toegang biedt tot de markt voor white certificates. Daarbij weegt mee dat [eiser] in zijn voormalige leidinggevende functie toegang had tot concurrentiegevoelige informatie over onder meer prijzen, contracten en belangrijke klantrelaties. Gelet op deze belangen en de mogelijkheid voor [eiser] om andere, niet-concurrerende werkzaamheden te verrichten, ziet de kantonrechter geen aanleiding om de bedingen in de arbeidsovereenkomst te schorsen. Voor de concurrentie- en relatiebedingen in de overeenkomst over werknemersparticipatie geldt volgens de kantonrechter een ander toetsingskader. Omdat deze overeenkomst niet tussen werkgever en werknemer is gesloten, is artikel 7:653 BW niet van toepassing en bestaat geen aanleiding voor analoge toepassing daarvan. De bedingen moeten worden beoordeeld aan de hand van artikel 6:248 lid 2 BW. Hoewel de looptijd van twee jaar relatief lang is, acht de kantonrechter deze niet buitensporig, mede vanwege de financiële voordelen die de werknemersparticipatie kan bieden. Ook deze bedingen worden niet geschorst. De kantonrechter wijst daarnaast de tegenvorderingen van ACT af. Van daadwerkelijke betrokkenheid bij een concurrerende onderneming is nog niet gebleken, nu [eiser] niet verder is gekomen dan het uitwerken van ideeën en een begin met het schrijven van software. Ook bestaat onvoldoende belang bij een aanvullend concurrentieverbod met dwangsom, omdat de bestaande overeenkomsten al in een verbod en contractuele boetes voorzien.

4.6 [eiser] heeft in beperkte mate aangegeven wat het AI-platform dat hij wil ontwikkelen behelst. Het zou gaan om een platform dat gebruikers in staat stelt om hun activiteiten rondom energie-efficiëntie vanuit één plek aan te sturen. Hiertoe worden functionaliteiten aangeboden. Wat van de overige functionaliteiten ook zij, duidelijk is in ieder geval dat zijn platform de mogelijkheid wil bieden tot het aan- en verkopen van white certificates. Het toegang bieden tot de markt in white certificates is een activiteit die door ACT wordt ondernomen. Aangenomen wordt dan ook dat [eiser] via het platform voornemens is te gaan concurreren met ACT.

4.11 Volgens [eiser] is het relatie- en concurrentiebeding in de DRSA vernietigbaar als deze langs de meetlat van artikel 7:653 BW wordt gelegd. Dit is echter niet de juiste maatstaf. Artikel 7:653 BW stelt regels aan een beding tussen werkgever en werknemer. De DRSA is echter aangegaan tussen [eiser] enerzijds en STAK en SMS anderzijds. Werkgever ACT is dus geen partij bij deze overeenkomst. Dit betekent dat het hier geen beding betreft tussen een werkgever en werknemer. Het beding beschermt in eerste instantie de belangen van de mede-certificaathouders en de aandeelhouders van SMS. Het stond [eiser] ook geheel vrij om al dan niet certificaathouder te worden en de DRSA overeen te komen. De DRSA is drie jaar later aangegaan dan de arbeidsovereenkomst en maakt hiervan geen deel uit. De kantonrechter ziet dus geen reden voor analoge toepassing van artikel 7:653 BW. Dat alleen enkele werknemers en personen die nauw betrokken zijn bij ACT in aanmerking komen voor deelname aan de STAK, maakt niet dat sprake moet zijn van een ander toetsingskader.

4.19 De vordering om [eiser] te veroordelen tot afgifte van gegevens over zijn AI-platform op straffe van een dwangsom zal worden afgewezen. Naar zeggen van [eiser] is hij niet verder in de ontwikkeling van dit platform dan ideeën in zijn hoofd en een zelf gemaakt begin met het schrijven van software voor het platform op zijn eigen laptop. De kantonrechter overweegt dat niet is gebleken dat momenteel van meer sprake is dan enkele, niet vastomlijnde plannen van [eiser]. Van een opgerichte onderneming, website of communicatie met derden over zijn plannen, is niet gebleken. Van betrokkenheid bij een concurrerende onderne