DOSSIERS
Alle dossiers

Persoonsgegevens  

IT 3619

Beslissing om geluidsopname niet aan eiser te verstrekken is geen besluit

Rechtbank Overijssel 11 aug 2021,, IT 3619; ECLI:NL:RBOVE:2021:3168 (Eiser tegen GBLT), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/beslissing-om-geluidsopname-niet-aan-eiser-te-verstrekken-is-geen-besluit

Rechtbank Overijssel 11 augustus 2021, IT 3619; ECLI:NL:RBOVE:2021:3168 (Eiser tegen GBLT)  Bij het primaire besluit heeft verweerder aan eiser inzage verleend in de verstrekking van hem betreffende persoonsgegevens door GBLT aan derden en heeft verweerder hem medegedeeld dat zijn mailadres is verwijderd. Eiser heeft dit verzoek gedaan na een datalek bij verweerder. Eiser stelt dat niet alle door hem verzochte persoonsgegevens aan hem zijn toegestuurd. Verder zegt hij dat hij geen toestemming heeft gegeven voor het gebruik van zijn mailadres voor klantonderzoek. Ten derde is er volgens eiser tijdens de digitale hoorzitting op onrechtmatige wijze een geluidsopname gemaakt. Deze is nadien verwijderd. De rechter vindt het niet ongeloofwaardig, dat verweerder aangeeft dat alle persoonsgegevens aan eiser zijn verstrekt. De rechtbank is verder van mening dat de beslissing om de geluidsopname van het hoorgesprek niet aan eiser te verstrekken niet kan worden aangemerkt als een besluit, zodat ook daarvoor geen mandaat is vereist. Wat betreft het gebruik van zijn mailadres voor klantonderzoek, oordeelt de rechtbank dat verweerder aan zijn verplichtingen heeft voldaan door het mailadres op verzoek van eiser te verwijderen. Het verzoek van eiser wordt ongegrond verklaard. 

IT 3617

Aangetoond dat de bank niet meer over persoonsgegevens beschikt

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 15 jul 2021,, IT 3617; ECLI:NL:GHSHE:2021:2252 (Betrokkene tegen de bank), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/aangetoond-dat-de-bank-niet-meer-over-persoonsgegevens-beschikt

Hof Den Bosch 15 juli 2021, IT 3617; ECLI:NL:GHSHE:2021:2252 (betrokkene tegen de bank) Betrokkene is klant geweest bij de bank, maar heeft in 2012 zijn relatie met de bank opgezegd. In 2019 heeft hij een AVG-verzoek gedaan tot inzage in alle bij de bank verwerkte persoonsgegevens van betrokkene. De bank heeft een aantal persoonsgegevens naar betrokkene gestuurd en heeft tegelijkertijd in eerste aanleg voldoende onderbouwd, dat ze niet meer beschikt over de zogenaamde EVA-registratie. In hoger beroep eist betrokkene onder meer inzage in het interne veiligheidsonderzoek naar hem. De bank stelt zich op het standpunt dat de bewaartermijn inmiddels verlopen is. Het hof oordeelt dat dit inderdaad het geval is en stelt ook dat betrokkene te laat dit AVG-verzoek heeft gedaan. De bank heeft volgens het hof voldoende aangetoond dat ze niet meer beschikt over de betreffende gegevens.