Gepubliceerd op maandag 2 november 2026
IT 5604
Rechtbank Noord-Holland ||
24 feb 2026,
Rechtbank Noord-Holland 24 feb 2026,, IT 5604; ECLI:NL:RBNHO:2026:1782 (Cocensus tegen PWN), https://www.itenrecht.nl/artikelen/pwn-moet-naw-gegevens-van-contractanten-verstrekken-voor-rioolheffing-ondanks-beroep-op-avg

PWN moet NAW-gegevens van contractanten verstrekken voor rioolheffing ondanks beroep op AVG

Rb. Noord-Holland 24 februari 2026, IT 5604; ECLI:NL:RBNHO:2026:1782 (Cocensus tegen PWN). Cocensus, een openbaar lichaam dat voor verschillende Noord-Hollandse gemeenten onder meer de rioolheffing verzorgt, vordert in kort geding dat drinkwaterbedrijf PWN de naam-, adres- en woonplaatsgegevens (NAW-gegevens) van haar contractanten verstrekt. PWN verstrekte deze gegevens voorheen samen met de waterverbruiksgegevens, maar is daar per 1 oktober 2024 uit privacyoverwegingen mee gestopt. Volgens PWN is het verstrekken van NAW-gegevens van alle contractanten in strijd met het beginsel van dataminimalisatie uit artikel 5 lid 1 onder c AVG, omdat niet iedere contractant ook degene is aan wie de aanslag rioolheffing moet worden opgelegd. Cocensus stelt daartegenover dat PWN op grond van het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing (Bggb) verplicht is deze gegevens te verstrekken. De voorzieningenrechter volgt Cocensus. Op grond van artikel 5 Bggb moet PWN als informatieplichtige desgevraagd de NAW-gegevens verstrekken van personen die voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen gebruiken of genot hebben van gemeentelijke diensten. Hieronder vallen naar het voorlopig oordeel ook de contractanten van PWN. Daarbij is niet van belang of zij zelf feitelijk het water of het perceel gebruiken en of zij uiteindelijk degenen zijn aan wie een aanslag rioolheffing wordt opgelegd.

De voorzieningenrechter oordeelt verder dat de AVG niet aan de gegevensverstrekking in de weg staat. Voor zover de NAW-gegevens betrekking hebben op natuurlijke personen, is de AVG van toepassing. De verwerking van deze persoonsgegevens in de vorm van verstrekking aan Cocensus valt samen met de wettelijke verplichting van PWN op grond van het Bggb, dat is gebaseerd op artikel 246a Gemeentewet. De voorzieningenrechter overweegt dat de wetgever een beperkte gegevensverstrekking door bepaalde derden noodzakelijk heeft geacht voor de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen. Cocensus heeft bovendien toegelicht dat zij de gegevens nodig heeft om wijzigingen te controleren en aanslagen rioolheffing aan de juiste personen en voor de juiste bedragen op te leggen. De gegevens kunnen immers veranderen, waardoor niet uitsluitend kan worden vertrouwd op eerder verstrekte gegevens of andere informatiebronnen. Het verstrekken van de NAW-gegevens van alle contractanten wordt daarom voorshands als noodzakelijk en proportioneel aangemerkt. Het beroep van PWN op dataminimalisatie slaagt niet. De voorzieningenrechter veroordeelt PWN om de gevraagde gegevens voor de acht betrokken gemeenten binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te verstrekken, op straffe van een dwangsom van € 2.500 per dag, met een maximum van € 50.000.

4.11.

PWN gaat hier naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter eraan voorbij dat de verwerking van persoonsgegevens in de zin van het verstrekken van persoonsgegevens aan Cocensus samenvalt met het voldoen aan haar wettelijke verplichting.

4.12.

De wetgever heeft het in verband met de afhankelijkheid van gemeenten van derden voor het heffen van gemeentelijke belastingen, noodzakelijk geacht dat bij algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld over het door derden verplicht verstrekken van gegevens aan gemeenten die daarvoor relevant (kunnen) zijn. Dat volgt uit artikel 246a Gemeentewet. Op grond van dat artikel kunnen bepalingen over het verplicht verstrekken door derden van informatie aan de fiscus uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en de Invorderingswet 1990 bij algemene maatregel van bestuur van toepassing worden verklaard of kunnen daarmee vergelijkbare regels worden gesteld. Het Bggb is een toepassing van de laatste mogelijkheid. In de nota van toelichting (Stb. 1995, 346) staat daarover onder meer:

