Onduidelijke referentie-eis grond voor heroverweging inschrijving
Vzr. Rechtbank Noord-Nederland 27 augustus 2014, IT 1682; ECLI:NL:RBNNE:2014:4220 (Aebi Schmidt tegen Súdwest-Fryslân)
Kort geding. Aanbesteding van o.a. routebegeleidings- en strooimanagementsystemen. De gemeente heeft de inschrijving van eiser ongeldig verklaard op grond van het niet voldoen aan de gestelde referentie-eis. Inhoud van deze eis is volgens de gemeente dat een geïntegreerd soft- en hardwaresysteem wordt geleverd, hetgeen volgens de voorzieningenrechter echter onvoldoende uit het bestek is gebleken. De gemeente dient de inschrijving van Aebi Schmidt daarom opnieuw in overweging te nemen.
5.4. De vraag waar het blijkens de hiervoor weergegeven rechtspraak primair om gaat is of de gemeente de referentie-eis op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze heeft geformuleerd, opdat alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte daarvan kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde wijze kunnen interpreteren. Deze vraag zal bevestigend kunnen worden beantwoord wanneer het mogelijk is – door middel van uitleg van de referentie-eis – vast te stellen hoe alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers die eis zouden interpreteren. Eisen uit het Aanbestedingsdocument (bestek) moeten worden uitgelegd aan de hand van de "CAO-norm" (zie onder meer gerechtshof Leeuwarden, 20 november 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BY3635 en gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 juli 2014: ECLI:NL:GHARL:2014:5273) waarbij het transparantiebeginsel de grenzen van de uitleg bepaalt. Daarbij komt het aan op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de aankondiging van opdracht en het bestek zijn gesteld. Bij die uitleg kan tevens worden gekeken naar de elders in de aanbestedingsstukken gebruikte formuleringen.
5.5. De in geschil zijnde referentie-eis dient naar het oordeel van de voorzieningenrechter, mede in het licht van de 1e Nota van Inlichtingen ter zake, aldus te worden uitgelegd dat de inschrijver - in de referentieperiode - een geïntegreerd routebegeleidings- en strooimanagementsysteem van het type dat hij thans aan de gemeente offreert, in dezelfde combinatie en configuratie aan een derde geleverd dient te hebben. Het routebegeleidings- en strooimanagementsysteem als zodanig moet, in andere woorden, één geïntegreerd pakket vormen en beoordeeld moet worden of een zodanig geïntegreerd systeem in de referentieperiode geleverd is aan een derde. De voorzieningenrechter vindt in het Bestek en de Nota's van Inlichtingen géén steun voor de stelling van de gemeente dat onder het geïntegreerde routebegeleidings- en strooimanagementsysteem óók de hardware (lees: het kastje dat zich in de strooiwagens bevindt) moet worden verstaan. In het Bestek is nergens (expliciet) vermeld dat andere onderdelen van het systeem dan het (huidige) routebegeleidings- en strooimanagementsysteem in de afgelopen drie jaar geleverd moeten zijn of dat het routebegeleidings- en strooimanagementsysteem niet zou mogen voortbouwen op eerder geleverde systemen. Het gaat aldus (slechts) om de levering van het geïntegreerde routebegeleidings- en strooimanagementsysteem (de software). Niet ter zake doet dus of de hardware, zoals in dit geval, buiten de referentieperiode is geleverd.
5.7. De conclusie moet dan ook zijn dat de inschrijving van Aebi Schmidt aan de onderhavige referentie-eis (kerncompetentie 4) voldoet en dat deze inschrijving door de gemeente op onjuiste gronden ongeldig is verklaard. De gemeente dient daarom de intrekking van de aanbestedingsprocedure ongedaan te maken en de inschrijving van Aebi Schmidt alsnog te beoordelen. De daartoe strekkende vorderingen van Aebi Schmidt zijn dus toewijsbaar.
Kort geding. Aanbesteding voor schietbanen en simulatiesystemen. Autron heeft zijn recht om te klagen verwerkt, nu voldoende gelegenheid is geboden om in een eerder stadium bezwaren naar voren te brengen. Defensie mocht bovendien aannemen dat ECC (een andere inschrijver) kan voldoen aan de gestelde eisen. De vorderingen worden afgewezen.
