14 apr 2026
Hof gelast bewijslevering in geschil over ontwikkeling digitale taxatietool
Hof Arnhem-Leeuwarden 14 april 2026, IT 5267; ECLI:NL:GHARL:2026:2284 (Visualmedia tegen [geïntimeerde]). Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in een geschil over de ontwikkeling van een digitale taxatietool geoordeeld dat nog niet kan worden vastgesteld of softwareontwikkelaar Visualmedia tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen. Het hof laat opdrachtgever [geïntimeerde], een bedrijfsmakelaar, toe tot bewijslevering over gestelde tekortkomingen bij de ontwikkeling van de applicatie. Partijen sloten eind 2018 een overeenkomst voor de ontwikkeling van een digitale taxatietool voor commercieel vastgoed. De tool moest taxatiegegevens via SBR Nexus in XBRL-formaat kunnen aanleveren aan banken. Volgens [geïntimeerde] had Visualmedia toegezegd een volledige taxatietool te ontwikkelen die beter zou zijn dan de bestaande NVM-tool Flux. Ook stelde hij dat de ontwikkeling veel duurder uitviel dan aanvankelijk begroot en dat uiteindelijk geen bruikbaar eindresultaat werd opgeleverd. Visualmedia betwistte dat sprake was van een resultaatsverbintenis. Volgens het web- en marketingbureau zag de oorspronkelijke offerte slechts op een basisversie van de software, ontwikkeld in sprints, waarbij tussentijds steeds aanvullende wensen en werkzaamheden werden toegevoegd.
Het hof volgt Visualmedia op meerdere punten. Onder toepassing van de Haviltex-maatstaf oordeelt het hof dat de offerte niet zo mocht worden begrepen dat binnen de geschatte 160 tot 200 uur een volledige concurrerende taxatietool zou worden gerealiseerd. Uit de offerte volgde volgens het hof juist dat slechts een basisversie met minimale parameters zou worden ontwikkeld. Ook verwerpt het hof het standpunt dat nooit afspraken waren gemaakt over het aantal datavelden. Volgens het hof blijkt uit correspondentie dat partijen juist bewust hadden gekozen voor een beperkte basisset van circa 70 à 80 velden voor de eerste versie van de tool. Daarnaast acht het hof voldoende aannemelijk dat gedurende het project meerdere aanvullende opdrachten zijn verstrekt. Daarbij wijst het hof op wekelijkse overleggen, aanvullende verzoeken van opdrachtgever en omvangrijke urenregistraties die lange tijd niet inhoudelijk zijn betwist. Wel overweegt het hof dat op Visualmedia als IT-dienstverlener een zorgplicht rustte die mede wordt ingekleurd door de aard van de opdracht. Daarbij spelen volgens het hof onder meer deskundigheid, informatieverstrekking en waarschuwingen over kosten een rol. Het hof oordeelt dat Visualmedia opdrachtgever tijdig heeft gewaarschuwd dat de ontwikkelingskosten “in de tonnen” konden lopen en dat regelmatig over kosten en voortgang werd gecommuniceerd. De kern van het resterende geschil betreft volgens het hof de vraag of Visualmedia ondanks die waarschuwingen en communicatie inhoudelijk tekortgeschoten is bij de uitvoering van de opdracht. [geïntimeerde] stelt onder meer dat de software technisch ondeugdelijk was, dat onvoldoende voortgang werd geboekt en dat fouten in de koppeling met SBR Nexus niet adequaat zijn opgelost. Visualmedia betwist dat en wijst onder meer op externe factoren en voortdurende wijzigingen in de opdracht. Omdat [geïntimeerde] bewijs heeft aangeboden, onder meer via getuigen en deskundigen, krijgt hij van het hof gelegenheid zijn stellingen nader te bewijzen. Iedere verdere beslissing is aangehouden.
4.12 [geïntimeerde] betoogt dat Visualmedia de rol had van IT-leverancier en dat er om die reden op Visualmedia als opdrachtnemer een verzwaarde zorgplicht rustte. Die verzwaarde zorgplicht houdt in, aldus [geïntimeerde] , dat Visualmedia bij de uitvoering van de opdracht moet voldoen aan de mate van zorgvuldigheid die van een redelijk handelend en bekwaam IT-deskundige geëist mag worden, en dat Visualmedia het belang van de opdrachtgever voorop moet stellen. Het hof acht dit in zoverre juist dat bij de beantwoording van de vraag wat de zorgplicht van Visualmedia in dit geval inhoudt, mede in aanmerking moet worden genomen dat sprake is van een IT-contract. Het gaat hier om een opdracht voor de ontwikkeling van een digitale applicatie, en voor uitvoering van die opdracht was specifieke technische kennis en ervaring nodig. Overigens moet, zoals Visualmedia terecht opmerkt, ook acht worden geslagen op de bij [geïntimeerde] zélf aanwezige kennis en ervaring. Visualmedia wijst erop dat [geïntimeerde] als lid van een expertisecommissie in elk geval enige kennis had van en ervaring had met de tool Flux had, en dat [geïntimeerde] – daarbij puttend uit die ervaring – ook specifieke instructies gaf aan Visualmedia voor de ontwikkeling van de eigen taxatietool. Verder neemt het hof in aanmerking dat [geïntimeerde] zakelijk opdrachtgever is en dat hij de tool niet alleen wilde gebruiken voor zijn eigen activiteiten als taxateur, maar dat hij de tool ook wilde exploiteren door deze tegen betaling in gebruik te geven aan derden. [geïntimeerde] had in dat kader destijds ook contact met enkele (mogelijke) mede-investeerders, en dit gegeven – waarover tussen [geïntimeerde] en Visualmedia ook gesproken werd – was, in elk geval volgens Visualmedia, ook van invloed op de wijze waarop het project werd uitgevoerd.