IT 3002

Ontbinding contract telecommunicatiediensten gerechtvaardigd

Ktr. Rechtbank Den Haag 30 oktober 2019, IT 3002; ECLI:NL:RBDHA:2019:12426 (Ontbinding contract telecommunicatiediensten) Gedaagde heeft in 2017 een contract afgesloten met eiser voor het leveren van telecommunicatiediensten. Gedaagde wil graag van het contract af, omdat de geleverde telecommunicatiediensten niet naar behoren werken. Eiser stelt echter dat de door gedaagde gemelde storing niet zo ernstig is als hij beweert. Dit verweer van eiser wordt verworpen. Uit de feiten blijkt wel degelijk dat de telecommunicatiediensten niet naar behoren werken en dat gedaagde klaarblijkelijk meerdere malen kenbaar heeft gemaakt de overeenkomst niet langer te willen voortzetten. Hiermee heeft gedaagde terecht en op goede gronden de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden en hoeft hij het door eiser gevorderde bedrag niet te betalen.

5.2 De kantonrechter verwerpt het (impliciete) verweer van [eiser] dat de telkens door [gedaagde] gemelde storing niet zo ernstig was dat deze ontbinding niet rechtvaardigde. Wanneer [eiser] er herhaalde malen niet in slaagt de door [gedaagde] gemelde storing te verhelpen en zij telkens 5 á 10 minuten moet wachten voordat zij televisie kan kijken, is dat wel degelijk een tekortkoming die ontbinding rechtvaardigt.

5.3 Uit de bewoordingen die [gedaagde] klaarblijkelijk aan de telefoon heeft gebruikt en later per mail van 1 april 2018 moet het [eiser] onomstotelijk duidelijk zijn geweest dat [gedaagde] (een consument) niet verder wilde en dus daarmee terecht en op goede gronden de overeenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden.