Gepubliceerd op dinsdag 31 maart 2026
IT 5165
Rechtbank Rotterdam ||
3 mrt 2026
Rechtbank Rotterdam 3 mrt 2026, IT 5165; ECLI:NL:RBROT:2026:1941 ([eiseres] tegen het College van B&W Rotterdam), https://www.itenrecht.nl/artikelen/rechtbank-gebrekkige-avg-besluiten-vernietigd-rechtsgevolgen-blijven-in-stand

Rechtbank: gebrekkige AVG-besluiten vernietigd, rechtsgevolgen blijven in stand

Rb. Rotterdam 3 maart 2026, IT 5165; ECLI:NL:RBROT:2026:1941 ([eiseres] tegen het college van B&W Rotterdam). De Rechtbank Rotterdam oordeelt over een inzageverzoek op grond van artikel 15 AVG met betrekking tot persoonsgegevens van de zoon van [eiseres]. Het college had het verzoek aanvankelijk afgewezen, maar dit later alsnog toegewezen en tijdens de beroepsprocedure aanvullende informatie verstrekt. De rechtbank stelt vast dat de oorspronkelijke besluiten gebrekkig waren gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand waren gekomen, omdat pas in beroep een nadere zoekslag is verricht en aanvullende stukken zijn overgelegd. Om die reden worden de besluiten vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb.

De rechtsgevolgen blijven in stand, omdat het college de gebreken in de beroepsfase heeft hersteld en alsnog voldoende inzicht heeft gegeven in de verwerkte persoonsgegevens. De rechtbank acht aannemelijk dat een zorgvuldig en volledig onderzoek is verricht en dat [eiseres] niet heeft aangetoond dat relevante gegevens ontbreken. Daarnaast kent de rechtbank een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. De procedure duurde te lang, wat leidt tot een vergoeding van €500, toe te rekenen aan het bestuursorgaan.

14. Gelet op het standpunt van het college in het eerste verweerschrift van 4 april 2024, en het uitgevoerde aanvullende onderzoek, bevatten de bestreden besluiten (van 3 april 2024 en 16 april 2024) een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek. Eiseres heeft namelijk een reden gehad om beroep in te stellen, nu naar aanleiding van het aanvullend onderzoek tijdens de beroepsprocedure aanvullende stukken zijn verstrekt en een aanvullende motivering is gegeven over de hoe en waar is gezocht naar persoonsgegevens.4

15. Het voorgaande betekent dat het beroep van eiseres gegrond is omdat de besluiten van 3 april 2024 en 16 april 2024 in strijd zijn met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb.5 De rechtbank zal deze besluiten vernietigen, maar laat de rechtsgevolgen in stand, omdat het college de gebreken in beroep heeft hersteld.6 Concreet betekent dit voor eiseres dat haar inzageverzoek blijft toegewezen, met inbegrip van wat het college in beroep heeft toegevoegd aan nadere informatie.

16. Omdat het beroep gegrond is, moet het college het betaalde griffierecht aan eiseres vergoeden. Er zijn verder geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.