Gepubliceerd op donderdag 29 januari 2026
IT 5096
Rechtbank Den Haag ||
24 dec 2025
Rechtbank Den Haag 24 dec 2025, IT 5096; ECLI:NL:RBDHA:2025:26804 ([verzoekende partijen] c.s. tegen Kindred, Risepoint), https://www.itenrecht.nl/artikelen/rechtbank-past-spoorwissel-van-art-69-rv-toe

Rechtbank past spoorwissel van art. 69 Rv toe

Rb. Den Haag 24 december 2025, IT 5096; ECLI:NL:RBDHA:2025:26804 ([verzoekende partijen] c.s. tegen Kindred, Risepoint). [verzoekende partijen] c.s. zijn Nederlandse consumenten die in de periode van 1 januari 1997 tot en met 30 september 2021 via de websites van Unibet hebben deelgenomen aan online kansspelen. Kindred is de moedervennootschap van het Unibet-concern. Risepoint (voorheen Trannel international Limited) was een dochtervennootschap van Kindred. Risepoint exploiteerde websites van Unibet, die vanuit Nederland toegankelijk waren. [verzoekende partijen] c.s. hebben in hun verzoekschrift om inzage in hun (persoons)gegevens verzocht. Zij baseerde dit verzoek op grond van art. 15 AVG jo. art. 35 UAVG en op art. 195 en 195a Rv. De vordering op grond van art. 195 en 195a Rv is inmiddels ingetrokken.  

De rechtbank oordeelt dat de UAVG niet van toepassing is, omdat de verweerders in de relevante periode niet in Nederland waren gevestigd maar in een andere EU-lidstaat, namelijk Malta. Daarmee ontbreekt een wettelijke grondslag om het geschil bij verzoekschrift aanhangig te maken. AVG-vorderingen moeten in dat geval via de dagvaardingsprocedure worden ingesteld. De rechtbank verwijst de zaak daarom op grond van artikel 69 Rv in de stand waarin zij zich bevindt naar de civiele kamer. Het verzoekschrift wordt aangemerkt als dagvaarding en verzoekers krijgen gelegenheid hun stellingen aan te passen. Ten aanzien van Kindred moeten verzoekers verduidelijken of en op welke grondslag zij de procedure willen voortzetten; afhankelijk daarvan zal later worden beslist over een eventuele proceskostenveroordeling. 

2.6 De rechtbank zal de ‘spoorwissel’ van artikel 69 Rv toepassen. De procedure zal in de stand waarin deze zich bevindt op grond van artikel 69 lid 2 Rv worden verwezen naar de civiele kamer (‘kamer voor andere zaken dan kantonzaken’) en worden voortgezet volgens de regels van de dagvaardingsprocedure. In de dagvaardingsprocedure zal het verzoekschrift van verzoekers als dagvaarding worden aangemerkt en zullen verzoekers in de gelegenheid worden gesteld om bij akte het verzoekschrift aan te vullen of te verbeteren, zoals bepaald in artikel 69 lid 1 Rv. Nu Kindred en Risepoint in deze verzoekschriftprocedure bij advocaat zijn verschenen, zal afzonderlijke oproeping bij exploot niet nodig zijn. 

2.7 De rechtbank voegt hier – voor wat betreft de zaak tegen Kindred – het volgende aan toe. [verzoekende partijen] c.s. hebben in hun brief van 12 december 2025 verzocht om de zaak tegen de beide verweerders (Kindred en Risepoint) via de spoorwissel te verwijzen naar de kamer voor dagvaardingszaken en daar voort te zetten. In het verzoekschrift lijken [verzoekende partijen] c.s. de verzoeken tegen Kindred alleen te hebben gebaseerd op de artikelen 195 en 195a Rv.2 De verzoeken op die grondslag zijn inmiddels ingetrokken. Onduidelijk is daarmee of [verzoekende partijen] c.s. de zaak tegen Kindred nog willen voortzetten in de dagvaardingsprocedure en zo ja, op welke basis. [verzoekende partijen] c.s. moeten hier in hun in te dienen akte tot aanvulling/verbetering van het verzoekschrift helderheid over verschaffen. Indien [verzoekende partijen] c.s. de procedure tegen Kindred niet willen voortzetten, zal de rechtbank bij beschikking een beslissing nemen over het verzoek van Kindred om een proceskostenveroordeling uit te spreken in de tussen haar en [verzoekende partijen] c.s. gevoerde procedure. Indien [verzoekende partijen] c.s. wel verzoeken/vorderingen tegen Kindred willen handhaven, zal in de dagvaardingsprocedure verder worden beslist.