28 jun 2026,
Rb. Noord-Holland: dagelijks online gokken verplichtte Kansino tot eerdere interventie
Rb. Noord-Holland 18 juni 2026, IT 5325; ECLI:NL:RBNHO:2026:6041 ([eiser] tegen Kansino). In deze zaak tussen [eiser] en Kansino staat de vraag centraal of de aanbieder van online kansspelen zijn zorgplicht op grond van de specifieke kansspelregelgeving heeft geschonden door niet tijdig in te grijpen bij signalen van problematisch speelgedrag. De kantonrechter oordeelt dat Kansino te laat heeft geïntervenieerd en veroordeelt de aanbieder tot betaling van € 1.650,- aan schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. [eiser] nam tussen 18 juni en 12 juli 2022 deel aan online kansspelen van Kansino en verloor in die periode per saldo € 5.400,-. Volgens [eiser] had Kansino op grond van de destijds geldende regelgeving eerder moeten ingrijpen, omdat zijn speelgedrag duidelijke aanwijzingen vormde voor onmatige deelneming aan kansspelen of een risico op kansspelverslaving. Kansino betwistte dat dergelijke signalen aanwezig waren en stelde dat zij daarom niet tot interventie verplicht was. Ook werd de omvang van de gestelde schade betwist. Voordat de kantonrechter toekomt aan de inhoudelijke beoordeling, stelt hij vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Hoewel Kansino in Malta is gevestigd, heeft zij de bevoegdheid van de Nederlandse rechter niet betwist. Daarnaast is Nederlands recht van toepassing. Voor de kansspelovereenkomst volgt dat uit de consumentenbeschermende bepalingen van het internationaal privaatrecht, omdat [eiser] zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft en Kansino haar activiteiten mede op de Nederlandse markt richt. Voor zover de vordering is gebaseerd op onrechtmatige daad geldt eveneens Nederlands recht, omdat de gestelde schade in Nederland is geleden. Bij de beoordeling van de zorgplicht sluit de kantonrechter aan bij het destijds geldende Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen en de bijbehorende Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen. Daaruit volgt dat een vergunninghouder verplicht is in te grijpen wanneer interne of externe signalen wijzen op onmatige deelneming aan kansspelen of op een risico op kansspelverslaving. Als voorbeelden van dergelijke signalen noemt de regelgeving onder meer een hoge of toenemende speelfrequentie. Omdat de regelgeving geen nadere invulling geeft aan het begrip "hoge speelfrequentie", acht de kantonrechter het noodzakelijk dit begrip concreet in te vullen.
Daarbij betrekt de kantonrechter een door [eiser] aangehaald onderzoek naar online gokgedrag, waaruit blijkt dat slechts ongeveer drie procent van de onderzochte Nederlanders aangaf (bijna) dagelijks online te gokken. Kansino heeft de uitkomsten van dat onderzoek niet inhoudelijk weersproken. De kantonrechter leidt hieruit af dat (bijna) dagelijks deelnemen aan online kansspelen moet worden aangemerkt als een hoge speelfrequentie in de zin van de Regeling, en daarmee als een signaal dat kan wijzen op problematisch speelgedrag of een verhoogd risico op kansspelverslaving. Uit het inlegoverzicht blijkt vervolgens dat [eiser] gedurende bijna de gehele periode van 18 juni tot en met 12 juli 2022 vrijwel dagelijks € 300,- inlegde en deze bedragen telkens direct verspeelde. Zijn speelgedrag kwam daarmee overeen met de beperkte groep spelers die volgens het onderzoek vrijwel dagelijks gokte. De kantonrechter kwalificeert dit als een duidelijk intern signaal dat Kansino, gelet op haar uit de kansspelregelgeving voortvloeiende zorgplicht, aanleiding had moeten geven om in te grijpen. Vervolgens beoordeelt de kantonrechter wanneer Kansino redelijkerwijs van dit signaal op de hoogte had moeten zijn. Omdat een hoge speelfrequentie zich pas na verloop van tijd manifesteert, stelt de kantonrechter deze periode op twee weken. Dat betekent dat Kansino uiterlijk op 2 juli 2022 had moeten onderkennen dat sprake was van problematisch speelgedrag. Vanaf dat moment had zij ten minste een gesprek met [eiser] moeten voeren over zijn speelgedrag en de daaraan verbonden risico's. Vaststaat dat een dergelijk gesprek pas rond 12 juli 2022 heeft plaatsgevonden. Daarmee heeft Kansino haar uit de kansspelregelgeving voortvloeiende zorgplicht geschonden. De kantonrechter acht aannemelijk dat een tijdige interventie hetzelfde effect zou hebben gehad als het uiteindelijk gevoerde gesprek, omdat [eiser] na dat gesprek niet meer bij Kansino heeft gegokt. Daarom wordt uitsluitend het verlies dat is geleden ná het moment waarop Kansino had moeten ingrijpen als schade aangemerkt. Uit het inlegoverzicht volgt dat [eiser] vanaf 3 juli 2022 nog € 1.650,- heeft ingelegd en verloren. Dat bedrag wordt toegewezen als schadevergoeding. Daarnaast kent de kantonrechter wettelijke rente vanaf 13 juli 2022 en € 299,48 aan buitengerechtelijke incassokosten toe. Omdat beide partijen gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld, compenseert de kantonrechter de proceskosten.
