Filter
  • Datum
  • Dossier
zoeken

Dossiers

 
 
5.383 artikelen gevonden
IT 5590

HvJ EU: kosten voor openbaredienstverplichtingen mogen afzonderlijk worden doorberekend en historische kosten kunnen grondslag vormen voor nettarieven

HvJ EU 15 okt 2026, IT 5590; ECLI:EU:C:2026:862 (Fluvius Halle-Vilvoorde e.a.), https://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-kosten-voor-openbaredienstverplichtingen-mogen-afzonderlijk-worden-doorberekend-en-historische-kosten-kunnen-grondslag-vormen-voor-nettarieven

HvJ EU 15 oktober 2026, IT 5590; ECLI:EU:C:2026:862 (Fluvius Halle-Vilvoorde e.a. tegen Vlaamse Nutsregulator). Acht Vlaamse distributiesysteembeheerders hebben bij het Hof van Beroep Brussel beroep ingesteld tegen het besluit van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG), inmiddels de Vlaamse Nutsregulator, tot vaststelling van de tariefmethodologie voor de distributie van elektriciteit en aardgas voor de periode 2025-2028. Het geschil betreft onder meer de doorberekening van kosten voor openbare dienstverplichtingen in de nettarieven en het gebruik van historische kosten bij de vaststelling van die tarieven. Het Hof van Justitie oordeelt dat artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2019/943, gelezen in samenhang met Richtlijn (EU) 2019/944, zich niet verzet tegen een nationale regeling die toestaat dat niet anderszins gefinancierde kosten voor openbare dienstverplichtingen aan netgebruikers worden doorberekend. Daarbij geldt als voorwaarde dat deze kosten geen onderdeel vormen van de methode voor de berekening en vaststelling van de nettarieven die onder de bevoegdheid van de nationale regulerende instantie valt en duidelijk van die tarieven worden onderscheiden. Volgens het Hof is de enkele omstandigheid dat dergelijke kosten boekhoudkundig aan de nettarieven worden toegerekend niet voldoende om strijd met het Unierecht aan te nemen. Van belang is of de kosten in werkelijkheid een afzonderlijke tariefcomponent vormen en geen invloed hebben op de berekening van de eigenlijke nettarieven. Het is aan de verwijzende rechter om dit te controleren en na te gaan of aan het transparantievereiste wordt voldaan.

IT 5576

Sunprojects moet schadevergoeding betalen wegens gemiste stroomopbrengsten na niet-nakoming overeenkomst

Gerechtshof Amsterdam 29 sep 2026, IT 5576; ECLI:NL:GHAMS:2026:2766 ([X] tegen Sunprojects), https://www.itenrecht.nl/artikelen/sunprojects-moet-schadevergoeding-betalen-wegens-gemiste-stroomopbrengsten-na-niet-nakoming-overeenkomst

Hof Amsterdam 29 september 2026, IT 5576; ECLI:NL:GHAMS:2026:2766 ([X] tegen Sunprojects). Het hof oordeelt in hoger beroep over een geschil tussen een onderneming en Sunprojects B.V. over de levering en installatie van zonnepanelen voor twee bedrijfspanden. Partijen hadden in 2021 twee overeenkomsten gesloten, die de onderneming wegens niet-nakoming door Sunprojects buitengerechtelijk had ontbonden. Vervolgens schakelde zij een andere, duurdere leverancier in en vorderde zij schadevergoeding voor zowel de extra kosten als de gemiste stroomopbrengsten. De rechtbank had eerder vastgesteld dat Sunprojects was tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen en dat de overeenkomsten rechtsgeldig waren ontbonden. Zij kende een schadevergoeding van € 73.852,56 toe voor de meerkosten van de vervangende leverancier, maar wees de gevorderde vergoeding voor gemiste stroomopbrengsten af omdat deze onvoldoende was onderbouwd. In hoger beroep richt de onderneming zich uitsluitend tegen deze afwijzing. Ter onderbouwing van haar schade heeft zij een voorlopig deskundigenbericht laten uitbrengen.