Aanbestedingsrecht. Zie eerder
Aanbesteding.Onvolledige inschrijving door onjuiste uploading van documenten via TenderNed. De 'Eigen Verklaring' heeft zij geüpload in de map "Mijn aanbesteding". Als gevolg hiervan heeft de Gemeente - via TenderNed" - alleen de 'Eigen Verklaring' ontvangen als bijlage van de aanmelding van IV-Infra. Het niet-ontvangen van de documenten door de Gemeente behoort voor rekening van IV-Infra te komen.
Bijdrage ingezonden door Anke Stellingwerff Beintema,
Verzoekster dient een offerte in naar aanleiding van een aanbesteding van verweerder (ziekenhuis). Het betreft de levering van computers, printers en noodstroomapparaten. Voor het deel van de computers is als vereiste gesteld “minimum Intel Core i5 3,2 GHz of gelijkwaardig”. Verzoeksters offerte wordt afgewezen. Volgens het opgestelde rapport over de procedure voldoet haar aanbod wat het deel ‘computer’ betreft niet aan de voorwaarden omdat de processoren van de door haar aangeboden computers aan het eind van hun levenscyclus zouden zijn gekomen en daarom niet meer worden geproduceerd. Verzoekster stelt een gelijkwaardige of betere processor te hebben aangeboden die overeenkomt met de omschrijving in het bestek. Verweerder stelt dat een natuurlijke vergelijking niet mogelijk is. Het feit dat de producent nog over de aangeboden apparatuur beschikt is niet relevant omdat de door verzoekster aangeboden apparatuur de vergelijking niet kan doorstaan. De producent zou in december 2012 deze apparatuur al als ‘end of life’ hebben ingedeeld. Verzoekster blijft bij haar standpunt dat zij een gelijkwaardige of betere processor heeft aangeboden.
Aanbestedingsrecht. Applicatiebeheer. Gunningscriteria. De Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: de IND) heeft een niet-openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het gunnen van een opdracht inzake de doorontwikkeling en het beheer van de applicatie INDiGO, het primaire processysteem van de IND. In een brief aan Ordina wordt vermeld dat de opdracht aan Capgemini wordt gegund, waarbij ook de verschillende gunningscriteria besproken worden. Ordina vordert dat de aanbesteding wordt afgebroken omdat de beoordelingscriteria niet bekend waren en de beoordeling onzorgvuldig heeft plaatsgevonden. De voorzieningenrechter oordeelt dat vanwege het ontbreken van een onderbouwing in de voorstellen van Ordina, de puntentoekenning door de IND niet onjuist of onbegrijpelijk is. De IND heef in redelijkheid tot de aan Ordina toegekende scores kunnen komen. De vorderingen van Ordina worden afgewezen.
Nietigverklaring van de besluiten van het Publicatiebureau van 9 juni 2009 in het kader van aanbesteding nr. 10017, „CORDIS”, betreffende assistentie aan het Publicatiebureau bij het leveren van moderne high-end rendabele publicatie en communicatiediensten voor de CORDIS internetsite (PB 2008/S 242-321376, rectificatie PB 2009/S 40-057377), waarbij twee van verzoeksters offertes zijn afgewezen en de andere offerte voor de meervoudige raamovereenkomst in het cascademechanisme als derde op de lijst is gezet, alsmede nietigverklaring van de besluiten om de opdrachten aan andere inschrijvers te gunnen, en voorts schadevergoeding. Het Gerecht EU wijst het verzoek af.
Enerzijds, nietigverklaring van het besluit van het Europees Geneesmiddelenbureau van 31 januari 2012 in het kader van aanbestedingsprocedure EMA/2011/17/ICT voor externe dienstverleners voor softwaretoepassingen om de inschrijving van verzoeksters als tweede te plaatsen voor de gunning van de overeenkomst voor perceel 1 volgens het cascadesysteem en, anderzijds, een vordering tot schadevergoeding. Het beroep wordt verworpen.