15 mei 2025
Kopieer citeerwijze ||
Verbraucherzentrale Hamburg tegen bonprix Handelsgesellschaft mbH
HvJEU: "Koop op rekening” is een verkoopbevorderende aanbieding, transparantie vereist
HvJ EU 25 mei 2025, RB 3984; IT 5148; ECLI:EU:C:2025:352 (Verbraucherzentrale Hamburg tegen bonprix). In deze prejudiciële procedure staat de vraag centraal of een onlinereclame waarin een bijzondere betalingswijze (koop op rekening) wordt aangeboden, kwalificeert als een verkoopbevorderende aanbieding in de zin van artikel 6, onder c), van Richtlijn 2000/31/EG (e-commercerichtlijn). De Duitse consumentenorganisatie betoogt dat de reclame misleidend is, omdat niet direct wordt vermeld dat gebruik van deze betaalmethode afhankelijk is van een kredietwaardigheidscontrole.
Het Hof stelt voorop dat het begrip verkoopbevorderende aanbieding ruim moet worden uitgelegd. Daaronder valt elke commerciële communicatie die erop gericht is de verkoop te stimuleren door de consument een objectief en zeker voordeel te bieden dat diens aankoopgedrag kan beïnvloeden. Dit voordeel hoeft niet noodzakelijk financieel van aard of substantieel te zijn; ook praktische of juridische voordelen kunnen volstaan. Volgens het Hof kan koop op rekening zo'n voordeel opleveren, doordat betaling wordt uitgesteld en de consument geen betaalgegevens hoeft te verstrekken. Dit kan het gedrag van de consument beïnvloeden en maakt dat een dergelijke betalingswijze onder het begrip verkoopbevorderende aanbieding valt. Daaruit volgt dat de aanbieder reeds bij de reclame-uiting duidelijk, begrijpelijk en ondubbelzinnig moet informeren over de voorwaarden om van deze aanbieding gebruik te maken. Dit omvat ook de noodzaak van een voorafgaande kredietwaardigheidscontrole. Het feit dat dergelijke informatie pas tijdens het bestelproces wordt verstrekt, is onvoldoende. Het Hof benadrukt dat deze verplichting aansluit bij het doel van de richtlijn om een hoog niveau van consumentenbescherming en transparantie in de elektronische handel te waarborgen, en aanvullend werkt ten opzichte van andere Unierechtelijke informatieplichten (zoals onder de richtlijnen oneerlijke handelspraktijken en consumentenrechten).
47 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof (Tweede kamer) verklaart voor recht:
Artikel 6, onder c), van richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt („richtlijn inzake elektronische handel”)
moet aldus worden uitgelegd dat
een reclameboodschap op de website van een onderneming die actief is in de onlinehandel waarin een bijzondere betalingswijze wordt aangeboden, onder het begrip „verkoopbevorderende aanbieding” in de zin van deze bepaling valt voor zover die betalingswijze de ontvanger van die boodschap een objectief en zeker voordeel verschaft dat zijn gedrag bij de keuze van een goed of dienst kan beïnvloeden.