IT 5581

Onvoldoende onderbouwd beroep op bedrijfsgeheimen verhindert inzage in beslagen documenten niet

Rechtbank Overijssel 2 sep 2026, IT 5581; ECLI:NL:RBOVE:2026:5776 (LPCS tegen [gedaagde 1+2] en Navigantes c.s.), https://www.itenrecht.nl/artikelen/onvoldoende-onderbouwd-beroep-op-bedrijfsgeheimen-verhindert-inzage-in-beslagen-documenten-niet

Rb. Overijssel 2 september 2026, IEF 23934; IT 5581; ECLI:NL:RBOVE:2026:5776 (LPCS tegen [gedaagde 1+2] en Navigantes c.s.). License Partners Cloud Solutions B.V. (LPCS) heeft op 11 juli 2025 bewijsbeslag laten leggen op correspondentie en computerbestanden van verschillende wederpartijen, waaronder Navigantes B.V. Bij vonnis van 19 september 2025 zijn de inzagevorderingen van LPCS toegewezen, waarbij de beslagen partijen de mogelijkheid kregen bezwaar te maken tegen verstrekking van bedrijfsgevoelige informatie. Nadat zij bezwaar hadden gemaakt tegen de verstrekking van diverse geselecteerde documenten, ontstond een geschil over de vraag of gewichtige redenen zich tegen inzage verzetten. Omdat partijen geen overeenstemming bereikten over de benoeming van een onafhankelijke derde om de bezwaren te beoordelen, heeft de voorzieningenrechter de betreffende documenten en bezwaren zelf onderzocht.

IT 5579

Opzegging softwarelicentie wegens betalingsverzuim rechtsgeldig

Rechtbank Midden-Nederland 30 sep 2026, IT 5579; ECLI:NL:RBMNE:2026:6970 ([eiser] tegen [gedaagden]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/opzegging-softwarelicentie-wegens-betalingsverzuim-rechtsgeldig

Rb. Midden-Nederland 30 september 2026, IT 5579; ECLI:NL:RBMNE:2026:6970 ([eiser] tegen [gedaagden]). De rechtbank oordeelt over een geschil tussen een softwarelicentienemer en twee vennootschappen over de nakoming en beëindiging van een licentieovereenkomst. Eind 2020 sloten de licentienemer en een van de vennootschappen een licentie- en exploitatieovereenkomst, waarbij de licentienemer een exclusieve licentie kreeg om software door te ontwikkelen en te exploiteren. Afgesproken werd dat de software na betaling van een licentievergoeding van € 115.000 in termijnen zijn eigendom zou worden. Nadat de licentienemer in 2024 verschillende facturen onbetaald had gelaten, stelde hij dat de licentiegever was tekortgeschoten in de overdracht van broncodes en het afsluiten van een escrow-overeenkomst. De rechtbank oordeelt dat de gestelde tekortkomingen bij de overdracht van de broncodes onvoldoende zijn onderbouwd. Voor verschillende softwaremodules staat vast dat broncodes zijn overgedragen, terwijl niet is aangetoond dat verkeerde versies zijn geleverd of broncodes van andere modules ontbreken. Daarbij weegt mee dat de licentienemer pas ongeveer drieënhalf jaar na de overdracht over ontbrekende broncodes klaagde. Ten aanzien van de escrow-overeenkomst oordeelt de rechtbank dat de licentiegever de nakoming van haar verplichting op grond van artikel 6:52 BW mocht opschorten, omdat de licentienemer op dat moment al in verzuim verkeerde met zijn betalingsverplichtingen. Ook was nakoming niet blijvend onmogelijk. De gestelde tekortkomingen komen daarmee niet vast te staan en de vorderingen tot schadevergoeding worden afgewezen. Ook de vordering tot terugbetaling van eerder betaalde bedragen wegens onverschuldigde betaling wordt afgewezen, omdat de licentienemer daarmee bestaande betalingsverplichtingen rechtsgeldig had voldaan.

IT 5580

A-G: veroordeling in zaak over illegale online kansspelen kan in stand blijven, strafvermindering wegens termijnoverschrijding

Hoge Raad 6 okt 2026, IT 5580; ECLI:NL:PHR:2026:954 ([Verdachte] tegen het OM), https://www.itenrecht.nl/artikelen/a-g-veroordeling-in-zaak-over-illegale-online-kansspelen-kan-in-stand-blijven-strafvermindering-wegens-termijnoverschrijding

Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2026, IT 5580; ECLI:NL:PHR:2026:954 ([Verdachte] tegen het OM). Advocaat-generaal Sinnige concludeert in een strafzaak die voortkomt uit het onderzoek Rykiel naar het zonder vergunning aanbieden van online kansspelen in Nederland. Het onderzoek richtte zich op een samenwerkingsverband van Nederlandse en buitenlandse vennootschappen dat tussen 2004 en mei 2013 via verschillende websites gokspellen aanbood. De verdachte ontwikkelde en onderhield spelsoftware voor een van deze websites en had aanspraak op 60% van de opbrengsten van de daarop aangeboden spellen. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelde hem op 11 maart 2024 tot een taakstraf van 150 uur wegens deelneming aan een criminele organisatie, medeplegen van gewoontewitwassen, meermalen gepleegde valsheid in geschrift en feitelijk leidinggeven aan door een rechtspersoon medepleegde faillissementsfraude. Van het medeplegen van of feitelijk leidinggeven aan het zonder vergunning aanbieden van online kansspelen werd hij vrijgesproken. In cassatie wordt onder meer geklaagd over verjaring van de tenlastegelegde overtreding van de Wet op de kansspelen (Wok) en de mogelijke gevolgen daarvan voor de overige bewezenverklaarde feiten. Volgens de advocaat-generaal kon het hof het tenlastegelegde aanbieden van online kansspelen in deze zaak aanmerken als één voortdurend delict, waarbij de verjaringstermijn pas begint te lopen na beëindiging van de verboden situatie. Het oordeel van het hof dat het recht tot strafvervolging ten tijde van het hoger beroep nog niet was verjaard, getuigt daarom niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

IT 5575

Beëindiging samenwerking door Booking wegens onbetaalde facturen voorshands gerechtvaardigd

Gerechtshof Amsterdam 29 sep 2026, IT 5575; ECLI:NL:GHAMS:2026:2767 (Booking tegen SHA), https://www.itenrecht.nl/artikelen/beeindiging-samenwerking-door-booking-wegens-onbetaalde-facturen-voorshands-gerechtvaardigd

Hof Amsterdam 29 september 2026, IT 5575; ECLI:NL:GHAMS:2026:2767 (Booking tegen SHA). Het hof oordeelt in kort geding over de beëindiging door Booking.com van haar overeenkomst met Swiss Hotel Apartments SA (SHA), een exploitant van ruim zeventig appartementen in Zwitserland. Booking had de overeenkomst in maart 2025 met onmiddellijke ingang beëindigd en SHA van haar platform verwijderd wegens vermeende betrokkenheid bij creditcardfraude. Volgens Booking wezen onder meer een groot aantal chargebacks, snelle incassering van betalingen en een reservering onder een fictieve naam met een daaropvolgende review op frauduleus handelen. Het hof acht echter onvoldoende aannemelijk dat een bodemrechter de beëindiging wegens fraude gerechtvaardigd zal achten. De door Booking gebruikte statistische fraudedetectiegegevens bieden onvoldoende inzicht in de wijze waarop reserveringen als frauduleus worden aangemerkt. Bovendien kunnen chargebacks ook andere oorzaken hebben dan fraude en is onvoldoende onderbouwd dat SHA bij creditcardfraude betrokken was. Ook de eenmalige reservering onder een fictieve naam, die volgens SHA bedoeld was om een nieuw betalingsmodel te testen, rechtvaardigt voorshands geen beëindiging wegens fraude. Ten aanzien van de daaropvolgende review oordeelt het hof dat, voor zover deze een contractuele beëindigingsgrond oplevert, een beroep daarop naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarbij weegt het hof onder meer de langdurige samenwerking, het belang van SHA bij toegang tot het platform en de beschikbaarheid van minder vergaande maatregelen mee.

IT 5564

ICT-beheerder niet aansprakelijk voor cyberaanval bij gemeente Hof van Twente

Rechtbank Overijssel 10 mei 2023, IT 5564; ECLI:NL:RBOVE:2023:1731 (de gemeente tegen [gedaagden]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/ict-beheerder-niet-aansprakelijk-voor-cyberaanval-bij-gemeente-hof-van-twente

Rechtbank Overijssel 10 mei 2023, IT 5564; ECLI:NL:RBOVE:2023:1731 (de gemeente tegen [gedaagden]). Op 1 december 2020 werd de gemeente Hof van Twente getroffen door een cyberaanval waarbij systemen van het gemeentelijke netwerk en de back-up werden versleuteld en ontoegankelijk gemaakt en meerdere virtuele servers werden verwijderd. De gemeente stelde haar ICT-beheerder [bedrijf 1] aansprakelijk en vorderde onder meer ontbinding van de overeenkomst, terugbetaling van € 47.693,13 en bijna € 4 miljoen schadevergoeding wegens toerekenbare tekortkoming, schending van de zorgplicht en onrechtmatige daad. De rechtbank stelt voorop dat de verplichtingen van [bedrijf 1] moeten worden vastgesteld aan de hand van de aanbestedingsstukken, uitgelegd tegen de achtergrond van het EU-rechtelijke transparantiebeginsel. Partijen waren functionele monitoring overeengekomen, gericht op beschikbaarheid, capaciteit en performance van servers, opslag en netwerkvoorzieningen, maar geen security monitoring van beveiligingsincidenten. Ook waren de Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid niet als zelfstandige contractuele normen van toepassing geworden. De gemeente had bovendien bewust eigen beheerrechten behouden, waaronder een door haarzelf beheerd domain-adminaccount met de hoogste rechten.

