10 aug 2020,
Voorzieningenrechter verbiedt fake Google-recensies en beschuldigingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag
Rb. Amsterdam 8 oktober 2020, IT 5423; ECLI:NL:RBAMS:2020:4894 ([eiseres] tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2]). Eiseres exploiteert een praktijk voor colonhydrotherapie en kreeg in maart 2020 een relatie met een man die zij eerder als cliënt had behandeld. Nadat diens echtgenote achter de relatie kwam en de man de relatie beëindigde, dienden gedaagden klachten tegen eiseres in bij de BATC en de IGJ. In juni en juli 2020 verschenen vervolgens negen negatieve éénsterrenrecensies over haar praktijk op Google. Gedaagden erkenden dat één recensie van de echtgenote afkomstig was en stelden dat de overige recensies door familie en vrienden waren geplaatst. De voorzieningenrechter acht van belang dat deze familieleden en vrienden zelf niet bij eiseres onder behandeling waren geweest en kwalificeert de recensies daarom als fake-recensies. Als gedaagden de overige recensies niet zelf hebben geplaatst, hebben zij er volgens de voorzieningenrechter in ieder geval de hand in gehad dat familie en vrienden deze ongeveer gelijktijdig plaatsten en later in twee tranches weer verwijderden. Daarmee hadden zij voldoende regie over de recensies om hun te kunnen gebieden dergelijke uitingen in de toekomst achterwege te laten. De voorzieningenrechter acht bovendien voldoende aannemelijk dat gedaagden eerder bij de praktijk van eiseres waren verschenen, waarbij was gedreigd haar praktijk via internet “helemaal kapot” te maken, en dat de man later onder valse voorwendselen opnieuw bij haar praktijk verscheen om haar te bewegen het kort geding in te trekken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat niet is gebleken van seksueel grensoverschrijdend gedrag door eiseres en dat het belang van gedaagden bij vrijheid van meningsuiting niet opweegt tegen het belang van eiseres om de buitengewoon kwetsende en voor haar praktijk schadelijke fake-recensies buiten de publiciteit te houden. Gedaagden moeten de valse recensies verwijderd houden en mogen geen recensies met dezelfde strekking meer online, via sociale media of anderszins, of offline publiceren. Daarnaast mogen zij eiseres niet meer van seksueel grensoverschrijdend gedrag betichten, behalve in het kader van een klachtenregeling; het indienen of voortzetten van klachten bij bevoegde instanties blijft dus toegestaan. Ook mogen zij zonder toestemming niet meer bij de woning of praktijk van eiseres verschijnen, haar daar bedreigen of chanteren of een derde daartoe opdracht geven. Aan overtreding van de verboden betreffende de recensies en beschuldigingen is een dwangsom van € 1.000 per keer én per dag verbonden, tot maximaal € 50.000. Voor overtreding van het contactverbod geldt € 2.500 per keer, eveneens tot maximaal € 50.000. Gedaagden worden hoofdelijk in de proceskosten veroordeeld.
4.1.
[gedaagde 1] en [eiseres] hebben een relatie gekregen, waaraan [gedaagde 1] een einde heeft gemaakt nadat [gedaagde 2] erachter was gekomen. Hij koos bij nader inzien voor zijn vrouw en zijn huwelijk. Het was een relatie tussen twee volwassen mensen, die, zoals blijkt uit de overgelegde Whats-App berichten, geestverwanten in elkaar meenden te zien. Begrijpelijk dat [gedaagde 2] niet alleen boos was op [gedaagde 1] , maar ook op [eiseres] . Het kan haar dan ook niet worden aangerekend dat zij direct bij [eiseres] is langsgegaan om haar dit te laten weten. Het kan [gedaagde 2] (en [gedaagde 1] ) ook niet worden verweten dat zij klachten hebben ingediend bij beroepsorganisaties van [eiseres] , die op het kritieke moment ten slotte de therapeut van [gedaagde 1] was. Los daarvan is van seksueel grensoverschrijdend gedrag niet gebleken en het zal [gedaagde 2] en [gedaagde 1] dan ook worden verboden [eiseres] daarvan buiten het kader van een klachtenregeling te betichten.
4.2.
[gedaagde 2] en [gedaagde 1] zijn ook te ver gegaan door daarna nog twee keer bij de praktijk van [eiseres] langs te gaan, eerst samen en toen [gedaagde 1] met een handlanger. Zij ontkennen weliswaar bij hoog en bij laag dat zij op 14 of 15 mei 2020 bij [eiseres] aan de deur zijn geweest, maar [eiseres] heeft een verklaring overgelegd van een goede vriendin, die aantekeningen pleegt te maken van lange telefoongesprekken en heeft genoteerd dat zij op 15 mei 2020 is gebeld door een doodsbange [eiseres] , die overstuur was, nadat [gedaagde 2] en [gedaagde 1] bij haar thuis waren vertrokken. In het kader van dit kort geding is daarmee voldoende aannemelijk gemaakt dat dit bezoek heeft plaatsgevonden. [gedaagde 2] en [gedaagde 1] zijn op dit punt niet geloofwaardig, zodat ook wordt uitgegaan van de stelling van [eiseres] dat [gedaagde 2] toen tegen haar heeft gezegd dat zij haar praktijk via het internet helemaal kapot zou maken. Daar komt ten slotte nog bij dat [gedaagde 1] op 11 augustus 2020 weer is langsgegaan, nu in gezelschap van iemand die hij een nepafspraak had laten maken, om [eiseres] te bewegen dit kort geding in te trekken, in ruil waarvoor hij dan geen schadeclaim tegen haar zou indienen.
Al met al reden genoeg om de in het tussenvonnis getroffen ordemaatregel in dit vonnis als voorlopige voorziening te handhaven.
4.3.
De recensies zijn volgens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] geplaatst door familie en vrienden van hen, die lucht van de affaire hadden gekregen en daarover verontwaardigd waren, maar anoniem willen blijven. Daarmee zijn het in ieder geval fake-recensies, want die mensen zijn zelf niet bij [eiseres] onder behandeling geweest. Als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] die recensies inderdaad niet zelf hebben geplaatst, dan hebben zij er de hand in gehad dat hun familie en vrienden, door hen op de hoogte gesteld van [eiseres] en haar praktijk, dat ongeveer gelijktijdig hebben gedaan en ook dat die recensies in twee tranches gelijktijdig werden weggehaald. In zoverre hebben zij de regie over dergelijke recensies en kan hun ook worden geboden die verder achterwege te laten. De (fake-)recensies zijn buitengewoon kwetsend voor [eiseres] en schadelijk voor haar praktijk en zij heeft er dan ook een groot belang bij dat die niet weer verschijnen. Het belang van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] bij vrijheid van meningsuiting weegt daar niet tegen op. Ook de vorderingen die zien op (het verwijderd houden van) de recensies zijn dus toewijsbaar.