Privacy

IT 3294

Beschuldigingen van doodsbedreiging zijn onrechtmatig

Rechtbank 9 sep 2020, IT 3294; ECLI:NL:RBROT:2020:9018 (Beschuldigingen doodsbedreiging), http://www.itenrecht.nl/artikelen/beschuldigingen-van-doodsbedreiging-zijn-onrechtmatig

Vzr. Rechtbank Rotterdam 9 september 2020, IEF 19535, IT 3294; ECLI:NL:RBROT:2020:9018 (Beschuldigingen doodsbedreiging) Onrechtmatige uiting. Rectificatie. Kort geding. Eiser werkt als docent bij een school in Rotterdam. Gedaagde is of was voorzitter van de medezeggenschapsraad. Gedaagde heeft uitlatingen gedaan op Facebook waarin zij eiser ervan beschuldigt dat hij haar tijdens een MR-vergadering met de dood heeft bedreigd, door te zeggen “ik ga je hoofd scheuren”. Van deze vergadering is een geluidsopname. De door gedaagde gestelde bedreiging door eiser is mede gelet op de ter zitting beluisterde geluidsopname niet aannemelijk geworden. De uitlatingen van gedaagde waarin zij eiser direct of indirect van bedreiging beschuldigt zijn daarom onrechtmatig. Het verbod om deze uitlatingen te doen wordt toegewezen. Gedaagde moet een rectificatie op zijn Facebookpagina plaatsen en verzenden aan de school.

IT 3292

Rectificatie van corruptiebeschuldigingen toegewezen

Overige instanties 14 okt 2020, IT 3292; ECLI:NL:OGEAA:2020:421 (Projectleider FASE tegen gedaagde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/rectificatie-van-corruptiebeschuldigingen-toegewezen

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 14 oktober 2020, IEF 19531, IT 3292; ECLI:NL:OGEAA:2020:421 (Projectleider FASE tegen gedaagde) Mediarecht. Rectificatie. Kort geding. Eiseres is projectleider bij ‘Fondo di Asistencia Social di Emergencia’ (hierna: ‘FASE’) in Aruba. Gedaagde heeft eiseres op social media meerdere malen beschuldigd van corruptie, van het stelen van FASE-gelden en van het delen van die gelden met collega’s. De vorderingen van eiseres worden toegewezen. Gedaagde moet de uitlatingen verwijderen en een rectificatieverklaring afleggen op straffe van verbeurte van dwangsommen van maximaal Afl. 50.000,-. Indien maximale verbeurte van dwangsommen niet leidt tot nakoming van dit vonnis, is eiseres gemachtigd dit vonnis ten uitvoer te leggen door middel van een lijfsdwang van maximaal 7 dagen voor iedere dag dat gedaagde in gebreke blijft.

IT 3288

Beroep niet-tijdig beslissen is niet-ontvankelijk

Rechtbank 15 okt 2020, IT 3288; ECLI:NL:RBMNE:2020:4442 (Eiser tegen de Autoriteit Persoonsgegevens), http://www.itenrecht.nl/artikelen/beroep-niet-tijdig-beslissen-is-niet-ontvankelijk
Autoriteit persoonsgegevens

Rechtbank Midden-Nederland 15 oktober 2020, IT 3288; ECLI:NL:RBMNE:2020:4442 (Eiser tegen de Autoriteit Persoonsgegevens) Privacyrecht. Eiser heeft een klacht ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: ‘AP’), omdat handelsinformatiebureau Focum zijn persoonsgegevens zonder toestemming heeft verwerkt. Eiser wil gebruikmaken van zijn recht op vergetelheid. Deze klacht is gebaseerd op artikel 77 AVG en moet worden gezien als een verzoek om handhaving. Eiser heeft vervolgens een beroep niet-tijdig beslissen bij de rechtbank ingesteld, omdat volgens hem niet tijdig tot een afronding van de klacht is gekomen. De rechtbank heeft in deze uitspraak vastgesteld wat de verplichtingen zijn van de AP bij de afhandeling van een klacht als bedoeld in artikel 77 AVG. Er is nog geen sprake van niet-tijdig beslissen. Van doorslaggevend belang is dat de afhandeling van de klacht van eiser onderdeel uitmaakt van een groot en complex onderzoek naar datahandel en dat dit onderzoek ook gaat over landsgrensoverschrijdende verwerkingen van persoonsgegevens. De AP heeft eiser verder voldoende op de hoogte gehouden van de afhandeling van zijn klacht. De inhoud en frequentie van de voortgangsberichten zijn in orde. Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen is niet-ontvankelijk en de AP is daarom geen dwangsommen verschuldigd.