4.6. Uit deze regelgeving blijkt, kort gezegd, dat Kansino gehouden was tot interventie in geval van interne of externe signalen die wijzen op onmatige deelneming aan de door haar aangeboden kansspelen of op risico’s op kansspelverslaving3. Als interne of externe signalen werden destijds in ieder geval beschouwd: een hoge of toenemende speelfrequentie. Dit brengt mee dat ingeval van een hoge speelfrequentie als bedoeld in artikel 17 van de Regeling, Kansino op enig moment gehouden was tot enige interventie.
4.7. Omdat het Besluit en/of de Regeling geen toelichting bevat op van het begrip “hoge speelfrequentie” is het aan de kantonrechter om op basis van het partijdebat hieraan een concrete invulling te geven.
4.8. [eiser] heeft in dat kader gewezen op de uitkomsten van een naar online gokgedrag uitgevoerd onderzoek. Uit het door [eiser] in de dagvaarding aangehaalde onderzoek blijkt dat van 599 onderzochte Nederlanders die allen in de laatste 12 maanden (voorafgaande aan het onderzoek) een online kansspel hebben gespeeld, slechts 3% aangeeft dit (bijna) iedere dag te hebben gedaan. Kansino heeft deze uitkomst op zichzelf niet betwist.
4.9. De kantonrechter leidt hieruit af dat (bijna) dagelijkse deelname aan een online gokspel heeft te gelden als een hoge speelfrequentie als bedoeld in artikel 17 van de Regeling en daarmee als een signaal dat wijst op (mogelijke) onmatige deelneming aan de door haar aangeboden kansspelen of op risico’s op kansspelverslaving.
4.10. Uit het door [eiser] als productie 2 overgelegde inlegoverzicht blijkt dat hij van 18 juni tot en met 12 juli 2022 op een kleine onderbreking na bijna iedere dag € 300,00 heeft ingelegd. Dat hij iedere keer direct na inleg online gokspelletjes heeft gespeeld, steeds tot hij door zijn inleg heen was, is op zichzelf niet in geschil. Uit het genoemde overzicht kan dus worden afgeleid dat hij in die periode bijna iedere dag online heeft gegokt. Het speelgedrag van [eiser] was (nagenoeg) gelijk aan de hiervoor genoemde 3%-groep. Aldus vormde het speelgedrag van [eiser] een signaal dat wijst op (mogelijke) onmatige deelneming aan de door haar aangeboden kansspelen of op risico’s op kansspelverslaving als bedoeld in artikel 17 van de Regeling
4.11. Gelet op het voorgaande moet de kantonrechter bepalen op welk moment Kansino geacht moet worden het signaal over de hoge speelfrequentie te hebben ontvangen. Een hoge speelfrequentie blijkt namelijk niet direct bij aanvang, maar na verloop van enige tijd. Kansino heeft daar terecht op gewezen. De kantonrechter stelt deze periode vast op 2 weken vanaf 18 juni 2022. Dit brengt mee dat Kansino geacht wordt op 2 juli 2022 op de hoogte te zijn geweest van het problematische speelgedrag van [eiser] . Op dat moment had zij actie moeten ondernemen door (ten minste) een gesprek met [eiser] te voeren waarin hij zou zijn gewezen op zijn speelgedrag en de daaraan verbonden risico’s.
4.12. Vast staat dat Kansino dit gesprek niet al op 2 juli 2022, maar pas op of kort na 12 juli 2022 met [eiser] heeft gevoerd. Aldus heeft Kansino een zorgplicht jegens [eiser] geschonden. De door [eiser] vanaf 3 juli tot en met 12 juli 2022 ingelegde (en verloren) gelden, kunnen worden aangemerkt als de hieruit voortvloeiende schade. [eiser] heeft immers na het gesprek van 12 juli 2022 niet meer online bij Kansino gegokt. Aannemelijk is dus dat een gesprek op 2 juli 2022 tot hetzelfde resultaat zou hebben geleid. Signalen die op het tegendeel duiden, zijn niet voorhanden.