Privacy

IT 2697

HR volgt conclusie AG: art. 35 Wbp strekt zich niet uit tot integrale versie documenten met persoonsgegevens

Hoge Raad 21 dec 2018, IT 2697; ECLI:NL:HR:2018:2378 (Wbp inzagerecht), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hr-volgt-conclusie-ag-art-35-wbp-strekt-zich-niet-uit-tot-integrale-versie-documenten-met-persoonsge

HR 21 december 2018, IT 2697; ECLI:NL:HR:2018:2378 (Wbp inzagerecht) Privacy. Art. 81 RO. Bekrachtiging/bevestiging arrest hof [IT 2587]. HR volgt conclusie AG: Inzagerecht art. 35 Wbp strekt zich niet uit tot de integrale versie van alle documenten of andere informatiedragers waarin persoonsgegevens zijn verwerkt. Aan de gronden die zijn genoemd in art. 43 Wbp wordt pas toegekomen als de verantwoordelijke van oordeel is dat de inzage in persoonsgegevens moet worden beperkt. 

IT 2694

Actieve rol Facebook bij advertenties leidt tot verwachting waken inbreuk IE-rechten PHV

Rechtbank 21 dec 2018, IT 2694; ECLI:NL:RBAMS:2018:9362 (PVH c.s. tegen Facebook), http://www.itenrecht.nl/artikelen/actieve-rol-facebook-bij-advertenties-leidt-tot-verwachting-waken-inbreuk-ie-rechten-phv

Vzr. Rechtbank Amsterdam 21 december 2018, IEF 18172; RB 3273; IT 2694; ECLI:NL:RBAMS:2018:9362 (PVH c.s. tegen Facebook) Merkenrecht. Auteursrecht. Tommy Hilfiger Europe (onderdeel PVH) heeft met Facebook een advertentieovereenkomst gesloten voor het merk Tommy Hilfiger op de platforms van Facebook. Tommy Hilfiger Licensing (onderdeel PVH) heeft o.a. het Benelux woordmerk TOMMY HILFIGER laten registreren. PVH heeft afbeeldingen in het geding gebracht van een aantal advertenties aangetroffen op Facebook en Instagram voor kleding en schoeisel met de naam "Tommy Hilfiger", die niet van haar afkomstig zijn. Facebook heeft deze verwijderd. PVH heeft Facebook verzocht om gegevens aan haar te verstrekken van de adverteerders die advertenties hebben geplaatst waarmee inbreuk werd gemaakt. Merkinbreuk Benelux-woordmerk Tommy Hilfiger door stelselmatig verschijnen advertenties die niet verwezen naar producten van PVH. Facebook kan geen beroep doen op vrijwaringsbepaling art. 6:196c BW: door controle van Facebook op advertenties, vastgelegd in het advertentiebeleid, bepaalt zij mede de inhoud en speelt zij dus een actieve rol. Van Facebook wordt verwacht dat zij passende maatregelen treft om stelselmatige inbreuken op IE-rechten van derden zoals PVH te voorkomen. Facebook niet zelf de inbreukmaker. Maatregelen Facebook onvoldoende effectief door telkens opduiken gewraakte advertenties. Privacybelangen staan niet in de weg van verstrekking gegevens: het gaat om adverteerders die bedrijfsmatig inbreukmakende artikelen aanbieden. Het beschikken over de gevraagde (persoons-)gegevens is voor PVH noodzakelijk om hiertegen te kunnen optreden. Vorderingen gedeeltelijk toegewezen.

IT 2690

Vordering afgewezen, online archivering rechtmatig artikel Trouw prevaleert boven privacy

Rechtbank 13 nov 2018, IT 2690; ECLI:NL:RBAMS:2018:8241 (Eiseres tegen Trouw), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vordering-afgewezen-online-archivering-rechtmatig-artikel-trouw-prevaleert-boven-privacy

