SGOA Klant kon uitgaan van maximumbedrag, ook na wijzigende specificaties
SGOA arbitraal vonnis 3 maart 2014, IT 1867 (Maximumbedrag en wijzigende specificaties)
Arbitraal vonnis ingezonden door Heleen van Beugen, SGOA. Arbitrage. Ontbinding inclusief de later gemaakte aanvullende afspraken. Crediteren € 290.131,80. Wijziging specificaties. Het geschil tussen partijen betreft de nakoming van de overeenkomst inzake de levering en implementatie van een ERP-systeem en de programmering van diverse koppelingen. Klant is van mening dat zij leverancier rechtmatig in gebreke heeft gesteld en dat leverancier desondanks in gebreke is gebleven. Leverancier is van mening dat de vertraging in de oplevering van het systeem te wijten is aan klant, omdat klant regelmatig wijzigingen in de specificaties heeft aangebracht.
Het feit dat partijen waren overeengekomen dat leverancier budget en resultaat verantwoordelijk zou zijn brengt met zich mee, dat leverancier van enige, daarna veroorzaakte vertraging in het project, dan wel door klant veroorzaakte wijzigingen in specificaties, klant duidelijk en gedetailleerd op de hoogte had moeten stellen. Daarvan is niet gebleken. Klant mocht er daarom tot het moment van ontbinding van uit gaan dat in ieder geval de puntenlijst en de koppeling zou opleveren voor de in oktober 2011 overeengekomen prijs. De puntenlijst levert bovendien een set van "bevroren specificaties" op.
35. [leverancier] lijkt te stellen dat [klant] ook na oktober 2011 regelmatig wijzigingen in de projectvoorwaarden aanbracht, doch dit wordt door [klant] gemotiveerd betwist. Naar de mening van arbiters bracht het feit dat partijen waren overeengekomen dat [leverancier] budget en resultaat verantwoordelijk zou zijn met zich mee, dat [leverancier] [klant] van enige daarna door [klant] veroorzaakte vertraging in het project, dan wel door [klant] veroorzaakte wijzigingen in specificaties, duidelijk en gedetailleerd op de hoogte had moeten stellen (mede in het licht van het feit, dat [klant] voor wat betreft de [naam]-koppeling uit mocht gaan van een maximum bedrag). Daar is niet van gebleken. [klant] mocht er daarom tot het moment van ontbinding van uit gaan dat [leverancier] in ieder geval de XX-puntenlijst en de [naam]-koppeling zou opleveren voor de in oktober 2011 overeengekomen prijs. [leverancier] stelt verder nog dat haar gebrekkige prestatie te wijten zou zijn geweest aan een gebrekkige projectleiding door [klant]. Met deze klacht komt zij te laat. Niet is gebleken dat [klant], als hiervan al sprake was, door [leverancier] terzake hiervan deugdelijk in gebreke is gesteld. Dat had wel op de weg van [leverancier] gelegen nu zij contractueel de verantwoordelijkheid voor de projectleiding droeg. Hierin kan de inschakeling van een externe adviseur door [klant] geen verandering brengen.
47. Op grond van artikel 10.1 van de FENIT voorwaarden is de totale aansprakelijkheid van [leverancier] wegens toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst beperkt tot vergoeding van directe schade tot maximaal het bedrag van de voor die overeenkomst bedongen prijs (exclusief BTW). Krachtens hetzelfde artikel valt onder directe schade in geval van ontbinding van de overeenkomst alleen - kort samengevat - (i) redelijke kosten voor het noodgedwongen operationeel houden van oude systemen, (ii) redelijke kosten gemaakt ter vaststelling van de oorzaak en de omvang van directe schade en (iii) redelijke kosten gemaakt ter voorkoming en beperking van directe schade.
Telefoon- en verpleegoproepsysteem. CSI is een bedrijf dat communicatiesystemen installeert en onderhoudt. Zorgspectrum is een stichting die onder meer verzorgings-en verpleeghuis 'Vreeswijk' exploiteert. Tijdens de installatie van een telefoon- en verpleegoproepsysteem blijkt het niet mogelijk de DECT draadloos aan de NEC3000 te koppelen waardoor er tijdelijke bekabeling moet worden aangebracht die Zorgspectrum zou betalen. Zorgspectrum mocht er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat de totale kosten voor de levering van de installatie 27.642 euro zouden bedragen. Het was duidelijk dat dit enkel de arbeidskosten waren. De rechtbank gaat ervan uit dat Zorgspectrum de kosten niet wil vergoeden omdat zij inmiddels een soortgelijk systeem van een derde heeft gekocht. Dit is geen omstandigheid die kan worden afgewenteld op CSI. De algemene voorwaarden van CSI zijn vernietigbaar omdat niet Zorgspectrum niet de mogelijkheid is geboden hiervan kennis te nemen. Zorgspectrum wordt in het ongelijk gesteld.
Telecom. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft het Hof van Justitie vragen gesteld over de tarieven die KPN in rekening mag brengen voor haar transitdienst naar niet-geografische nummers. Dat zijn bijvoorbeeld 0900-betaalnummers. Deze vragen zijn gerezen naar aanleiding van een eerdere beslissing van de Autoriteit Consument & Markt. In deze beslissing legde ACM een last onder dwangsom aan KPN op de om de tarieven aan te passen. De last onder dwangsom bedroeg 25.000 euro per dag (met een maximum van 5 miljoen euro).
Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) heeft vandaag de
Spaces Zuidas, donderdag 1 oktober a.s., Amsterdam 15:00 - 17.00.
Tijdens het Nationaal Congres Dataprotectie & Privacy (
Inbeslagname bestanden. Volgens het EHRM is er geen schending van art. 8 (recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven) van het Europees Verdrag voor de Mensenrechten. De zaak betrof het onderzoek van advocatenkantoren en de inbeslagname van computerbestanden en emailberichten, tijdens een onderzoek naar vermoedelijke corruptie, het witwassen van geld in verband met de aankoop door de Portugese regering van twee onderzeeërs van een Duits consortium. Het hof constateerde dat de procedurele waarborgen in acht zijn genomen om misbruik en willekeur te voorkomen.
Privacy. Wet bescherming persoonsgegevens. In deze zaak dient de vraag te worden beantwoord of belanghebbende gegronde redenen heeft om verzoeker te registreren in het Incidentenregister en het EVR. De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat de Wbp moet worden uitgelegd in overeenstemming met art. 8 EVRM. Bij elke gegevensverwerking moet zijn voldaan aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit. Belanghebbende heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat verzoeker zich op een wijze heeft gedragen dat registratie rechtvaardigt, nu verzoeker geen verklaring geeft waarom het onrechtmatig zou zijn. Verzoeker heeft ook verzuimd de echtheid van zijn documenten aan te tonen.