Korte beschouwing van de (voorgestelde) Privacyverordening
Bijdrage ingezonden door Filip van Eeckhoutte, Van Eeckhoutte advocaten. Het 'Recht om te worden vergeten' staat al in de Privacy-richtlijn uit 1995. De privacyrichtlijn bevat als kerngedachte het recht om te worden vergeten. Een persoon kan aan beheerders van o.a. zoekmachines verzoeken dat zijn persoonlijke gegevens worden gewist zodra de gegevens niet langer nodig zijn (artikel 12 Richtlijn). Wat dat betreft heeft de Commissie niets nieuws voorgesteld in de (aanstaande) privacyverordening.
Waarom is de voorgestelde privacyverordening dan nodig?
De voorgestelde verordening gegevensbescherming betreft veel meer dan het recht om te worden vergeten. Het bevat een fundamentele modernisering van de regels inzake gegevensbescherming in Europa, de vestiging van een aantal nieuwe rechten voor burgers waarvan het recht om te worden vergeten er een van is (andere zijn o.a. mobiliteitsbeheer van persoonsgegevens en data-inbreukmeldingen), de vorming van een interne markt voor persoonsgegevens in de Europese Unie en de stroomlijning van samenwerking tussen de regelgevende instanties van de lidstaten. In het besef dat het recht om te worden vergeten bestaat, heeft het Hof van Justitie een algemeen principe neergezet. Dit principe moet worden geactualiseerd en verduidelijkt voor het digitale tijdperk. De privacyverordening versterkt het principe en de rechtszekerheid (artikel 17 voorgestelde verordening).
Het recht om vergeten te worden zou een lege huls zijn als de EU-regels inzake gegevensbescherming niet van toepassing zouden zijn op niet-Europese bedrijven en voor zoekmachines. De voorgestelde privacyverordening stelt buiten twijfel dat het niet uitmaakt waar de fysieke server van een bedrijf (dat persoonsgegevens verwerkt) staat. Ook op niet-Europese ondernemingen die diensten aan de Europese consumenten aanbieden, zijn de Europese regels van toepassing (artikel 3 voorgestelde verordening).
Om het recht voor particulieren om te worden vergeten te versterken, heeft de Commissie voorgesteld de bewijslast om te keren: het bedrijf - en niet het individu - moet bewijzen dat de gegevens niet mogen worden verwijderd, omdat ze nog steeds nodig of relevant zijn.
De voorgestelde verordening gegevensbescherming schept een verplichting voor een databeheerder (bijv. zoekmachine) die persoonsgegevens openbaar maakt om redelijke maatregelen te nemen opdat derden worden geïnformeerd over het feit dat het individu wenst dat zijn persoonsgegevens worden verwijderd. Het Europees Parlement ging nog verder door de databeheerder te verplichten het wissen van deze persoonsgegevens te laten waarborgen. Het Parlement wil dat mensen ook het recht hebben op verwijdering wanneer een rechterlijke of regelgevende instantie in EU in kracht van gewijsde heeft geoordeeld dat de betrokken gegevens moeten worden gewist.
De voorgestelde verordening gegevensbescherming maakt het voor privacy-autoriteiten, zoals het CBP (College Bescherming Persoonsgegevens) voorts mogelijk om boetes van maximaal 2 % van de jaarlijkse wereldwijde omzet op te leggen van/aan bedrijven die de rechten van burgers met voeten treden, zoals het recht om te worden vergeten.
De voorgestelde privacyverordening is bepaalt ook de redenen van algemeen belang op grond waarvan het online in stand houden van persoonsgegevens kan worden gerechtvaardigd. De uitzonderingen op het recht om te worden vergeten, zijn beperkt en afgebakend. Deze omvatten de uitoefening van het recht van vrijheid van meningsuiting, het belang van de volksgezondheid, alsmede de gevallen waarin gegevens worden verwerkt voor historische, statistische en wetenschappelijke doeleinden.
Filip van Eeckhoutte
Persoonsgegevens. Gedragscode. Eiseres is verwikkeld in een alimentatieprocedure met haar ex-echtgenoot, deze heeft Sûreté de opdracht gegeven aan te tonen dat eiseres werkzaamheden verricht in de escortbranche. Sûreté heeft hiervoor een pseudoklant ingezet, die een gedetailleerde verklaring heeft afgelegd en op grond waarvan een rapport is opgemaakt. Dit rapport is door Sûreté aan de ex-echtgenoot verstrekt en ingebracht in de alimentatieprocedure. Sûreté heeft onrechtmatig gehandeld door te handelen in strijd met de gedragscode. Sûreté heeft tevens gehandeld in strijd met artikel 11 en artikel 34 van de WBP, respectievelijk door meer gegevens te verwerken dan noodzakelijk en door eiseres niet te informeren dat haar persoonsgegevens werden verwerkt.
Privégegevens. Ontslag. Eiser is in dienst bij Adata. Een collega van eiser had melding gemaakt van door hem en eiser gevoerde communicatie via whatsapp. Dit gaf voor Adata voldoende aanleiding om nader onderzoek te doen naar de inhoud van de laptop die afkomstig was van eiser. De kantonrechter is van oordeel dat dit onderzoek proportioneel plaatsvond en de in die laptop gevonden berichten vormen daarom rechtmatig verkregen bewijs. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de door Adata overgelegde berichten niet van hem afkomstig zijn. Die berichten (grovelijk uitschelden leidinggevende) vormen naar in kort geding moet worden aangenomen een dringende reden.
Wet bescherming persoonsgegevens. Inzage medisch rapport. Medirisk beschikt over stukken waarvan appellant de inzage wenst. Medirisk beroept zich op de uitzondering van artikel 2 sub a van de Wbp dan wel artikel 43 sub e van de Wbp en is van mening dat het hier gegevens betreft die zij niet aan appellant hoeft te verstrekken. In het
Geheimhouding. [geïntimeerde] is krachtens een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd werkzaam geweest voor BAS en was/is verplicht tot geheimhouding. Voorts is [geïntimeerde] in dienst getreden bij de stichting Stichting Hou Vast Zorg. Volgens BAS heeft [geïntimeerde] vier maal e-mailcorrespondentie van hemzelf doorgestuurd aan de leidinggevende bij Hou Vast Zorg, hetgeen in strijd is met de geheimhoudingsplicht. Het feit dat de e-mailberichten niet tijdens, maar aan het eind van en/of na het dienstverband bij een standaardcontrole van de ingeleverde laptop zijn gevonden, brengt niet mee dat de beperkingen van het recht op privacy niet gelden. Er is immers nog steeds sprake van het controleren en het inzien van e-mailberichten van een derde. Er is geen sprake van een gerechtvaardigd doel en aan de proportionaliteitseis is niet voldaan. Controle van de berichten door de werkgever is niet toelaatbaar.
Uit het
Vordering tot verwijdering van beveiligingscamera's afgewezen. Eiser is de eigenaar van een perceel grond met daarop een woning en een bedrijfshal. Gedaagde is de eigenaar van het daarnaast gelegen perceel met daarop eveneens een woning en een bedrijfshal. Beide percelen zijn gelegen op een bedrijventerrein. Uit de technische beschrijving van de camera's kan worden afgeleid dat deze een zodanig bereik hebben dat er opnamen van zijn woning en tuin kunnen worden gemaakt, maar het gevoel van privacyinbreuk wordt niet nader onderbouwd. Gezien het verweer over het gebruik van de beelden (opslag en slechts bekijken wanneer er inbraak is), wordt er niet onrechtmatig gehandeld.