AVG van toepassing op opslag van strafrechtelijke gegevens in personeelsdossier politieambtenaar
HvJ EU 4 juni 2026, IT 5435; ECLI:EU:C:2026:449 (Darashev). In deze zaak beantwoordt het Hof elf prejudiciële vragen van de Bulgaarse rechter over de toepassing van de AVG, Richtlijn (EU) 2016/680 en Richtlijn 2000/78 op persoonsgegevens die tijdens een strafrechtelijk onderzoek naar een politieambtenaar zijn verkregen en vervolgens in zijn personeelsdossier worden bewaard. De betrokken politieambtenaar wordt in het kader van een onderzoek naar een gewelddadige diefstal als verdachte aangehouden, gedurende 24 uur vastgehouden en onderworpen aan verschillende onderzoeksmaatregelen. Hij wordt bij een herkenningsprocedure niet door de slachtoffers geïdentificeerd en zijn vingerafdrukken worden niet op de goederen van de slachtoffers aangetroffen. Hij wordt nadien niet vervolgd of in staat van beschuldiging gesteld en het onderzoek wordt geschorst omdat de dader niet kan worden geïdentificeerd. De ambtenaar blijft werkzaam bij het Bulgaarse ministerie van Binnenlandse Zaken, maar gegevens over zijn aanhouding, zijn status als verdachte en de tegen hem verrichte onderzoeksmaatregelen blijven in zijn personeelsdossier en de bestanden van het ministerie opgenomen. Volgens hem wordt hem mede op grond van die gegevens bevordering geweigerd. Hij vordert schadevergoeding en verwijdering van de gegevens. De verwijzende rechter vraagt onder meer welk gegevensbeschermingsregime op deze verwerking van toepassing is, of de opslag in het personeelsdossier rechtmatig kan zijn op grond van een wettelijke verplichting, of aanspraak bestaat op gegevenswissing en of een weigering van bevordering wegens de status van verdachte onder Richtlijn 2000/78 valt.