Gepubliceerd op dinsdag 6 oktober 2026
IT 5556
Rechtbank Noord-Nederland ||
29 sep 2026,
Rechtbank Noord-Nederland 29 sep 2026,, IT 5556; ECLI:NL:RBNNE:2026:4145 (eiser tegen het college), https://www.itenrecht.nl/artikelen/gemeente-moet-digitale-agenda-s-alsnog-openbaar-maken-na-onvolledige-woo-zoekslag

Gemeente moet digitale agenda’s alsnog openbaar maken na onvolledige Woo-zoekslag

Rb. Noord-Nederland 29 september 2026, IT 5556; ECLI:NL:RBNNE:2026:4145 ([eiser] tegen het college). [eiser] verzocht het college op grond van de Wet open overheid om documenten over de ontwikkeling van het Spoarpark te Feanwâlden, waaronder uitnodigingen, agenda’s, memo’s, tekeningen, verslagen, e-mails en appberichten. Het college maakte een deel van de documenten openbaar en handhaafde dit besluit na bezwaar. In beroep stelde [eiser] onder meer dat onvoldoende inzichtelijk was gemaakt hoe de zoekslag was verricht en dat die zoekslag onzorgvuldig en onvolledig was. De rechtbank oordeelt dat het college uiteindelijk voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe is gezocht, doordat het heeft vermeld welke systemen zijn geraadpleegd, welke zoektermen zijn gebruikt en welke vragen aan betrokken ambtenaren zijn gesteld. De zoekslag was aanvankelijk echter niet volledig. Na het primaire besluit heeft het college naar aanleiding van het bezwaar, het advies van de bezwarencommissie, het beroep en latere aanvullingen meerdere nieuwe zoekslagen verricht, waarbij telkens nog documenten zijn aangetroffen en openbaar gemaakt. Dat het Woo-verzoek uiteindelijk ten minste zes keer tot een zoekslag heeft geleid die steeds nieuwe documenten opleverde, brengt de rechtbank tot het oordeel dat de zoekslag in eerste instantie onzorgvuldig en onvolledig is uitgevoerd. Het beroep is daarom gegrond en het bestreden besluit wordt vernietigd.

Omdat het college in de loop van de procedure de zoekslag alsnog volledig en inzichtelijk heeft uitgevoerd, beoordeelt de rechtbank vervolgens of de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand kunnen blijven. Voor het merendeel van de door [eiser] genoemde ontbrekende stukken heeft het college voldoende toegelicht dat geen verdere documenten zijn aangetroffen, dat bepaalde informatie mondeling is uitgewisseld of dat de stukken al openbaar waren gemaakt. Mede op basis van een directieverklaring over het ontbreken van structurele afdelings- en portefeuilleverslagen oordeelt de rechtbank dat [eiser] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat nog meer documenten bestaan. De digitale agenda’s die het college wél heeft aangetroffen, moeten echter alsnog openbaar worden gemaakt. Daaruit blijkt volgens de rechtbank ten minste wanneer een vergadering heeft plaatsgevonden, wie daarbij aanwezig waren en naar verwachting waarover is vergaderd. Het college mag daarbij zo nodig persoonsgegevens weglakken met toepassing van art. 5.1 lid 2 onder e Woo. Voor het overige blijven de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Het verzoek om een dwangsom wegens te laat beslissen op bezwaar wordt afgewezen, omdat de Woo de toepassing van die dwangsomregeling uitsluit. Wegens overschrijding van de redelijke termijn kent de rechtbank [eiser] wel € 1.000 schadevergoeding toe, volledig ten laste van de Staat.

8.8.

Kortom, in zijn reactie betwist eiser het definitieve standpunt van het college dat met de laatste zoekslag alle beschikbare documenten openbaar gemaakt zijn. Daar staat tegenover dat het college met zijn uitgebreide toelichting de stellingen van eiser op toereikende wijze heeft weersproken. Daarbij wijst het college er terecht op dat verschillende documenten al openbaar waren gemaakt. Ook heeft het college met de uitgebreide verklaring van de directie over het ontbreken van afdelingsverslagen of portefeuilleverslagen de stellingen van eiser daarover heeft weersproken. Hoewel deze werkwijze binnen de gemeente de rechtbank ongebruikelijk voorkomt, kan zij aan die ondertekende verklaring niet voorbijgaan. Zoals vermeld bij rechtsoverweging 8. is het dan aan eiser om zijn stelling dat er meer documenten zijn, aannemelijk te maken. De rechtbank komt tot het oordeel dat eiser daarin niet is geslaagd. De rechtbank kan daarvoor in het betoog van eiser onvoldoende concrete aanknopingspunten vinden: eiser voert hoofdzakelijk veronderstellingen aan om aannemelijk te maken dat er méér stukken zijn.

8.9.

Wel is de rechtbank van oordeel dat de – door het college wél aangetroffen - digitale agenda’s onder het Woo-verzoek van eiser vallen en alsnog openbaar moeten worden gemaakt. Uit die agenda’s blijkt immers op zijn minst wanneer een vergadering heeft plaatsgevonden, wie daarbij waren en – naar de rechtbank aanneemt – waarover de vergadering ging. Dat maakt zo’n agenda tot een bestuurlijke aangelegenheid. Het college kan dan desgewenst de persoonsgegevens weglakken met toepassing van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo. Het college moet dus de digitale agenda’s alsnog, al dan niet gelakt, openbaar maken. Voor het overige zal zij bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.