IT 5567

Tussentijdse beëindiging software-implementatie toegestaan; geen wanprestatie IT-leverancier

Rechtbank Overijssel 20 feb 2019, IT 5567; ECLI:NL:RBOVE:2019:1387 (TeamM tegen TMZ), https://www.itenrecht.nl/artikelen/tussentijdse-beeindiging-software-implementatie-toegestaan-geen-wanprestatie-it-leverancier

Rb. Overijssel 20 februari 2019, IT 5567; ECLI:NL:RBOVE:2019:1387 (TeamM tegen TMZ). Stichting TriviumMeulenbeltZorg (TMZ) gaf softwareontwikkelaar TeamM opdracht het cloudgebaseerde rooster- en planningspakket Uurwerk te leveren en te implementeren, inclusief koppelingen met bestaande applicaties. Tijdens de implementatie bleek het project complexer en arbeidsintensiever dan TMZ had verwacht en deden zich bij het testen fouten voor. TMZ verloor het vertrouwen in Uurwerk en beëindigde het project. De rechtbank legt de bepaling in de offerte dat het contract kon worden “ontbonden” als Uurwerk niet voldeed aldus uit dat TMZ de overeenkomst ook na de pilot tussentijds mocht beëindigen wanneer Uurwerk voor haar niet voldeed. Daarvoor was niet vereist dat sprake was van een tekortkoming in de zin van artikel 6:265 BW; de rechtbank vindt voor deze uitleg tevens steun in artikel 7:408 lid 1 BW, nu de implementatie als overeenkomst van opdracht kwalificeert. TMZ was daarom gerechtigd de overeenkomst tussentijds te beëindigen. Dat laat onverlet dat zij de vóór die beëindiging uitdrukkelijk overeengekomen factuur van € 70.180 verschuldigd bleef. Voor twee latere facturen, waaronder licentiekosten over 2018 en kosten voor de integratie van Google Maps, ontbrak na de beëindiging een voldoende juridische grondslag.

IT 5574

Tekortkoming bij hosting van bitcoinminers rechtvaardigt ontbinding, maar geen terugbetaling van investering

Rechtbank Amsterdam 23 sep 2026, IT 5574; ECLI:NL:RBAMS:2026:9730 ([eiser] tegen Delos Digital), https://www.itenrecht.nl/artikelen/tekortkoming-bij-hosting-van-bitcoinminers-rechtvaardigt-ontbinding-maar-geen-terugbetaling-van-investering

Rb. Amsterdam 23 september 2026, IT 5574; ECLI:NL:RBAMS:2026:9730 ([eiser] tegen Delos Digital). De rechtbank oordeelt in een geschil tussen een investeerder en Delos Digital B.V., een aanbieder van hosting- en exploitatiediensten voor bitcoinmining, dat Delos Digital is tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen. Partijen hadden een overeenkomst gesloten voor de aanschaf en exploitatie van negen bitcoinminers in een datacenter in de Verenigde Arabische Emiraten, waarbij een uptime van 95% per maand was gegarandeerd. Nadat de miners gedurende meerdere perioden offline waren geweest, heeft de investeerder de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden en terugbetaling van haar investering en schadevergoeding gevorderd. De rechtbank kwalificeert de overeenkomst aan de hand van de Haviltex-maatstaf als een gemengde overeenkomst, bestaande uit lastgeving (artikel 7:414 BW) voor de aanschaf van de miners en opdracht (artikel 7:400 BW) voor de hosting en exploitatie. Of de uptimegarantie een inspannings- of resultaatsverplichting inhoudt, kan volgens de rechtbank in het midden blijven. Delos Digital heeft onvoldoende onderbouwd dat de uitval werd veroorzaakt door omstandigheden die buiten haar verantwoordelijkheid vielen, terwijl op haar een verzwaarde motiveringsplicht rustte. De tekortkoming raakt een kernverplichting en rechtvaardigt daarom de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst van opdracht. De lastgevingsovereenkomst blijft echter bestaan, omdat onvoldoende is onderbouwd dat beide onderdelen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De investeerder behoudt daardoor de eigendom van de miners en heeft geen recht op terugbetaling van de aanschafkosten. Ook de gevorderde terugbetaling van de kosten voor plaatsing, aansluiting en elektriciteit wordt afgewezen, omdat de waarde van de reeds geleverde prestaties volgens de rechtbank overeenkomt met de daarvoor betaalde bedragen.