Gepubliceerd op dinsdag 13 oktober 2026
IT 5567
Rechtbank Overijssel ||
20 feb 2019,
Rechtbank Overijssel 20 feb 2019,, IT 5567; ECLI:NL:RBOVE:2019:1387 (TeamM tegen TMZ), https://www.itenrecht.nl/artikelen/tussentijdse-beeindiging-software-implementatie-toegestaan-geen-wanprestatie-it-leverancier

Tussentijdse beëindiging software-implementatie toegestaan; geen wanprestatie IT-leverancier

Rb. Overijssel 20 februari 2019, IT 5567; ECLI:NL:RBOVE:2019:1387 (TeamM tegen TMZ). Stichting TriviumMeulenbeltZorg (TMZ) gaf softwareontwikkelaar TeamM opdracht het cloudgebaseerde rooster- en planningspakket Uurwerk te leveren en te implementeren, inclusief koppelingen met bestaande applicaties. Tijdens de implementatie bleek het project complexer en arbeidsintensiever dan TMZ had verwacht en deden zich bij het testen fouten voor. TMZ verloor het vertrouwen in Uurwerk en beëindigde het project. De rechtbank legt de bepaling in de offerte dat het contract kon worden “ontbonden” als Uurwerk niet voldeed aldus uit dat TMZ de overeenkomst ook na de pilot tussentijds mocht beëindigen wanneer Uurwerk voor haar niet voldeed. Daarvoor was niet vereist dat sprake was van een tekortkoming in de zin van artikel 6:265 BW; de rechtbank vindt voor deze uitleg tevens steun in artikel 7:408 lid 1 BW, nu de implementatie als overeenkomst van opdracht kwalificeert. TMZ was daarom gerechtigd de overeenkomst tussentijds te beëindigen. Dat laat onverlet dat zij de vóór die beëindiging uitdrukkelijk overeengekomen factuur van € 70.180 verschuldigd bleef. Voor twee latere facturen, waaronder licentiekosten over 2018 en kosten voor de integratie van Google Maps, ontbrak na de beëindiging een voldoende juridische grondslag.

Het beroep van TMZ op wanprestatie van TeamM slaagt niet. Als IT-deskundige moest TeamM bij de uitvoering van de opdracht de zorg betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend IT-deskundige mocht worden verwacht. Daaronder viel dat zij TMZ begrijpelijk en overzichtelijk over de voortgang informeerde en rekening hield met de redelijke belangen van TMZ bij het bereiken van de toegezegde resultaten en het beheersen van de kosten. Volgens de rechtbank is niet gebleken dat TeamM daarin is tekortgeschoten. Dat de implementatie meer tijd en inzet vergde dan verwacht en dat tijdens het testen nieuwe fouten naar voren kwamen, leverde in de gegeven fase van het project nog geen tekortkoming op. Er was geen fatale eindtermijn overeengekomen, een Service Level Agreement ontbrak en de omvang van de inzet van medewerkers was niet contractueel vastgelegd. Als TMZ TeamM wegens ondeugdelijke nakoming wilde aanspreken, had zij overeenkomstig de algemene voorwaarden eerst schriftelijk in gebreke moeten stellen en een redelijke termijn voor herstel moeten geven. Omdat dat niet is gebeurd, kan TeamM geen wanprestatie of verzuim worden verweten. TMZ heeft daarom geen recht op terugbetaling van reeds betaalde bedragen of schadevergoeding. De rechtbank wijst wel de gevorderde verklaring voor recht toe dat TMZ de overeenkomst rechtsgeldig heeft beëindigd en veroordeelt TMZ tot betaling van € 70.180, vermeerderd met contractuele rente en € 8.268 aan buitengerechtelijke incassokosten.

4.3.

Naar het oordeel van de rechtbank is in de offerte neergelegd, met de voorwaarde van punt 9, dat het contract ontbonden kan worden als Uurwerk niet voldoet. Niet nader is omschreven wat daaronder moet worden volstaan en wat de vereisten voor het inroepen van die ontbinding zijn. In de algemene voorwaarden die TeamM hanteert, is geen aanwijzing te vinden voor een bepaalde of strikte uitleg van die bepaling, ook niet in eerder genoemd artikel 9 van die algemene voorwaarden dat over een andere situatie gaat. Naar het oordeel van de rechtbank brengt een redelijke uitleg van genoemde voorwaarde in de offerte met zich mee dat TMZ - ook na de pilot - te allen tijde tussentijds, kennelijk zonder opgave van reden, de overeenkomst (aangeduid als contract) kon beëindigen, indien Uurwerk voor haar niet voldeed. Die uitleg vindt steun in artikel 7:408 lid 1 BW, waaruit dat ook volgt. De opdrachtgever kan ook op grond van dat wetsartikel te allen tijde de overeenkomst van opdracht opzeggen. Dat het daarbij moet gaan om ontbinding ex artikel 6:265 BW volgt naar het oordeel van de rechtbank niet uit de bepaling in de offerte. De conclusie is dat niet contractueel is uitgesloten een (tussentijdse) beëindiging van het contract om reden dat Uurwerk niet voldeed aan wat opdrachtgever, TMZ, daarvan verwachtte. Uit de verklaringen van [A] en [B] ter comparitie volgt dat daarvan minst genomen sprake is geweest. Dat men wilde stoppen met Uurwerk is telefonisch en tijdens de bijeenkomst op 24 januari 2018 aan TeamM meegedeeld. Dus TMZ was inderdaad gerechtigd om de overeenkomst in januari 2018 op te zeggen, ofwel te “ontbinden” zoals genoemd staat in de offerte, wat zij mondeling begin januari 2018 en formeel heeft gedaan per 5 april 2018. In zoverre, zij het op een andere rechtsgrond, kan de in reconventie door TMZ gevorderde verklaring voor recht worden toegewezen.

