27 mei 2026,
Geen aansprakelijkheid van bestuurders en groepsvennootschappen voor onverhaalbare boetevordering
Rb. Den Haag 27 mei 2026, IT 5355; ECLI:NL:RBDHA:2026:14022 (Talisman tegen Lemontree c.s.). Talisman Software B.V. en Lemontree Interim Solutions B.V. (LIS) hadden een mantelovereenkomst gesloten voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten voor ICT-diensten. In strijd met het daarin opgenomen exclusiviteitsbeding leende LIS een via Talisman ingezette arbeidskracht zonder toestemming rechtstreeks uit aan een klant. LIS werd daarom bij vonnis van 14 februari 2024 veroordeeld tot betaling van € 193.000 aan contractuele boetes, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Nadat de bedrijfsactiviteiten van LIS waren beëindigd en tot liquidatie was besloten, stelde Talisman Lemontree Holding B.V., Lemontree B.V., de indirect bestuurder en een gevolmachtigde aansprakelijk voor het niet kunnen verhalen van haar vordering. Volgens Talisman hadden zij toegelaten dat LIS haar contractuele verplichtingen schond, LIS bewust leeggehaald of betalingsonmacht gecreëerd, een op Lemontree Holding als moedervennootschap rustende zorgplicht geschonden en misbruik gemaakt van het identiteitsverschil tussen LIS en Lemontree B.V.
De rechtbank wijst alle vorderingen af. De gevolmachtigde kon niet op grond van bestuurdersaansprakelijkheid worden aangesproken, omdat Talisman onvoldoende had onderbouwd dat hij bestuurder van LIS was geweest. Voor externe aansprakelijkheid van Lemontree Holding en de indirect bestuurder op grond van artikel 6:162 BW is vereist dat hun persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Die hoge drempel is niet gehaald. Het bestuur was aanvankelijk niet bekend met de contractschending door een werknemer en heeft na ontdekking intern onderzoek verricht, geprobeerd de verhouding met Talisman te herstellen en de rechtstreekse inzet beëindigd. Ook is niet gebleken dat LIS bewust is leeggehaald of dat haar betalingsonmacht is gecreëerd om verhaal door Talisman te frustreren; de stukken wezen juist op een zeer slechte bedrijfseconomische situatie. Lemontree Holding is evenmin aansprakelijk wegens schending van een zorgplicht, omdat niet is gesteld dat zij bij Talisman een schijn van kredietwaardigheid van LIS had gewekt en niet is onderbouwd dat zij wist of behoorde te weten dat LIS de nieuwe boetevorderingen niet zou kunnen voldoen. Ten slotte is geen sprake van misbruik van identiteitsverschil of vereenzelviging: LIS en Lemontree B.V. verrichtten verschillende activiteiten, Talisman wist met welke vennootschap zij contracteerde en de activiteiten van LIS zijn niet in Lemontree B.V. voortgezet. Talisman wordt veroordeeld in de proceskosten van € 12.820.
4.18.
Voor de vraag of sprake is van misbruik van identiteitsverschil of grond bestaat voor vereenzelviging van rechtspersonen is het Rainbow-arrest richtinggevend.6 De Hoge Raad heeft in dit arrest geoordeeld dat door degene die (volledige of overheersende) zeggenschap heeft over twee rechtspersonen, misbruik kan worden gemaakt van het identiteitsverschil tussen deze rechtspersonen. Het maken van dergelijk misbruik dient volgens de Hoge Raad te worden aangemerkt als een onrechtmatige daad, die verplicht tot het vergoeden van de schade die door het misbruik aan derden wordt toegebracht. Deze verplichting tot schadevergoeding rust dan niet alleen op de persoon die met gebruikmaking van zijn zeggenschap de betrokken rechtspersonen tot medewerking aan dat onrechtmatig handelen heeft gebracht, maar ook op deze rechtspersonen zelf, omdat het ongeoorloofde oogmerk van degene die hen beheerst rechtens dient te worden aangemerkt als een oogmerk ook van henzelf. Vereenzelviging van de betrokken rechtspersonen kan, in zeer uitzonderlijke omstandigheden, de meest aangewezen vorm van redres zijn.
4.19.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft Lemontree Holding geen misbruik gemaakt van het identiteitsverschil tussen LIS en Lemontree B.V. Uit hetgeen Lemontree c.s. naar voren heeft gebracht, en door Talisman niet is weersproken, blijkt dat Lemontree B.V. en LIS andere bedrijfsactiviteiten verrichtten. LIS hield zich enkel bezig met arbeidsbemiddeling voor ICT-gerelateerde werkzaamheden en Lemontree B.V. richtte (en richt) zich enkel op het aanbieden van ICT-diensten. Niet gebleken is bovendien dat daarover bij Talisman ooit enige verwarring heeft bestaan; zij heeft de mantelovereenkomst met LIS gesloten en ook heeft zij LIS in rechte aangesproken op het moment dat haar bleek van een schending van die overeenkomst. Verder is niet komen vast te staan dat de activiteiten van LIS zijn gecontinueerd in Lemontree B.V. Door Lemontree c.s. is betoogd, en door Talisman is niet weersproken, dat de bedrijfsactiviteiten van LIS met ingang van 1 april 2024 definitief zijn beëindigd. De twee op dat moment nog lopende opdrachten zijn overgedragen aan een concurrent, en dus niet aan Lemontree B.V.
4.20.
Nu van misbruik van identiteitsverschil geen sprake is, bestaat geen grond voor het aannemen van aansprakelijkheid van Lemontree Holding en/of Lemontree B.V.