IT 3747

Microsoft moet erfgenamen toegang tot accounts verlenen

Vrz. Rechtbank Amsterdam 1 december 2021, IT 3747; ECLI:NL:RBAMS:2021:7090 (Erfgenamen tegen Microsoft) Kort geding. Op 17 juli 2021 overleed de erflater. Zijn erfgenamen eisen dat Microsoft hun toegang verstrekt tot de erflaters Hotmailaccount en Ondrive-account. Op grond van artikel 4:182 BW volgen de erfgenamen met het overlijden van de erflater hem van rechtswege op in zijn voor overgang vatbare rechten en in zijn bezit en houderschap. Zij zijn verkrijgers onder algemene titel in de zin van artikel 3:80 BW en zetten de rechtspositie van de erflater voort. Een overeenkomst is een voor overgang vatbaar recht in, tenzij de wet anders bepaalt of uit de overeenkomst zelf anders voortvloeit. De voorzieningenrechter stelt dat beide uitzonderingen in casus niet van toepassing zijn en oordeelt dat Microsoft de erven toegang tot de account van de erflater dient te verlenen door het wachtwoord te resetten en de erfgenamen een nieuw wachtwoord in te laten stellen.

4.12.1. In Nederland bestaat geen wettelijke regeling van digitale nalatenschappen. De Nederlandse juridische situatie lijkt op die in Duitsland1. Daar bestaat ook de saisine en is ook geen specifieke wettelijke regeling van digitale nalatenschappen. Het Bundesgerichtshof (BGH) – de hoogste Duitse rechter – heeft over de toegang van erfgenamen tot een digitaal account van een erflater twee standaardarresten gewezen, op 12 juli 2018 (BGH III ZR 183/17) en 27 augustus 2020 (ECLI:DE:BGH:2020:270820BIIIZB30.20.0). Het ligt voor de hand om daarbij aansluiting te zoeken nu richtinggevende jurisprudentie in Nederland ontbreekt. In die casus wilde een moeder in haar hoedanigheid van erfgename toegang tot het Facebook account van haar overleden dochter. Het BGH oordeelde in het eerste arrest dat Facebook de erfgenamen als rechtsopvolgers van de overledene toegang tot het account moet geven en moet zorgen dat de informatie bewaard blijft. De aard van de overeenkomst verzet zich daartegen niet en in het bijzonder is deze niet van hoogstpersoonlijke aard. Het is volgens het BGH ook niet nodig om onderscheid te maken tussen vermogens- en hoogstpersoonlijke inhoud; ook fysieke dagboeken en brieven vererven immers. De belangen van derden of de AVG maken dit alles volgens het BGH niet anders. Zo moeten de ‘vrienden’ op een sociaal netwerk er ook bij leven van de accounthouder rekening mee houden dat derden ofwel door misbruik ofwel door toestemming van de accounthouder toegang kunnen krijgen; bij zijn overlijden moeten ze rekening houden met de vererving van de overeenkomst.