Ktr. Rechtbank Amsterdam 13 november 2018, IEF 18147; IT 2690; ECLI:NL:RBAMS:2018:8241 (Eiseres tegen Trouw) Mediarecht. Privacy. Eiseres is door haar vader ontvoerd geweest naar het buitenland. Trouw heeft een artikel in haar dagblad gepubliceerd over de terugkeer van eiseres naar Nederland en de hereniging met haar moeder. In het artikel worden de voornaam, achternaam en woonplaats van eiseres vermeld. Op enig moment is het oorspronkelijke artikel door Trouw opgenomen in haar online archief. Het was daardoor via de website van Trouw voor derden toegankelijk. Eiseres heeft tussen 2008 en 2017 meerdere malen gevorderd het artikel uit de database te halen. De hoofdredactie van Trouw heeft uiteindelijk in 2017 besloten het artikel offline te halen. Eiseres heeft de rechtmatigheid van het artikel niet betwist. De pers heeft primair de rol van publieke waakhond en een belangrijke secundaire functie is het beschikbaar houden en maken van nieuws in archieven. Een verplichting tot het verwijderen van het artikel, dat op zichzelf rechtmatig is, is om privacyredenen aan de kant van eiseres niet te verenigen. De online archivering is dan geen betrouwbare getuigenis meer van het verleden. Vordering afgewezen.

IT 2688

Geen verbod op MyTelio app, geheimhouding communicatie advocaat-client voldoende gewaarborgd

Rechtbank 5 dec 2018, IT 2688; ECLI:NL:RBDHA:2018:14327 (MyTelio), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-verbod-op-mytelio-app-geheimhouding-communicatie-advocaat-client-voldoende-gewaarborgd

Vzr. Rechtbank Den Haag 5 december 2018, IT 2688; ECLI:NL:RBDHA:2018:14327 (MyTelio) Privacy. Telecomrecht. Via Rechtspraak. Het wordt de Staat niet verboden de zogenoemde MyTelio app in te voeren. Dat heeft de voorzieningenrechter in Den Haag vandaag besloten. Advocaten moeten de MyTelio app gaan gebruiken om terugbel- en afspraakverzoeken met hun gedetineerde cliënt te maken door het inspreken van een voicemailbericht. Nu verloopt dat contact nog via de administraties van de Penitentiaire Inrichtingen. De Staat is van plan het gebruik van de app verplicht te stellen. Verenigingen van strafrechtadvocaten vinden dat door het verplichte gebruik van de app het vrije verkeer tussen advocaten en hun cliënten onrechtmatig wordt belemmerd en hebben daarom de rechter gevraagd de Staat te verbieden de app in te voeren. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de geheimhouding van de communicatie tussen advocaat en cliënt voldoende is gewaarborgd. Wel kan het gebruik van de app mogelijk tot praktische problemen leiden waardoor de communicatie wordt bemoeilijkt. De Staat moet echter de gelegenheid krijgen om het nieuwe systeem in te voeren en te laten zien dat het naar behoren functioneert. Van de advocatuur mag daarbij enige souplesse worden verwacht. Op dit moment is onvoldoende aannemelijk dat de verplichte invoering van de app tot onoplosbare structurele problemen zal leiden. Het is van belang dat de communicatie tussen advocaat en cliënt niet wezenlijk wordt belemmerd. Als in de toekomst blijkt dat dit wel het geval is, kunnen eisers alsnog aanspraak maken op maatregelen die het vrije verkeer tussen advocaten en gedetineerde cliënten beter waarborgen.

IT 2687

Klacht wederom afgewezen, 'Tell-a-friend-functie' DeGoedeZaak niet i.s.m. Code e-mail

Overige instanties 27 sep 2018, IT 2687; (Appellant tegen DeGoedeZaak), http://www.itenrecht.nl/artikelen/klacht-wederom-afgewezen-tell-a-friend-functie-degoedezaak-niet-i-s-m-code-e-mail

CvB RCC 27 september 2018, RB 3262; IT 2687; dossiernr. 2018/00489 (Appellant tegen DeGoedeZaak) DeGoedeZaak biedt op haar website de mogelijkheid landelijke petities te steunen door deze te'ondertekenen' met onder meer een e-mailadres. Appellant heeft blijkens de overgelegde stukken twee petities getekend, te weten "Ons geld naar de Groningers, niet naar Shell" en "Red het zonnepaneel". DeGoedeZaak heeft dit telkens per e-mail aan appellant bevestigd en heeft hem daarbij de mogelijkheid geboden de desbetreffende campagnes via Facebook, Twitter of e-mail te delen. Appellant maakt bezwaar tegen het ontvangen van deze bevestigingsmail met de mogelijkheid om een campagne te delen. Bij het ondertekenen van de petities heeft hij door middel van het 'uitzetten van vinkjes' kenbaar gemaakt dat hij geen reclame via e-mail wenst te ontvangen. Appellant stelt dat de onderhavige e-mails door de mogelijkheid van het delen van campagnes 'spam' zijn, en dat zij in strijd met de Code reclame via e-mail 2O12 (Code e-mail) aan hem zijn verzonden.

