Gepubliceerd op dinsdag 6 oktober 2026
IT 5550
Rechtbank Amsterdam ||
25 sep 2026,
Rechtbank Amsterdam 25 sep 2026,, IT 5550; ECLI:NL:RBAMS:2026:9661 ([eisende partij] tegen Vattenfall), https://www.itenrecht.nl/artikelen/vattenfall-mag-terugleverkosten-niet-eenzijdig-invoeren-zonder-contractuele-grondslag

Vattenfall mag terugleverkosten niet eenzijdig invoeren zonder contractuele grondslag

Rb. Amsterdam 25 september 2026, IT 5550; ECLI:NL:RBAMS:2026:9661 ([eisende partij] tegen Vattenfall). De kantonrechter oordeelt dat Vattenfall bij deze consument niet eenzijdig terugleverkosten in rekening mag brengen. De overeenkomst op grond waarvan de consument sinds 2020 elektriciteit uit zonnepanelen aan Vattenfall teruglevert, is een zelfstandige overeenkomst naast de leveringsovereenkomst. De Algemene Voorwaarden 2017 zijn daarop niet van toepassing. In de terugleveringsovereenkomst is uitsluitend bepaald dat de consument een vergoeding ontvangt voor de teruggeleverde elektriciteit. Over terugleverkosten of een bevoegdheid van Vattenfall om later nieuwe kostencomponenten toe te voegen is niets overeengekomen. Als professionele partij had Vattenfall die mogelijkheid in de overeenkomst moeten opnemen of toepasselijke algemene voorwaarden met een wijzigingsmogelijkheid moeten overeenkomen. Dat de hoogte van de terugleververgoeding kon wijzigen, betekent volgens de kantonrechter niet dat de consument ook rekening hoefde te houden met een wijziging van de prijsstructuur waarbij hij voor het terugleveren juist kosten verschuldigd zou worden.

Ook buiten de overeenkomst bestaat volgens de kantonrechter geen voldoende grondslag voor de terugleverkosten. Dat de ACM heeft vastgesteld dat aan teruglevering daadwerkelijk meerkosten zijn verbonden en dat de gehanteerde kosten niet onredelijk hoog zijn, geeft Vattenfall geen bevoegdheid om een individuele overeenkomst eenzijdig te wijzigen. Ook de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid, ongerechtvaardigde verrijking en artikel 6:258 BW bieden geen grondslag. Vattenfall heeft onder meer onvoldoende concreet gemaakt dat het niet kunnen doorberekenen van terugleverkosten leidt tot een ernstige verstoring van de waardeverhouding tussen de wederzijdse prestaties. De kantonrechter verbiedt Vattenfall daarom om de terugleverkosten eenzijdig in de terugleveringsovereenkomst op te nemen en bij de consument in rekening te brengen. De voorwaardelijke reconventionele vordering van Vattenfall wordt afgewezen. Over de gevorderde verklaring dat artikel 19.1 en 19.2 van de Algemene Voorwaarden 2017 oneerlijk zijn, wordt nog niet definitief beslist. Vattenfall krijgt eerst gelegenheid zich daarover inhoudelijk uit te laten.

4.4.

In de terugleveringsovereenkomst wordt uitsluitend melding gemaakt van een vergoeding voor teruggeleverde energie. In de overeenkomst is niets vermeld over terugleverkosten. Vaststaat dat op deze overeenkomst geen algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard. Daarnaast is uit de overgelegde stukken niet naar voren gekomen dat voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst Vattenfall op enigerlei wijze aan [eisende partij] kenbaar heeft gemaakt dat op termijn mogelijk kosten voor de teruglevering in rekening gebracht kunnen worden, dan wel dat in de vergoeding voor de teruggeleverde energie ook een kostencomponent begrepen was. Voorts verdient aantekening dat Vattenfall ten tijde van de sluiting van de overeenkomst als professionele partij handelde en [eisende partij] consument was (en is). Als Vattenfall de mogelijkheid had willen openhouden om op termijn andere componenten bij [eisende partij] in rekening te brengen, dan wel een wijziging van de overeenkomst door te voeren, had het op haar weg als professionele partij gelegen dat in de overeenkomst op te nemen, dan wel op de overeenkomst algemene voorwaarden van toepassing te verklaren en daar een (eerlijke) wijzigingsmogelijkheid in op te nemen. Nu zij dit heeft nagelaten, komt dit voor haar risico. Voor zover door Vattenfall is opgemerkt dat [eisende partij] niet had mogen verwachten dat deze duurovereenkomst ongewijzigd zou blijven voortbestaan, wordt hieraan voorbij gegaan. Als professionele partij had het op de weg van Vattenfall gelegen, die bekend is met de energiemarkt en de ontwikkelingen daarin, om in de overeenkomst of in de communicatie voorafgaand, de consument op duidelijke en transparante wijze te wijzen om de mogelijkheid dat er op termijn mogelijk kosten in rekening gebracht zullen worden. Zij kan dit eigen nalaten niet aan [eisende partij] als consument tegenwerpen. Het is Vattenfall zelf die bij de totstandkoming zichzelf de mogelijkheid heeft ontzegd om kosten aan [eisende partij] in rekening te brengen en daarvan kan zij [eisende partij] nu achteraf geen verwijt maken. Het vorenstaande leidt ertoe dat in de overeenkomst geen (impliciete) grond gevonden kan worden voor het eenzijdig in rekening brengen van kosten van teruglevering.

4.5.

Voor zover door Vattenfall is betoogd dat [eisende partij] uit de omstandigheid dat in de overeenkomst is opgenomen dat [eisende partij] een redelijke vergoeding zou ontvangen voor zijn aan Vattenfall geleverde energie en aldus heeft moeten begrijpen dat hij kosten voor teruglevering zou moeten gaan betalen, wordt zij daarin niet gevolgd. Met een wijziging van de hoogte van de terugleververgoeding had [eisende partij] rekening kunnen en moeten houden, maar een wijziging van de structuur waarbij juist kosten in rekening worden gebracht niet. Daarbij is relevant dat in artikel 2.31 lid 3 van de Energiewet is bepaald dat de redelijke vergoeding niet kan worden vastgesteld op een negatief bedrag. Uit de door Vattenfall overgelegde stukken wordt afgeleid dat de vergoeding die [eisende partij] voor zijn energie ontvangt inmiddels lager is dan de in rekening gebrachte terugleverkosten, zodat hij anders dan hij mocht verwachten bij het aangaan van de terugleverovereenkomst, er op toelegt.

4.6.

Dat de ACM, zoals Vattenfall naar voren heeft gebracht, heeft geconcludeerd dat de meerkosten voor teruglevering ook daadwerkelijk bestaan, deze kosten niet onredelijk hoog zijn, de leveranciers geen extra marge maken en deze kosten zorgvuldig aan de juiste klantgroep worden toegerekend, brengt nog niet mee dat daar eenzijdig door Vattenfall kan worden ingegrepen in een individuele overeenkomst. Indien die mogelijkheid in de overeenkomst niet is opgenomen zoals hier het geval is brengen deze oordelen nog niet mee dat een consument op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid deze kosten heeft te accepteren.