IT 2709

Vordering recht om vergeten te worden afgewezen, info heeft betrekking op activiteiten in professionele zin

Vzr. Rechtbank Gelderland 22 oktober 2018, IEF 18203; IT 2709; ECLI:NL:RBGEL:2018:5600 (Eisers tegen Google) Mediarecht. Privacy. Google verwijst naar een link van een artikel van Quote waarin wordt verwezen naar een persbericht van de FIOD over een groot onderzoek naar witwaspraktijken waarbij een 46-jarige hoofdverdachte en zijn 42-jarige vriendin zijn aangehouden en in verzekering zijn gesteld. Ze worden verdacht van o.a. witwassen. Eisers vorderen dat Google deze link zal verwijderen uit de zoekresultaten bij een zoekopdracht op de naam van eisers. Voorstelbaar is dat de informatie waar de gewraakte zoekresultaat naar verwijst een impact heeft op het persoonlijke leven, maar deze informatie heeft betrekking op hun activiteiten in professionele zin en niet op hun handelswijze als privépersoon. Ze zijn te beschouwen als publieke personen in de zin dat zij een rol spelen in het openbare leven door hun eigen toedoen. De aanpak van witwassen heeft prioriteit voor de overheid, waardoor het handelen van eisers onderwerp is van actueel maatschappelijk debat. Bovendien is de gepubliceerde informatie niet onjuist en is het recent en actueel. Onvoldoende aannemelijk dat eisers hinder hebben ondervonden. Vorderingen afgewezen.

4.12. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter pakt toepassing van de belangenafweging in het onderhavige geval in het voordeel van Google uit. Het recht van de internetgebruiker en Google op vrijheid van meningsuiting (recht op informatie) weegt in dit geval zwaarder dan het recht van [eiser 1] en [eiser 2] op privacy en bescherming van persoonsgegevens. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat de publicatie betrekking heeft op de professionele integriteit en fiscale moraal van [eiser 1] en [eiser 2] als directie van [naam 1] en dat zij in professionele context onderwerp zijn van een onderzoek van de FIOD. Hoewel het voorstelbaar is dat de informatie waar de gewraakte zoekresultaat naar verwijst een impact heeft op het persoonlijke leven van [eiser 1] en [eiser 2], zoals zij ook hebben betoogd, heeft deze informatie betrekking op hun activiteiten in professionele zin en niet op hun handelswijze als privépersoon. [eiser 1] en [eiser 2] zijn, anders dan zij zelf aanvoeren, te beschouwen als publiek personen, in de zin dat zij een rol spelen in het openbare leven door hun eigen toedoen. De aanpak van witwassen heeft, volgens het persbericht van de FIOD, prioritiet bij de overheid omdat het van groot belang is voor de effectieve bestrijding van allerlei vormen van ernstige criminaliteit. In zoverre is het handelen van [eiser 1] en [eiser 2] dan ook onderwerp van een actueel maatschappelijk debat.

Verder overweegt de voorzieningenrechter dat, gelet op de niet onderbouwde stellingen van [eiser 1] en [eiser 2], er niet van kan worden uitgegaan dat de informatie die over [eiser 1] en [eiser 2] is gepubliceerd onjuist is. Het enkele feit dat [eiser 1] en [eiser 2] met de inhoud van de publicaties niet content zijn, is onvoldoende grond voor verwijdering.

De publicaties zijn bovendien relatief recent en actueel. Weliswaar heeft de FIOD haar onderzoek in 2017 afgerond maar onduidelijk is gebleven wat er met de strafzaak tegen [eiser 1] en [eiser 2] gaat gebeuren nu er van seponeren kennelijk geen sprake is zodat nog steeds de mogelijkheid bestaat dat ter zake een vervolging tegen [eiser 1] en [eiser 2] wordt ingesteld. Bovendien ligt er nog beslag op de panden van zowel [eiser 1] als [eiser 2].

De voorzieningenrechter acht verder van belang dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat [eiser 1] en [eiser 2] hinder ondervinden van de publicatie. Zo heeft [eiser 1] aangevoerd dat de afdeling bijzonder beheer van de bank naar aanleiding van de publicatie onderzoek naar hem heeft gedaan en dat hij volledig openheid van zaken moest geven. Hieraan heeft hij voldaan, waarna er niets meer aan de hand was, aldus [eiser 1]. [eiser 2] heeft te kennen gegeven dat het nog niet zo ver is gekomen dat hij geen nieuwe opdracht als zelfstandig financieel adviseur kan bemachtigen vanwege de publicatie.

Dat de bank in Engeland de kredietrelatie met [eiser 1] heeft opgezegd naar aanleiding van de publicatie en dat [eiser 2] gescheiden woont van zijn gezin naar aanleiding van de publicatie is, gelet op de betwisting hiervan door Google en bij gebreke aan een verdere onderbouwing, onvoldoende aannemelijk geworden. Ook is niet aannemelijk geworden dat de dochter van [eiser 1] vanwege de publicatie door de KNHS uit het Nederlandse team is gezet is, noch daargelaten dat zijn dochter hierdoor rechtstreeks in haar belangen is getroffen en niet [eiser 1].