IT 2686

Bedrijven mogen mensen alleen bij hoge uitzondering met wifitracking volgen

Via AP. Het volgen van mensen op straat, in winkelcentra of stations via hun mobiele apparatuur is voor bedrijven slechts in zeer weinig gevallen toegestaan. Wifitracking en ook andere digitale middelen om personen te volgen zijn slechts onder zeer strikte voorwaarden toegestaan. Het betreft vrijwel altijd een verwerking van persoonsgegevens, waardoor deze volgmethode onder de privacyregels valt. Bedrijven kunnen het digitaal volgen van mensen in de (semi-)openbare ruimte in theorie op drie wettelijke gronden baseren. Naast toestemming zijn dat gerechtvaardigd belang of het uitvoeren van een overeenkomst. Bedrijven moeten dan wel aan strikte voorwaarden voldoen. Ze kunnen echter ook op andere manieren zonder persoonsgegevens en digitale volgapparatuur hun doelen bereiken. De AP heeft na vragen een nadere uitleg over deze normen op haar website gepubliceerd. Lees verder.

IT 2683

AP legt Uber boete op voor te laat melden datalek

Autoriteit Persoonsgegevens 6 nov 2018, IT 2683; (Uber datalek), http://www.itenrecht.nl/artikelen/ap-legt-uber-boete-op-voor-te-laat-melden-datalek

AP 6 november 2018, IT 2683; (Uber datalek) Via AP. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) legt Uber B.V. en Uber Technologies, Inc (UTI) een boete van 600.000 euro op voor het overtreden van de meldplicht datalekken. In 2016 vond een datalek bij het Uber-concern plaats waarbij onbevoegden toegang tot persoonsgegevens van klanten en chauffeurs kregen. Het Uber-concern krijgt de boete omdat zij de AP en betrokkenen niet binnen 72 uur na het ontdekken van het lek heeft geïnformeerd. Wereldwijd werden ruim 57 miljoen Uber-gebruikers getroffen door dit datalek onder wie ongeveer 174.000 Nederlanders. Het ging om persoonsgegevens zoals namen, e-mailadressen en telefoonnummers van klanten en chauffeurs.

IT 2681

Vorderingen afgewezen, boek ondergeschikte rol in debat over sektarisme BTSW

Rechtbank 21 nov 2018, IT 2681; ECLI:NL:RBAMS:2018:8347 (Ik was gek van geluk), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vorderingen-afgewezen-boek-ondergeschikte-rol-in-debat-over-sektarisme-btsw

Rechtbank Amsterdam 21 november 2018, IEF 18120; IT 2681; ECLI:NL:RBAMS:2018:8347 (Ik was gek van geluk) Mediarecht. Privacy. BTSW is een coaching/trainingsbureau dat zich bezighoudt met psychologische en zakelijke dienstverlening, met name gericht op topsport en entertainmentwereld. Gedaagde sub 1 heeft het boek "ik was gek van geluk. Verhalen van sektarische bewegingen" geschreven, uitgegeven door gedaagde sub 2. Geschreven is over ervaringen van personen met (vermeend) sekatarische organisaties, die zij heeft geïnterviewd. Het werd uit de handel gehaald, maar in beheer van gedaagde sub 1 in gewijzigde vorm op haar website gepubliceerd. Telegraaf publiceerde een artikel over de commerciële relatie tussen toenmalig technisch directeur van de KNVB (naam 2) en BTSW. Gedaagde sub 1 schreef hierna een tweet, inhoudende: "Al in Ik was gek van geluk beschreef ik hoe naam 2 gehersenspoeld werd door een sekte…." Er volgden diverse landelijke negatieve media-uitingen over sektarisme van BTSW, bij KNVB. Naar oordeel van de rechtbank heeft gedaagde sub 1 door de tweet derden in staat gebracht een verband te leggen tussen de berichtgeving over BTSW en de in het boek beschreven organisatie BSV. Dat ze in haar tweet BTSW of BSV niet heeft genoemd, doet daar niet aan af: uit haar tweet was voldoende af te leiden dat de in het boek beschreven organisatie BSV in werkelijkheid ziet op BTSW. Hierdoor is de gewaarborgde anonimiteit opgeheven. BTSW heeft echter onvoldoende gesteld dat de door haar gestelde schade is veroorzaakt door het handelen van gedaagden. Het boek heeft een ondergeschikte rol gehad in het debat over BTSW. Vorderingen afgewezen.