18 dec 2025
Oud-werknemer krijgt deels inzage in gegevens
Rb. Den Haag 18 december 2025, IT 5098; ECLI:NL:RBDHA:2025:24938 ([verzoeker] tegen Interparking). [verzoeker] is oud-werknemer van Interparking en verzoekt inzage op grond van artikel 15 en 16 AVG. [verzoeker] eist volledige inzage in zijn verwerkte persoonsgegevens en rectificatie van een beoordeling in zijn personeelsdossier. Volgens hem ontbreken nog interne e-mails, metadata en communicatie over zijn functioneren, meldingen over een collega, uitdiensttreding en klachten over werkapparatuur. Ook zou de beoordeling feitelijke onjuistheden bevatten. Interparking betoogt dat alle relevante persoonsgegevens zijn verstrekt en dat verdere communicatie over de genoemde onderwerpen alleen mondeling heeft plaatsgevonden of niet bestaat.
De rechtbank acht de uitleg van Interparking geloofwaardig en voldoende onderbouwd. Alleen ten aanzien van een ontbrekende e-mail uit het AFAS-systeem, gericht aan een leidinggevende over het aflopen van verzoekers contract, wordt geoordeeld dat deze nog moet worden verstrekt, omdat daar persoonsgegevens in staan. De rechtbank draagt Interparking op dit alsnog te doen. Het verzoek tot rectificatie van het beoordelingsformulier wordt verder afgewezen. De aangevochten passages bevatten volgens de rechtbank een subjectieve beoordeling en geen feitelijk onjuiste persoonsgegevens. Artikel 16 AVG biedt geen grondslag voor correctie van meningen of professionele oordelen. Wel kan verzoeker een eigen zienswijze toevoegen aan zijn personeelsdossier. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan totdat de ontbrekende e-mail is verstrekt en verzoeker hierop heeft kunnen reageren.
4.21 Uit het voorgaande volgt dat de verzoeken van [verzoeker] zullen worden afgewezen, behalve voor zover het gaat om de verstrekking van een kopie van (de persoonsgegevens in) de aan [naam 4] verstuurde e-mail omtrent de aanstaande afloop van het arbeidscontract van [verzoeker] . Interparking dient die persoonsgegevens uiterlijk 8 januari 2026 bij brief aan de rechtbank en de advocaat van [verzoeker] te verstrekken (in verband met het kerstreces krijgt Interparking drie weken de tijd), waarna [verzoeker] binnen twee weken schriftelijk kan reageren via zijn advocaat. Het resterende partijdebat kan uitsluitend nog gaan over de nadere stukken; op de andere onderdelen van het geschil (waarover in deze is beschikking is beslist) kan niet meer worden ingegaan. De rechtbank zal na ontvangst van de nadere stukken en de reactie daarop bij beschikking verder beslissen, ook over de proceskosten.