Gepubliceerd op dinsdag 18 augustus 2026
IT 5450
Rechtbank Amsterdam ||
9 jun 2026,
Rechtbank Amsterdam 9 jun 2026,, IT 5450; ECLI:NL:RBAMS:2026:5770 ([eiser] tegen de korpschef van de Politie), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gegevens-over-rechtspersoon-kunnen-politiegegevens-van-ondernemer-zijn-maar-geen-verwijdering-zonder-aannemelijke-onjuistheid

Gegevens over rechtspersoon kunnen politiegegevens van ondernemer zijn, maar geen verwijdering zonder aannemelijke onjuistheid

Rb. Amsterdam 9 juni 2026, IT 5450; ECLI:NL:RBAMS:2026:5770 ([eiser] tegen de korpschef van de Politie). In deze zaak oordeelt de bestuursrechter dat gegevens die formeel betrekking hebben op een rechtspersoon toch politiegegevens over een natuurlijke persoon kunnen zijn wanneer zij direct met die persoon verband houden en tot hem herleidbaar zijn. [eiser], eigenaar van een horecabedrijf, verzocht de korpschef op grond van art. 28 Wpg om verwijdering van een passage uit een door de Dienst Regionale Informatie Organisatie opgestelde persoonsscreening ten behoeve van een Drank- en Horecavergunning. In die passage stond dat bij zijn bedrijf tijdens een observatie was gezien dat pakketjes aan een taxichauffeur werden overgedragen, waarna deze chauffeur werd aangehouden wegens handel in verdovende middelen. Volgens [eiser] had deze observatie niet plaatsgevonden. De korpschef wees het verzoek af omdat de passage volgens hem betrekking had op het bedrijf als rechtspersoon en niet op [eiser] als natuurlijke persoon, zodat geen sprake zou zijn van [eiser] betreffende politiegegevens waarop art. 28 Wpg van toepassing is. 

De rechtbank volgt de korpschef niet in diens uitleg van het begrip politiegegeven. Uit art. 1 Wpg en de wetsgeschiedenis volgt dat gegevens over een rechtspersoon onder het regime van de Wpg vallen wanneer zij in direct verband staan met en herleidbaar zijn tot een natuurlijke persoon. Hoewel [eiser] in de gewraakte zin niet bij naam wordt genoemd, blijkt uit de context van de betreffende alinea onmiskenbaar dat de informatie op hem betrekking heeft. Daarin wordt hij onder meer in verband gebracht met het aansturen van straatdealers, wordt vermeld dat hij eigenaar is van het bedrijf en wordt de financiering van de verbouwing daarvan als dubieus omschreven. Het verwijderingsverzoek valt daarom wel binnen de reikwijdte van art. 28 Wpg. Dat leidt echter niet tot verwijdering. Volgens vaste rechtspraak is art. 28 Wpg niet bedoeld om indrukken, meningen en conclusies waarmee een betrokkene het oneens is te corrigeren; voor zover het verzoek feitelijke gegevens betreft, moet de verzoeker aannemelijk maken dat deze onjuist zijn. Daarbij mag in beginsel worden uitgegaan van de juistheid van op ambtseed opgemaakte processen-verbaal. De enkele omstandigheid dat [eiser] de betreffende observatie niet in zijn strafdossier heeft aangetroffen, maakt niet aannemelijk dat zij niet heeft plaatsgevonden, terwijl hij zijn betwisting evenmin met objectief verifieerbare stukken heeft onderbouwd. Omdat niet aannemelijk is geworden dat de politiegegevens feitelijk onjuist zijn, bestaat geen recht op verwijdering op grond van art. 28 Wpg. De korpschef heeft het verzoek daarom terecht afgewezen en het beroep is ongegrond. [eiser] krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

6.2. De rechtbank stelt voorop dat in beginsel moet worden uitgegaan van de juistheid van door de politie op ambtseed opgestelde processen-verbaal. Gelet op de rechtspraak zoals uiteengezet in overweging 4.1, moet eiser aannemelijk maken dat de gegevens in de betreffende passage onjuist zijn. De korpschef heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de enkele stelling dat de observatie niet in het strafdossier voorkomt, onvoldoende is om dat aannemelijk te maken. Eiser heeft zijn standpunt daarnaast op geen enkele wijze met objectief verifieerbare stukken onderbouwd. De rechtbank ziet daarom geen grond voor het oordeel dat sprake is van onjuiste politiegegevens.