IT 2734

Weigering bank om persoonsgegevens te verstrekken is niet onrechtmatig

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 13 september 2013, IT 2734; ECLI:NL:RBMNE:2013:8032 (X tegen SNS). Eiser heeft op de website Marktplaats.nl gereageerd op een advertentie met betrekking tot een camera. Vervolgens is eiser met de adverteerder overeengekomen om de betreffende camera te kopen. Hij heeft daarop het bedrag overgemaakt naar een door de adverteerder opgegeven bankrekening bij SNS. De camera heeft hij niet ontvangen. Eiser vordert veroordeling van SNS om de naam en het adres van de houder van de bankrekening op te geven. SNS weigert de gevraagde gegevens te verstrekken en voert verweer. Het belang van de eiser is dat hij de mogelijkheid wil hebben om een persoon aan te spreken. SNS dient daarentegen in beginsel de privacy van haar rekeninghouders te beschermen. Dit laatste belang weegt in deze zaak zwaarder, onder meer omdat er voor de eiser andere, minder ingrijpende wegen openstaan om de gevraagde gegevens te verkrijgen en omdat SNS geen actieve rol gespeeld heeft in de door eiser gestelde oplichting. SNS handelt niet onrechtmatig handelt in haar weigering om de gevraagde gegevens te verstrekken, vordering wordt afgewezen.

3.3. Volgens SNS heeft [eiser] geen rechtsgrond gesteld, die ten grondslag ligt aan zijn vordering. Desgevraagd heeft [eiser] die bij de mondelinge behandeling ook niet gegeven. De voorzieningenrechter heeft daarop aangegeven te begrijpen dat [eiser] als rechtsgrond stelt dat SNS onrechtmatig jegens hem handelt door de gevraagde gegevens niet op te geven. SNS heeft hiertegen bezwaar gemaakt omdat zij meent dat de voorzieningenrechter op deze wijze zelf een rechtsgrond creëert. Daarmee zou de voorzieningenrechter buiten de grenzen van de rechtsstrijd treden. De voorzieningenrechter oordeelt ter zake, dat de door [eiser] aangevoerde feiten en omstandigheden zodanig zijn, dat daaraan als rechtsgrond onrechtmatige daad kan worden gekoppeld. Met deze koppeling treedt zij niet buiten de grenzen van de rechtsstrijd, aangezien zij zich slechts baseert op door [eiser] zelf naar voren gebrachte feiten en omstandigheden. Het is in een dergelijk geval op grond van artikel 25 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de plicht van de rechter om aan te vullen op welke rechtsregel de vordering is gebaseerd, ook nu [eiser] zelf deze rechtsregel niet naar voren heeft gebracht. Daarbij heeft de voorzieningenrechter deze aanvulling expliciet bij de mondelinge behandeling aan de orde gesteld om een verrassingsbeslissing te voorkomen en om (in het kader van het beginsel van hoor en wederhoor) partijen in de gelegenheid te stellen om zich hier (nader) over uit te laten. Het verweer, dat de vordering dient te worden afgewezen omdat [eiser] geen rechtsgrond heeft gesteld, zal dus worden gepasseerd.

3.4. Nu aan de vordering ten grondslag wordt gelegd, dat SNS onrechtmatig zou handelen jegens [eiser] , dient de vraag te worden beantwoord of van een dergelijk handelen in dit geval sprake is. Daarbij komt het aan op een afweging van de belangen die beide partijen hebben. Het belang van [eiser] is erin gelegen, dat hij de mogelijkheid wil hebben om een persoon aan te spreken, aan wie hij geld heeft betaald voor een camera, die hij niet heeft ontvangen. SNS dient daarentegen in beginsel de privacy van haar rekeninghouders te beschermen. Daarbij speelt het door de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) gewaarborgde recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer een rol. Bij de afweging van de belangen van partijen dienen de omstandigheden van het betreffende geval te worden betrokken.

3.6. In het kader van voormelde belangenafweging dient ten eerste in aanmerking te worden genomen dat, zoals SNS heeft aangevoerd, een bank een bijzondere positie inneemt in de maatschappij. Cliënten moeten kunnen vertrouwen op hun banken en dit vertrouwen dient onder meer in te houden dat hun persoonsgegevens slechts in zeer uitzonderlijke situaties aan derden mogen worden verstrekt. In dat kader heeft [eiser] onvoldoende aangetoond dat in dit geval sprake is van een zeer uitzonderlijke situatie.

3.7. Verder heeft SNS aangevoerd dat voor [eiser] andere, minder ingrijpende wegen openstaan om de gevraagde gegevens te verkrijgen. Zo heeft zij gewezen op de mogelijkheid om via het IP-adres, dat [eiser] van Marktplaats heeft ontvangen, bij de internetprovider van de adverteerder navraag te doen naar de gegevens. Daarnaast zou [eiser] via de (aan hem bekende) e-mailprovider van de adverteerder kunnen proberen om de gevraagde gegevens te achterhalen. Dit alles heeft [eiser] niet betwist en evenmin heeft hij betwist dat hij deze mogelijkheden niet heeft benut.

3.8. Ten slotte is van belang dat SNS geen actieve rol gespeeld heeft in de door [eiser] gestelde oplichting. De adverteerder heeft het nummer van een rekening bij SNS aan [eiser] opgegeven en [eiser] heeft geld overgemaakt naar deze rekening. De enige betrokkenheid van SNS daarbij is dat de betreffende bankrekening bij haar wordt gehouden. Van feiten of omstandigheden, waaruit een verdergaande rol van SNS valt af te leiden, is niet gebleken, zodat van enig onrechtmatig handelen van SNS op dit punt geen sprake is.

3.9. Hoewel het begrijpelijk is dat [eiser] de gevraagde gegevens wil hebben om zijn recht te kunnen halen, is de voorzieningenrechter op grond van de voorgaande overwegingen van oordeel dat het belang van SNS in dit geval zwaarder weegt dan het belang van [eiser] , zodat SNS niet onrechtmatig handelt in haar weigering om de gevraagde gegevens te verstrekken. De vordering zal dus worden afgewezen.