Gepubliceerd op dinsdag 17 maart 2026
IT 5141
Rechtbank Gelderland ||
23 jul 2025
Rechtbank Gelderland 23 jul 2025, IT 5141; ECLI:NL:RBGEL:2025:11617 (Primedinners tegen Media Artists ), https://www.itenrecht.nl/artikelen/exoneratiebeding-van-softwareontwikkelaar-houdt-stand-na-verwijzing-naar-schadestaat

Exoneratiebeding van softwareontwikkelaar houdt stand na verwijzing naar schadestaat

Rb. Gelderland 23 juli 2025, IT&R 5141; ECLI:NL:RBGEL:2025:11617 (Primedinners tegen Media Artists). In deze procedure stond vast dat Media Artists tegenover Primedinners aansprakelijk was wegens tekortkoming in de nakoming van een samenwerkingsovereenkomst uit 2017 over de ontwikkeling van websites, een app en een softwareplatform; dat was reeds bindend beslist in eerdere arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof had geoordeeld dat partijen, in afwijking van de algemene voorwaarden, fatale oplevertermijnen waren overeengekomen, dat Media Artists die termijnen had overschreden en daardoor van rechtswege in verzuim was geraakt, en dat Primedinners de overeenkomst daarom op 23 november 2018 rechtsgeldig buitengerechtelijk had ontbonden. Omdat de schade nog niet kon worden begroot, had het hof de zaak verwezen naar de schadestaatprocedure en daarbij overwogen dat een beroep van Media Artists op het exoneratiebeding uit haar algemene voorwaarden in die procedure moest worden beoordeeld. In de onderhavige bodemprocedure vorderde Primedinners vervolgens een verklaring voor recht dat de aansprakelijkheid van Media Artists niet op grond van dat beding was uitgesloten of beperkt. De rechtbank verwerpt het niet-ontvankelijkheidsverweer van Media Artists: de verwijzing door het hof naar de schadestaatprocedure was geen bindende eindbeslissing over een geschilpunt tussen partijen, zodat Primedinners het geschil over het exoneratiebeding ook in deze afzonderlijke procedure aan de rechtbank kon voorleggen. Eveneens oordeelt de rechtbank dat de algemene voorwaarden van Media Artists op de samenwerkingsovereenkomst van toepassing zijn, nu dat punt door het hof reeds was beslist en dus gezag van gewijsde heeft; het enkele feit dat partijen later van art. 2.2 van die voorwaarden zijn afgeweken, betekent niet dat de algemene voorwaarden als geheel buiten toepassing zijn geraakt.

De rechtbank komt vervolgens tot het oordeel dat het beroep van Media Artists op het exoneratiebeding niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarbij stelt zij voorop dat deze maatstaf terughoudend moet worden toegepast en dat alle relevante omstandigheden in onderlinge samenhang moeten worden gewogen. De door Primedinners aangevoerde omstandigheden leiden volgens de rechtbank niet tot terzijdestelling van het beding: een dergelijke aansprakelijkheidsbeperking is in de IT-sector niet ongebruikelijk; het verschil in maatschappelijke positie tussen partijen is onvoldoende groot; Primedinners heeft de algemene voorwaarden weliswaar pas laat ontvangen, maar zonder bezwaar aanvaard en ervoor gekozen daarover niet te onderhandelen of juridische bijstand in te roepen; en van reflexwerking van art. 6:236 en 6:237 BW is geen sprake, omdat het ging om een zakelijke overeenkomst die rechtstreeks verband hield met de ondernemingsactiviteit van Primedinners. Ook de aard van de samenwerking, de afhankelijkheid van Primedinners, de tekst van het beding, de gestelde wanverhouding tussen de schade en het aansprakelijkheidsplafond, en de eventuele verzekering van Media Artists brengen de rechtbank niet tot een ander oordeel. De aansprakelijkheid blijft daarom beperkt tot het bedrag dat Primedinners voor de opdracht aan Media Artists heeft betaald, te weten € 58.080; andere bedragen, zoals de waarde van eerder ontwikkelde software of vergoedingen voor andere opdrachten, vallen daar niet onder. Verder benadrukt de rechtbank dat Primedinners in deze procedure niet alsnog een andere of ruimere aansprakelijkheidsgrondslag aan de zaak ten grondslag kan leggen dan reeds door het hof was vastgesteld: na verwijzing naar schadestaat blijft de in de hoofdzaak vastgestelde grondslag bindend. Nu uit de hofarresten niet volgt dat sprake was van opzet, grove schuld of zodanig ernstige verwijtbaarheid dat het exoneratiebeding buiten toepassing moet blijven, wijst de rechtbank de vorderingen af en veroordeelt zij Primedinners in de proceskosten van € 7.870, vermeerderd met nakosten.

4.12.

Primedinners heeft gesteld dat het exoneratiebeding niet past bij de aard en inhoud van de overeenkomst en de intensiteit van de samenwerking met Media Artists. In dat verband heeft Primedinners in de kern gesteld dat partijen beoogden een meerjarige samenwerking aan te gaan, Primedinners aan Media Artists volledige inzage in en toegang tot de bestaande software, bedrijfsvoering en klantenkring heeft gegeven, Primedinners voor de ontwikkeling van de nieuwe software geheel afhankelijk was van Media Artists en Media Artists niet alleen tegen betaling software zou ontwikkelen maar die software ook zelf zou mogen gebruiken. Volgens Primedinners was daarom geen sprake van een normale opdrachtgever-opdrachtnemer relatie waarin een exoneratiebeding verwacht kan worden, maar veeleer van een joint-venture-achtige situatie waarin een exoneratiebeding volgens Primedinners uitdrukkelijk niet past. Volgens Primedinners was Media Artists zich vanaf het begin van de samenwerking ervan bewust dat de belangen voor Primedinners groot waren en dat het voortbestaan van haar onderneming afhing van de ontwikkeling van de software door Media Artists. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Media Artists echter terecht aangevoerd dat de door Primedinners geschetste samenwerking niet afdoet aan de aansprakelijkheidsrisico’s die Media Artists loopt, zodat vanuit het oogpunt van Media Artists niet valt in te zien dat een exoneratiebeding niet zou passen bij de door Primedinners geschetste samenwerking. Daar komt nog bij dat Media Artists onweersproken heeft aangevoerd dat zij tegen kostprijs werkte en pas later een voordeel zou genieten in de vorm van het gebruik van de te zijner tijd ontwikkelde software. Dat maakt des te minder dat een exoneratiebeding niet zou passen, omdat Media Artists eventuele risico’s niet heeft verdisconteerd in de geldelijke vergoeding voor haar werk. Dat partijen gedurende de ontwikkeling van de software nauw hebben samengewerkt en Media Artists de door Primedinners gestelde inzage en toegang heeft gekregen, is nu eenmaal de werkwijze die partijen zijn overeengekomen. Dat Primedinners zich daarbij afhankelijk heeft gemaakt van Media Artists beoordeelt de rechtbank als een commerciële keuze van Primedinners. Onderaan de streep is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een commercieel project waar beide partijen na een uitvoerige onderhandeling weloverwogen zijn ingestapt met de verwachting daar hun voordeel mee te doen. De aard en inhoud van de overeenkomst en de wederzijds kenbare belangen maken derhalve niet dat het beroep van Media Artists op het exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.