4.9.

De rechtbank wil aannemen dat het feit dat medewerkers veel meer uren hebben moeten investeren in het project dan was verwacht en dat de implementatie en ontwikkeling gecompliceerder was en meer tijd en geld kostte dan aanvankelijk was gedacht, bezwaarlijk is geweest voor TMZ. Ook is hinderlijk dat zich bij het testen nieuwe fouten voordeden, die TeamM diende op te lossen en dat DRP daardoor langer in de lucht moest blijven. In het stadium waarin de uitvoering van de implementatie verkeerde, kan echter nog niet gezegd worden dat dit tekortkomingen zijn, dat wil zeggen dat het minder was dan waarop TMZ op grond van de overeenkomst recht had. Een (fatale) eindtermijn voor de implementatie van Uurwerk is niet afgesproken, een SLA (Service Level Agreement) ontbreekt en de omvang van de inzet van medewerkers is niet contractueel vastgelegd. Niet alles wat in het implementatietraject beter had gekund, is een tekortkoming. Dat neemt niet weg dat TMZ op een bepaald moment wel (juridisch) paal en perk had kunnen stellen aan de prestatie(s) van TeamM. Daartoe had zij, anders dan zijdens TMZ is betoogd, wel de afgesproken, overeengekomen (contractuele) weg van artikel 9 van de algemene voorwaarden moeten bewandelen. Concreet was vereist een schriftelijke ingebrekestelling en aanzegging van een termijn waarbinnen TeamM Uurwerk deugdelijk had moeten (op)leveren. TMZ heeft in plaats daarvan het contract in januari 2018 - voortijdig - beëindigd omdat de maat voor haar vol was en het vertrouwen weg was. Dat de implementatie feitelijk niet kon worden gerealiseerd bij TMZ, wordt door TeamM betwist en is de rechtbank niet gebleken. Een ingebrekestelling van TeamM heeft niet plaatsgevonden, zoals de heer [A] ter comparitie heeft verklaard. Niet tijdens de bespreking in november 2017 waarbij betaling van een factuur is afgesproken en nadere afspraken over de afronding van het project zijn gemaakt. Anders dan TMZ heeft betoogd, was dat wel (contractueel) vereist om TeamM aan te sporen tot een afronding van het project te komen. Naar het oordeel van de rechtbank kan TeamM dan ook geen tekortkoming in de nakoming van haar prestatie (wanprestatie) worden verweten. Ook kan haar niet worden verweten dat zij in verzuim is geraakt met de nakoming van haar verplichtingen. Dat maakt dat de juridische ontbinding op grond van wanprestatie geen doel treft en dat TMZ geen recht heeft op terugbetaling van wat betaald is, noch op schadevergoeding. De reconventionele vordering van TMZ zal wat dat onderdeel betreft dan ook worden afgewezen.

4.10.

Wat de rechtbank duidelijk is geworden, is dat TMZ andere verwachtingen had van Uurwerk en de implementatie daarvan en dat zij zich bij het tekenen van de offertes kennelijk heeft gebaseerd op bepaalde onjuiste aannames (TMZ wilde geen maatwerk). Het stappenplan in de offerte, waaronder het maken van de koppelingen, geeft op zichzelf beschouwd niet de indruk dat het zou gaan om een eenvoudig ICT-project. Uit het relaas van partijen blijkt bovendien dat de implementatie op onderdelen (routeplanning) ingewikkelder was dan voorzien was. Gesteld noch gebleken is dat TeamM daarvan concreet een verwijt kan worden gemaakt.

4.11.

De conclusie van al het bovenstaande is dat de vordering in conventie van TeamM tot betaling van haar factuur van € 70.180,- ( [1] d.d. 27 november 2017) met contractuele rente zal worden toegewezen. De buitengerechtelijke kosten die zien op incasso die factuur kunnen conform de toepasselijke algemene voorwaarden over voormeld bedrag worden toegewezen, zijnde een bedrag van € 8.268,-. De vordering van TMZ in reconventie zal, behoudens ten aanzien van de gevorderde verklaring voor recht, waaraan geen uitvoerbaarheid bij voorraad kan worden verbonden, worden afgewezen.