IT 3228

Geen vergoeding voor gemaakte kosten distributie Turkse tv-kanalen

Rechtbank Rotterdam 8 juli 2020, IT 3228; ECLI:NL:RBROT:2020:6771 (Local Insert tegen Samanyolu c.s.) Telecommunicatierecht. Contractenrecht. Local Insert distribueert buitenlandse tv-kanalen aan uitzendorganisaties. Samanyolu c.s. zijn eigenaren van Turkse tv-kanalen. Partijen komen een ‘Memorandum of Understanding’ (MOU) overeen, waarin zij afspreken dat Local Insert investeringen gaat doen in Australië, zodat de kanalen van Samanyolu c.s. daar gedistribueerd kunnen worden. In de MOU zijn partijen de ontbindende voorwaarde overeengekomen dat Local Insert de kanalen zo snel mogelijk uitzendt na ondertekening van de overeenkomst. Volgens Samanyolu c.s. laat deze zogenaamde ‘Launch date’ te lang op zich wachten en zij beëindigen de samenwerking. Local Insert vordert een verklaring voor recht dat Samanyolu c.s. de samenwerking niet rechtsgeldig heeft beëindigd en vergoeding van de gemaakte kosten.

Volgens Local Insert heeft zij aan de overeengekomen Launch date voldaan, maar kan zij niet zeggen wanneer dat precies is geweest. Gelet op de gemotiveerde betwisting door Samanyolu c.s., voldoet Local Insert niet aan haar stelplicht. Uit haar stellingen kan niet worden opgemaakt of zij aan de overeengekomen Launch date heeft voldaan, waardoor ook niet kan worden beoordeeld of de samenwerking rechtsgeldig is beëindigd. De verklaring voor recht wordt afgewezen. Gelet op het voorgaande – en omdat Local Insert niet voldoende duidelijk heeft gemaakt dat de kosten door haarzelf zijn gemaakt – wordt de vordering tot betaling van de gemaakte kosten eveneens afgewezen. Local Insert zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

4.11. De rechtbank oordeelt dat Local Insert in meerdere opzichten - gelet op de gemotiveerde betwisting door NTV c.s., Ciner Medya en Turkuvaz - niet heeft voldaan aan haar stelplicht.
In de eerste plaats laat zij na te stellen welke datum als Launch date geldt. Met de hierboven aangehaalde woorden “in april 2012 (waarschijnlijk bedoelt ze overigens april 2013, gelet op de verwijzing naar prod. 12b) zijn we begonnen” en “Nog beperkt, maar de Launch was een feit” is daaromtrent nog geen duidelijkheid verschaft. Hoewel Local Insert in de onder 2.11 aangehaalde mail nog spreekt over 19 februari 2013 als datum van ondertekening van de met NTV c.s., althans Dogus Media gesloten MOU, verklaart zij op de zitting dat de MOU’s ongedateerd zijn. Zij voegt daar op zichzelf terecht aan toe dat dat geen constitutief vereiste is voor de totstandkoming van overeenkomsten maar ziet daarbij over het hoofd dat de rechtbank daardoor niet kan beoordelen of Local Insert zich gehouden heeft aan de met de verschenen gedaagden in de MOU’s overeengekomen – en van de datum van ondertekening afhankelijk gestelde - Launch date.
Voorts laat zij na precies te stellen wat onder Launch date wordt verstaan; anders gezegd in welke mate, door hoeveel zenders, de TV kanalen reeds daadwerkelijk moesten worden doorgegeven om als gelanceerd te kunnen worden aangemerkt. Partijen – ook Local Insert zelf – lijken er daarbij van uit te gaan dat het daarbij gaat om het legaal (via gecontracteerde zenders) aanbieden van de Turkse TV-kanalen in Australië met gebruikmaking van door de zendgemachtigden verleende technische toegang. Vergelijk de “Carriage Commitment” in de MOU’s. Wanneer Dunya TV van illegaal uitzenden is overgestapt op legale verspreiding geeft Local Insert niet aan en zij maakt ook niet duidelijk hoe zij aan legaal ter beschikking gestelde (andere) transmissies van de Turkse zenders is gekomen.
Tot slot geldt ten aanzien van Ciner Medya en Turkuvaz dat Local Insert niet stelt op welk moment voldaan werd aan het volgens de MOU’s vereiste minimum van vijf TV-kanalen met wie een overeenkomst werd gesloten.

4.12. Het gevolg van het niet voldoen aan haar stelplicht is niet alleen dat de rechtbank niet kan beoordelen of Local Insert aan de overeengekomen Launch date heeft voldaan, maar dus ook niet of de verschenen gedaagden de samenwerking en de MOU’s al dan niet rechtsgeldig hebben beëindigd. Voor nadere bewijslevering op dit punt is geen plaats. De onder a. gevorderde verklaring voor recht wordt afgewezen.

Afbeelding: 17907 via Pixabay