8 jan 2026
Verzoek om inzage in persoonsgegevens afgewezen
Rb. Noord-Holland 8 januari 2026, IT 5090; ECLI:NL:RBNHO:2026:132 ([verzoeker] tegen Stichting Pensioenfonds ABP). Een gepensioneerde verzoekt de rechtbank om ABP te bevelen pensioenberekeningen en toelichtingen daarop te verstrekken, op grond van het inzagerecht uit de AVG. Daarnaast wil [verzoeker] van ABP een berekening van zijn pensioen zoals dat er naar verwachting over tien jaar uitziet, in het kader van het nieuwe pensioenstelsel van de Wet toekomst pensioenen.
Het verzoek wordt niet ontvankelijk verklaard. Volgens artikel 35 UAVG moet er eerst een AVG-verzoek tot inzage bij de organisatie zelf zijn gedaan, en moet daarop zijn beslist. [verzoeker] had geen verzoek om persoonsgegevens gedaan, maar verzocht om pensioenberekeningen en een toekomstprojectie. Zulke berekeningen zijn geen persoonsgegevens in de zin van de AVG. Zelfs als het verzoek inhoudelijk was beoordeeld, zou het zijn afgewezen omdat ABP aan zijn informatieplicht voldoet en de gevraagde gegevens al beschikbaar zijn via het UPO. De procedure van artikel 35 UAVG is niet bedoeld voor vorderingen op basis van de Pensioenwet. [verzoeker] draagt de proceskosten.
3.8 Vast staat dat [verzoeker] op 23 juni 2025 per online e-mail via de website van ABP een verzoek heeft gedaan om pensioenberekeningen aan hem toe te sturen, en heeft gevraagd om een bevestiging van de juistheid en volledigheid van die berekeningen. Daarop heeft ABP op 23 juni 2025 gereageerd met een ontvangstbevestiging. Vervolgens heeft ABP met een online bericht van 14 juli 2025 aan [verzoeker] meegedeeld dat niet aan zijn verzoek kan worden voldaan. Daarbij heeft ABP toegelicht dat aan [verzoeker] al eerder een Uniform pensioenoverzicht (hierna: UPO) is gestuurd, waarbij ook is opgemerkt dat een UPO niet als een bindende of gegarandeerde toezegging van pensioenaanspraken kan worden gezien.
3.9. [verzoeker] heeft gelet op het voorgaande geen verzoek gedaan om persoonsgegevens of inzage daarin, zoals bedoeld in de AVG en de UAVG. [verzoeker] heeft alleen gevraagd om pensioenberekeningen en een bevestiging van de juistheid daarvan. Op de zitting heeft [verzoeker] ook erkend dat zijn verzoek niet ziet op zijn persoonsgegevens en dat hij niet twijfelt aan de juistheid van de door ABP ten aanzien van hem geregistreerde persoonsgegevens.
3.10. Dit betekent dat er geen sprake is geweest van een verzoek van [verzoeker] aan ABP om persoonsgegevens of inzage daarin en dus ook niet van een beslissing daarover van ABP. Bij gebreke van een beslissing kan gelet op artikel 35 lid 1 van de UAVG geen verzoek worden ingediend bij de rechtbank in het kader van een inzageverzoek. De rechtbank moet het verzoek van [verzoeker] daarom niet-ontvankelijk verklaren. Dat betekent dat het verzoek niet inhoudelijk kan worden beoordeeld.