Gepubliceerd op donderdag 26 maart 2026
IT 5155
Gerechtshof Den Haag ||
17 mrt 2026
Gerechtshof Den Haag 17 mrt 2026, IT 5155; ECLI:NL:GHDHA:2026:368 ([appellante] tegen [geïntimeerde]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/hof-den-haag-zorgvuldigheid-vereist-bij-online-beschuldigingen-op-sociale-media

Hof Den Haag: zorgvuldigheid vereist bij online beschuldigingen op sociale media

Hof Den Haag 17 maart 2026, IEF 23399; IT 5155; ECLI:NL:GHDHA:2026:368 ([appellante] tegen [geïntimeerde]). Na een kortstondige relatie plaatste [appellante] TikTok-video’s waarin zij de indruk wekte dat [geïntimeerde] zich schuldig maakte aan (seksuele) contacten met minderjarigen. [geïntimeerde] reageerde daarop in zijn YouTube-programma met beledigende en seksueel getinte uitlatingen, waaronder suggesties dat [appellante] in de porno-industrie werkzaam zou zijn. Het gerechtshof Den Haag oordeelt dat beide partijen onrechtmatig hebben gehandeld door uitlatingen over elkaar te doen via sociale media. 

Het hof toetst aan artikel 6:162 BW, in samenhang met de artikelen 8 en 10 EVRM. Daarbij benadrukt het dat ernstige beschuldigingen voldoende feitelijke grondslag vereisen en dat ook online uitingen met een groot bereik aan zorgvuldigheidseisen zijn gebonden. [appellante] handelde onrechtmatig door zonder voldoende onderzoek ernstige beschuldigingen publiek te maken. [geïntimeerde] overschreed op zijn beurt de grenzen van de vrijheid van meningsuiting door [appellante] te beledigen en ongefundeerde seksuele insinuaties te doen, mede gezien het bereik van zijn platform. Beide partijen worden veroordeeld tot betaling van € 7.500 aan immateriële schadevergoeding. Daarnaast moet [geïntimeerde] bepaalde uitingen verwijderen en wordt hem verboden nog beeldmateriaal van [appellante] te gebruiken. Overige vorderingen, waaronder rectificatie, worden afgewezen.

6.10 Het hof is van oordeel dat [appellante] in haar filmpjes onzorgvuldig met de feiten is omgesprongen en dat zij ten onrechte de indruk heeft gewekt dat [geïntimeerde] minderjarige meisjes zou benaderen en/of zou misbruiken. In de eerste plaats heeft [appellante] in haar filmpje naar voren gebracht dat zij zelf 17 jaar oud was toen [geïntimeerde] haar benaderde. Zij heeft zelf echter [geïntimeerde] benaderd in november 2020, toen zij reeds 18 was. Haar opmerking dat zij als 17-jarige “in zijn spelletjes (is) getrapt” is dus misleidend en wekt de indruk dat [geïntimeerde] een relatie heeft aangeknoopt met een minderjarige. In het eerste filmpje zegt [appellante] vervolgens dat [geïntimeerde] meerdere meisjes in de leeftijd van 17 tot 19 jaar benaderde. Dat dit daadwerkelijk het geval is, heeft zij echter niet aannemelijk gemaakt.

6.23 Op 23 juni 2021 is er ook een aflevering van [naam programma] gepubliceerd. Volgens [appellante] is ook in die aflevering onrechtmatig jegens haar gehandeld. Zij heeft onbetwist gesteld dat [geïntimeerde] in die aflevering onder meer heeft gezegd dat [appellante] op Onlyfans werkzaam is en daar naaktfilmpjes heeft staan. Ook zou [appellante] hem een trio hebben aangeboden met een andere “bekende Nederlander” die op Onlyfans werkzaam is. Tot slot zou [geïntimeerde] hebben bevestigd dat [appellante] werkzaam is in de porno-industrie. Het hof is van oordeel dat dit uitlatingen zijn die [appellante] als (mens en in het bijzonder als) model hebben kunnen beschadigen en dat [geïntimeerde] zich dit heeft moeten realiseren. Dat deze uitlatingen enig waarheidsgehalte hebben, heeft [geïntimeerde] niet gesteld. Voor die uitlatingen was, met andere woorden, geen aanleiding en geen rechtvaardiging, terwijl zij voor [appellante] beschadigend zijn. Daarmee heeft [geïntimeerde] onrechtmatig jegens [appellante] gehandeld.