11 mei 2026
Rb. Amsterdam: tussenpersoon niet aansprakelijk voor foutief reserveringstarief
Rb. Amsterdam 11 mei 2026, IT&Recht 5316; ECLI:NL:RBAMS:2026:5686 ([verzoeker] tegen Booking). In deze zaak staat de vraag centraal of Booking aansprakelijk is voor schade die [verzoeker] stelt te hebben geleden nadat een via het platform geboekte accommodatie is geannuleerd wegens een onjuist, te laag reserveringstarief. [verzoeker] had via Booking een accommodatie in Frankrijk geboekt voor de periode van 27 december 2025 tot 3 januari 2026. Enkele maanden later laat Booking weten dat de aanbieder een foutief reserveringstarief heeft doorgegeven. [verzoeker] weigert akkoord te gaan met de hogere prijs, waarna de aanbieder de reservering annuleert. De procedure wordt gevoerd in het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen (EPGV). Booking exploiteert een online reserveringsplatform waarop accommodaties van derden worden aangeboden. In de algemene voorwaarden staat onder meer dat Booking geen partij is bij de overeenkomst tussen de klant en de aanbieder, dat de aanbieder verantwoordelijk is voor de reiservaring en dat prijzen, beschikbaarheid en annuleringsvoorwaarden afkomstig zijn van de aanbieder. Ook is opgenomen dat duidelijke fouten of drukfouten niet bindend zijn en dat een boeking in dat geval kan worden geannuleerd. De rechtbank stelt eerst vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Omdat Booking in Amsterdam is gevestigd, volgt die bevoegdheid uit artikel 4 van de Brussel I-bis Verordening. Vervolgens beoordeelt de rechtbank welk recht van toepassing is. Op grond van artikel 6 Rome I geldt in beginsel Nederlands recht, omdat partijen daarvoor in de algemene voorwaarden hebben gekozen en de consument daardoor niet de bescherming verliest die hij aan het dwingende Belgische consumentenrecht kan ontlenen. Volgens de rechtbank is deze rechtskeuze dan ook niet oneerlijk. Vervolgens gaat de rechtbank in op de vraag of Booking aansprakelijk is voor de onjuiste prijsinformatie.
Volgens de rechtbank bemiddelt Booking bij het tot stand brengen van overeenkomsten tussen consumenten en accommodatieaanbieders en moet zij daarom worden aangemerkt als tussenpersoon in de zin van artikel 7:425 BW (bemiddelingsregeling). Dat betekent tevens dat de Digitale Dienstenverordening (Digital Services Act, DSA) van toepassing is. Op grond van artikel 6 lid 1 DSA is een tussenhandelaar niet aansprakelijk voor informatie die door derden wordt verstrekt, tenzij hij daadwerkelijk kennis had van de onjuistheid daarvan of van feiten en omstandigheden waaruit die onjuistheid duidelijk blijkt. Daarnaast geldt een uitzondering wanneer de wijze waarop de informatie wordt gepresenteerd ertoe leidt dat een gemiddelde consument mag aannemen dat de informatie of de dienst afkomstig is van het platform zelf. Volgens de rechtbank doet die situatie zich hier niet voor. In de algemene voorwaarden staat uitdrukkelijk dat de overeenkomst voor de accommodatie niet met Booking maar met de aanbieder wordt gesloten. Ook staat daarin dat Booking de informatie van de aanbieder ontvangt en de juistheid daarvan niet kan garanderen. De rechtbank acht deze bedingen niet oneerlijk. Verder is niet gesteld of gebleken dat [verzoeker] als gemiddelde gebruiker mocht aannemen dat Booking zelf de accommodatie aanbood of vereenzelvigd kon worden met de aanbieder. Evenmin is gebleken dat Booking eerder wist dat de vermelde prijs onjuist was of beschikte over informatie waaruit die onjuistheid bleek. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat Booking niet aansprakelijk is voor de door de consument gestelde schade als gevolg van de geannuleerde reservering. De gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen. Wel wordt Booking veroordeeld tot betaling van € 630 aan [verzoeker]. Booking had tijdens de procedure, zonder aansprakelijkheid te erkennen, aangeboden om € 500 aan compensatie en € 130 aan proceskosten te betalen. De rechtbank neemt dit aanbod over en compenseert voor het overige de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
4.5. Booking bemiddelt bij het tot stand brengen van overeenkomsten, zodat zij moet worden beschouwd als tussenpersoon zoals bedoeld in artikel 7:425 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit betekent dat voor de beoordeling van het verzoek ook de digitale dienstenverordening (Verordening 2022/2065 van 19 oktober 2022, Digitale Service Act, hierna: DSA) van toepassing is. Booking heeft namelijk als tussenhandelaar aan [verzoeker] diensten aangeboden en [verzoeker] woont in België en bevindt zich dus in de Unie, zodat voldaan is aan artikel 2 lid 1 DSA.
4.6. In artikel 6 lid 1 DSA is bepaald dat Booking niet aansprakelijk is voor de (foutieve) informatie op haar website, mits zij niet daadwerkelijk kennis had van de onjuistheid daarvan en geen kennis had van feiten en omstandigheden waaruit die onjuistheid duidelijk blijkt. Dat is anders als de manier waarop Booking de informatie heeft getoond of de boeking mogelijk heeft gemaakt, zodanig is dat een gemiddelde consument zou geloven dat de informatie of de aangeboden dienst wordt verstrekt door Booking zelf of door een afnemer van de dienst die op gezag of onder toezicht van Booking handelt. In zulke gevallen is lid 1 namelijk niet van toepassing op de consumentenbeschermingsrechtelijke aansprakelijkheid van Booking (artikel 6 lid 3 DA).
4.7. Zo’n situatie – waarin Booking ondanks de aansprakelijkheidsbeperking van artikel 6 lid 1 DSA tóch aansprakelijk is voor de onjuiste informatie – doet zich in dit geval niet voor. In de algemene voorwaarden staat dat de overeenkomst voor de geboekte accommodatie niet met Booking is gesloten, maar met de aanbieder van de accommodatie zelf. Daarnaast is in de algemene voorwaarden opgenomen dat Booking de getoonde informatie van de aanbieder ontvangt en dat Booking de juistheid van die informatie niet kan garanderen. Dit zijn in deze situatie geen oneerlijke bedingen. Verder is niet gesteld of gebleken dat [verzoeker] als gemiddelde consument heeft mogen begrijpen dat Booking vereenzelvigd kan worden met de aanbieder. Er doet zich dan ook geen situatie voor waarbij [verzoeker] als gemiddelde consument heeft mogen geloven dat Booking de informatie zelf heeft verstrekt of dat de accommodatie door Booking zelf werd verhuurd. Verder is niet gesteld of gebleken dat Booking (eerder) op de hoogte is geweest van de onjuistheid van de prijs, zodat zij daarvoor had moeten waarschuwen, laat staan dat Booking kennis had van feiten of omstandigheden waaruit de onjuistheid van de informatie zou blijken.