IT 3290

De Volksbank moet BKR-registratie verwijderen

Rechtbank 14 okt 2020, IT 3290; ECLI:NL:RBMNE:2020:4486 (Eiseres tegen de Volksbank), http://www.itenrecht.nl/artikelen/de-volksbank-moet-bkr-registratie-verwijderen

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 14 april 2020, IT 3290; ECLI:NL:RBMNE:2020:4486 (Eiseres tegen de Volksbank) Privacyrecht. Eiseres vordert verwijdering van de coderingen in het Centraal Kredietinformatiesysteem (CKI) van het Bureau Kredietregistratie (BKR) door de Volksbank. Eiseres heeft door middel van een betalingsregeling de volledige schuld aan de Volksbank betaald. De registratie duurt nog ongeveer twee jaar. Het persoonlijke belang van eiseres bij verwijdering is dat zij dan een reële kans heeft om een hypothecaire geldlening te verkrijgen voor een woning waarvoor zij al een koopaannemingsovereenkomst heeft gesloten. Er is sprake van bijzondere omstandigheden. De schuld betrof een relatief kleine schuld. De reden dat de schuld is ontstaan, is dat haar vriend toen ernstig depressief was waardoor de aflossing van de schuld op de achtergrond is geraakt. De schuld ontstond dus niet omdat eiseres een gat in haar hand had. De conclusie is dat er geen, althans onvoldoende, aanwijzingen zijn dat eiseres moet worden beschermd tegen overkreditering en dat de kredietaanbieders moeten worden beschermd tegen financiële risico’s bij kredietverlening aan eiseres. De vordering van eiseres wordt toegewezen. De Volksbank wordt veroordeeld om de coderingen in het CKI te verwijderen.

IT 3267

Eerste Kamer stemt in met tijdelijke appwet Covid-19

Via Rijksoverheid: De Eerste Kamer heeft op 6 oktober ingestemd met de Tijdelijke wet notificatieapplicatie Covid-19. De wet regelt de wettelijke grondslag voor de CoronaMelder-app. Nu zowel de Tweede Kamer, als de Eerste Kamer hebben ingestemd met de wet, zal de CoronaMelder op zaterdag 10 oktober landelijk worden geïntroduceerd. Op diezelfde dag start ook een landelijke campagne om de app onder de aandacht te brengen.

De app dient als aanvulling op het reguliere bron- en contactonderzoek van de GGD en stelt mensen in staat de verspreiding van het virus tegen te gaan. De privacy zou worden gewaarborgd, doordat de app geen informatie van gebruikers of de locatie van gebruikers opslaat. Bovendien mogen mensen nooit worden gedwongen tot het gebruik van de app. Zo is het bijvoorbeeld niet toegestaan dat een horecaondernemer het gebruik van CoronaMelder verplicht stelt voor het kunnen plaatsnemen in zijn restaurant.

Dankzij de app kunnen meer mensen sneller een bericht krijgen dat ze in de buurt zijn geweest van een besmet persoon. Vaak kunnen mensen zich moeilijk herinneren met wie ze allemaal in contact zijn geweest. De app herinnert die contacten wel en waarschuwt daardoor meer mensen. Door op deze manier meer mensen sneller te kunnen berichten dat ze mogelijk een risico lopen, kunnen zij maatregelen nemen en voorkomen dat het virus onbewust wordt overgedragen.

