13 mrt 2026
Vrijspraak voor Instagram-smaad: onvoldoende voor bewijs van plaatsen berichten door verdachte
Hof Arnhem-Leeuwarden 13 maart 2026, IT 5166; ECLI:NL:GHARL:2026:1544 (Verdachte tegen het vonnis van de politierechter). Het hof spreekt verdachte vrij van smaad naar aanleiding van berichten die op Instagram zijn geplaatst over een politieagent. Hoewel uit het dossier blijkt dat verdachte op enige wijze betrokken was bij het account waarop de berichten verschenen, kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat zij de berichten zelf heeft geplaatst. Het hof acht daarmee niet bewezen dat sprake is van “plegen” van smaad, zoals ten laste gelegd. Omdat het bewijs onvoldoende is om directe daderschap aan te nemen, volgt vrijspraak. Het hof gelast daarnaast de teruggave van de in beslag genomen telefoon en verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de schadevordering
Vrijspraak
Het hof stelt vast dat uit het procesdossier en het onderzoek op de zitting van het hof wel blijkt dat verdachte op een of andere (dubieuze) wijze betrokken is geweest bij het plaatsen van de ten laste gelegde berichten op het Instagram-account ‘ [naam] ’. Maar blijkens het in het procesdossier bevindende aanvullende proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 4 juni 2025 door brigadier [naam] , kan niet met stelligheid de conclusie worden getrokken dat het gewraakte Instagrambericht is gepost met het toestel van verdachte. Nu verdachte enkel ‘plegen’ ten laste is gelegd, kan niet tot een bewezenverklaring gekomen worden omdat niet boven redelijke twijfel verheven is dat verdachte zelf degene is geweest die de ten laste gelegde berichten daadwerkelijk heeft geplaatst op het Instagram-account ‘ [naam] ’. Verdachte dient te worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde feit.