Gepubliceerd op dinsdag 21 juli 2026
IT 5371
Rechtbank Rotterdam ||
12 jun 2026,
Rechtbank Rotterdam 12 jun 2026,, IT 5371; ECLI:NL:RBROT:2026:6799 ([verzoeker 2] tegen BMW), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/verwijdering-bkr-registraties-afgewezen-wegens-onbetaalde-schuld

Verwijdering BKR-registraties afgewezen wegens onbetaalde schuld

Rb. Rotterdam 12 juni 2026, IT 5371; ECLI:NL:RBROT:2026:6799 ([verzoeker 2] tegen BMW). Een vennoot van een vof verzoekt BMW Financial Services om verwijdering van twee negatieve BKR-registraties: een A-code wegens een betalingsachterstand en een code 2 wegens opeising van de vordering. De registraties houden verband met een Operational Lease Agreement tussen de vof en BMW. Nadat betalingsachterstanden waren ontstaan, ontbond BMW de leaseovereenkomst en bleef de eindfactuur onbetaald. In een eerdere procedure waren de vof en haar vennoten hoofdelijk tot betaling veroordeeld en was bepaald dat zij vanaf 23 december 2024 in verzuim verkeerden. BMW wijzigde daarop de ingangsdatum van de A-code naar die datum. Dat de kantonrechter de maandelijkse vergoeding in het eerdere vonnis als “huur” aanduidde, betekent volgens de rechtbank niet dat geen sprake is van krediet. De operational-leaseovereenkomst kwalificeert materieel en juridisch als een zakelijke kredietovereenkomst. BMW moest daarom de overeenkomst en de betalingsonregelmatigheden bij het BKR registreren.

Bij een bezwaar tegen de verwerking op grond van artikel 21 AVG moet worden beoordeeld of BMW dwingende gerechtvaardigde gronden heeft die zwaarder wegen dan de belangen, rechten en vrijheden van de betrokkene. De rechtbank oordeelt dat BMW de registraties mag handhaven. De verzoeker heeft ondanks het eerdere veroordelende vonnis nog niets betaald en vormt daardoor nog steeds een actueel kredietrisico. Hij heeft ook geen voldoende concrete belangen gesteld die verwijdering rechtvaardigen; de summiere verwijzing naar zijn medische toestand weegt niet op tegen de voortdurende betalingsachterstand. Het verwijderingsverzoek wordt daarom afgewezen. In zijn verzoek om € 95.850 aan schadevergoeding wordt hij niet-ontvankelijk verklaard. De vereenvoudigde verzoekschriftprocedure van artikel 35 UAVG ziet op de rechten uit de artikelen 15 tot en met 22 AVG en niet op het recht op schadevergoeding uit artikel 82 AVG. Voor de schadevordering was vertegenwoordiging door een advocaat vereist, maar de verzoeker wilde geen advocaat inschakelen. Hij wordt veroordeeld tot betaling van € 2.230 aan proceskosten.

Juridisch kader verwijderen BKR-registraties

5.6.

Een belanghebbende, in dit geval [verzoeker 2], kan op grond van artikel 21 lid 1 AVG vanwege zijn specifieke situatie bezwaar maken tegen de verwerking van zijn betreffende persoonsgegevens op basis van artikel 6 lid 1 onder e of f AVG. De verwerkingsverantwoordelijke, in dit geval BMW, moet het bezwaar honoreren, tenzij zij dwingende gerechtvaardigde gronden aanvoert voor de verwerking die zwaarder wegen dan de belangen, rechten en vrijheden van de betrokken persoon. Als de betrokkene bezwaar heeft gemaakt tegen de verwerking en er zijn geen prevalerende dwingend gerechtvaardigde gronden voor de verwerking, dan heeft hij op grond van artikel 17 lid 1 aanhef en onder c AVG recht op gegevenswissing.

5.7.

Als de verwerkingsverantwoordelijke de verwijdering van persoonsgegevens weigert, kan de belanghebbende daartoe een verzoek indienen bij de rechtbank (artikel 79 AVG en 35 lid 2 UAVG). De rechtbank toetst in het kader van dit verzoek of de verwerkingsverantwoordelijke – op wie de stelplicht en de bewijslast daarvan rust – aannemelijk heeft gemaakt dat haar belangen bij registratie in dit specifieke geval zwaarder wegen dan de belangen of de grondrechten en fundamentele vrijheden van de betrokkene (overweging 69 AVG). Deze afweging maakt de rechtbank aan de hand van de op dat moment bekende feiten en omstandigheden, zodat daarbij ook feiten en omstandigheden die zich recent hebben voorgedaan worden betrokken.

Geen grond voor verwijderen van de BKR-registratie; afwijzing verzoek [verzoeker 2]

5.8.

De rechtbank overweegt het volgende. BMW heeft onweersproken gesteld dat [verzoeker 2] niet betaalt en dat nog steeds sprake is van een betalingsachterstand. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoeker 2] niet geantwoord op de vraag van de rechtbank waarom hij BMW nog niets heeft betaald terwijl hij daartoe wel is veroordeeld door de kantonrechter. In het licht hiervan is het niet relevant of BMW destijds wel of niet wilde incasseren van de privérekening van [verzoeker 2]. Immers, in het heden is de betalingsachterstand er nog steeds en valt niet in te zien waarom dat aan BMW ligt. Het is [verzoeker 2] die niet betaalt. Daarmee is sprake van een situatie waarin [verzoeker 2] een kredietrisico vormt. Een BKR-registratie blijft daarbij normaalgesproken ook na voldoening van de schuld nog vijf jaar gehandhaafd.

5.9.

[verzoeker 2] heeft voorts geen belangen gesteld en aannemelijk gemaakt op grond waarvan verwijdering van de BKR-registraties gerechtvaardigd kan zijn. Voor zover [verzoeker 2] wel dusdanig heeft bedoeld met wat hij – slechts in beperkt mate – aanvoert over zijn medische toestand, is dat onvoldoende om op te wegen tegen het gegeven dat hij in gebreke blijft met zijn betalingsverplichtingen, mede gelet op het feit dat de kantonrechter hem heeft veroordeeld te betalen, en daarmee om het verwijderen van de BKR-registraties te rechtvaardigen.

5.10.

Gelet op voorgaande wijst de rechtbank het verzoek van [verzoeker 2] om BMW te veroordelen de twee BKR-codes op zijn naam te verwijderen af.