IT 3260

Verzoek om verwijdering achterstandscodering toegewezen

Rechtbank 4 sep 2020, IT 3260; ECLI:NL:RBLIM:2020:6702 (Verzoekster tegen Rabobank), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verzoek-om-verwijdering-achterstandscodering-toegewezen

Rechtbank Limburg 4 september 2020, IT 3260; ECLI:NL:RBLIM:2020:6702 (Verzoekster tegen Rabobank) Privacyrecht. Verzoekster verzoekt om verwijdering van een achterstandscodering bij het Centraal Kredietinformatiesysteem (CKI) van het Bureau Kredietregistratie (BKR) door Rabobank. Het recht van bezwaar komt verzoekster toe op grond van art. 21 lid 1 AVG. Beoordeeld moet worden of de BKR-registratie en de bijzonderheidscodering proportioneel zijn. Alle achterstanden zijn inmiddels geheel voldaan, maar de registraties blijven verzoekster belemmeren bij het verkrijgen van financiering voor een andere woning. In deze specifieke situatie zijn de BKR-registraties disproportioneel en moet Rabobank de registraties laten verwijderen.

IT 3252

Verzoek tot verwijdering beschikking wordt afgewezen

Rechtbank 2 apr 2020, IT 3252; ECLI:NL:RBAMS:2020:2112 (Verzoekster tegen de Staat), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verzoek-tot-verwijdering-beschikking-wordt-afgewezen

Rechtbank Amsterdam 2 april 2020, IT 3252; ECLI:NL:RBAMS:2020:2112 (Verzoekster tegen de Staat) Privacyrecht. De rechtbank Den Haag heeft op 28 juni 2019 een beschikking gegeven in een geschil tussen verzoekster, een AVG-jurist, en Google over de verwijdering van zoekresultaten. De beschikking is gepubliceerd en geanonimiseerd met inachtneming van de anonimiseringsrichtlijnen voor de publicatie van rechtelijke uitspraken. Verzoekster wil dat de beschikking wordt verwijderd van Rechtspraak.nl en beroept zich daarbij op art. 17 AVG. Volgens verzoekster bevat de gepubliceerde beschikking in de beschrijving van haar persoon naar haar herleidbare persoonsgegevens, omdat maar weinig AVG-juristen de daarin genoemde functies combineren. Art. 17 lid 3 onder b AVG staat aan verwijdering in de weg. De rechtbank Den Haag voldoet namelijk met de publicatie van de beschikking aan haar verdragsrechtelijke en grondwettelijke taak dat rechterlijke uitspraken in het openbaar moeten plaatsvinden. Ook is voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het maatschappelijk belang weegt zwaarder dan het belang van verzoekster. De genoemde beschrijving die in de beschikking is opgenomen was noodzakelijk voor de beantwoording van de rechtsvraag of verzoekster een publiek figuur is en derhalve meer dan de gemiddelde burger te dulden heeft met betrekking tot een inbreuk op haar recht op privacy. De verzoeken worden afgewezen.

IT 3234

Afwijzing verzoek om verwijdering achterstandscodering CKI

Hof 8 sep 2020, IT 3234; ECLI:NL:GHDHA:2020:1569 (Verzoekster tegen ING Bank), http://www.itenrecht.nl/artikelen/afwijzing-verzoek-om-verwijdering-achterstandscodering-cki

Hof Den Haag 8 september 2020, IT 3234; ECLI:NL:GHDHA:2020:1569 (Verzoekster tegen ING Bank) Privacyrecht. Verzoekster verzocht om verwijdering van een achterstandscodering bij het Centraal Kredietinformatiesysteem (CKI) van het Bureau Kredietregistratie (BKR) door ING, maar de rechtbank wees dit bij beschikking af. Verzoekster gaat in hoger beroep tegen deze afwijzing. Partijen zijn het oneens over op welke grond de belangenafweging moet worden gemaakt. De registratie van het CKI vormt een verwerking van persoonsgegevens in de zin van de AVG. De gegevensverwerking valt onder art. 6 lid 1 onder f AVG en niet tevens onder art. 6 lid 1 onder c AVG. Het recht van bezwaar komt derhalve aan verzoekster toe op grond van art. 21 lid 1 AVG en de belangenafweging dient op grond van deze bepaling te geschieden. Bij de beoordeling van het verwijderingsverzoek moet worden voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. De rechtbank heeft een juiste belangenafweging gemaakt. De grieven van verzoekster falen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.