Artikel 246a, tweede lid, van de Gemeentewet bepaalt dat die voorschriften in elk geval een omschrijving dienen te bevatten van degene op wie de verplichting rust, alsmede van de belasting ten behoeve waarvan de verplichting geldt. Ook dienen die voorschriften een omschrijving te vermelden van de aard van de te verstrekken gegevens en inlichtingen, van de aard van de gegevens die uit de administratie blijken of van het doel waarvoor het voor raadpleging beschikbaar stellen van gegevensdragers kan geschieden. Aan de hier beschreven tweede mogelijkheid wordt door onderhavige algemene maatregel van bestuur, met inachtneming van deze stringente uitgangspunten, invulling gegeven. Dat betekent dat door de gemeenten op grond van deze regeling voor de heffing en invordering van een beperkt aantal belastingen een beperkte gegevensverstrekking bij een beperkte groep personen, anderen dan de belastingplichtige, dwingend kan worden verlangd. Deze personen worden in onderhavige algemene maatregel van bestuur informatieplichtigen genoemd.

en

De verplichtingen met betrekking tot gegevensverstrekking en het voor raadpleging beschikbaar stellen van gegevensdragers door die informatieplichtigen, komen qua strekking overeen met de wettelijke bepalingen ten behoeve van de belastingheffing en invordering ten aanzien van derden uit de AWR en de Invorderingswet 1990. Zij worden echter in dit artikel nader genuanceerd en afgestemd op de specifieke gemeentelijke belastingen. Dit houdt in dat slechts door met name genoemde personen of instanties met name genoemde gegevens en inlichtingen verstrekt moeten worden, dan wel met name genoemde gegevens voor raadpleging beschikbaar gesteld moeten worden, indien die voor de heffing en de invordering van met name genoemde gemeentelijke belastingen van belang zijn.

4.13.

Het gaat gelet op voornoemde toelichting om reguliere en beperkte gegevens waarvan de wetgever heeft gemeend dat die van belang zijn voor de heffing van gemeentelijke belastingen (zie ook artikel 1 van het Bggb).

4.14.

Cocensus heeft ter zitting nader toegelicht dat het hier niet om een objectheffing, maar een subjectheffing gaat en dat voor zover de rioolheffing gebaseerd is op verbruik, zoals bij de onder 2.6 genoemde gemeenten het geval is, de verzochte gegevens voor een juiste vaststelling van de aanslagen van belang zijn. In het kader van haar taak moet zij bovendien kunnen nagaan of zich wijzigingen hebben voorgedaan. Dat doet zij ook, heeft zij onweersproken gesteld. Deels geautomatiseerd, deels handmatig. Dat Cocensus kan leunen op de door PWN in het verleden verstrekte gegevens en andere informatiebronnen, is in zijn algemeenheid dan ook niet juist. De gegevens die van belang zijn voor het correct kunnen opleggen van een aanslag kunnen naar hun aard immers veranderen. Het verstrekken van de NAW-gegevens van de contractanten draagt aldus bij aan het correct kunnen opleggen van een aanslag rioolheffing aan de juiste persoon en voor een juist bedrag.

4.15.

Gelet op het vorenstaande moet het verstrekken van de NAW-gegevens van alle contractanten voorshands worden beoordeeld als noodzakelijk en proportioneel voor het correct kunnen opleggen van aanslagen rioolheffing door Cocensus. De conclusie moet derhalve luiden dat de bepalingen van de AVG niet in de weg staan aan de verplichting van PWN tot het verstrekken van de NAW-gegevens van haar contractanten aan Cocensus.

4.16.

In productie 7 bij de dagvaarding heeft Cocensus een voorbeeldbestand opgenomen van de gegevens die PWN per contractant tot oktober 2024 verstrekte en daarna niet meer. Het gaat daarin om de oranje gearceerde regels 4 tot en met 17 en 21. De regels 4 tot en met 17 zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter te scharen onder het begrip NAW-gegevens. Regel 21 is getiteld ‘partnersoort’. Daarachter is door Cocensus genoteerd ‘het gegeven ZZVE gebruiken wij om vast te stellen dat de meter van een veren[i]ging van eigenaar is’. Of hier sprake is van een NAW-gegeven in de zin van artikel 5 van het Bggb is onduidelijk. PWN heeft dit echter niet betwist. Omdat in het geval van een VVE niet sprake is van het verstrekken van persoonsgegevens in de zin van de AVG, zal de voorzieningenrechter PWN daarom ook verplichten deze gegevens te verstrekken.