HvJ EU: kosten voor openbaredienstverplichtingen mogen afzonderlijk worden doorberekend en historische kosten kunnen grondslag vormen voor nettarieven
HvJ EU 15 oktober 2026, IT 5590; ECLI:EU:C:2026:862 (Fluvius Halle-Vilvoorde e.a. tegen Vlaamse Nutsregulator). Acht Vlaamse distributiesysteembeheerders hebben bij het Hof van Beroep Brussel beroep ingesteld tegen het besluit van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG), inmiddels de Vlaamse Nutsregulator, tot vaststelling van de tariefmethodologie voor de distributie van elektriciteit en aardgas voor de periode 2025-2028. Het geschil betreft onder meer de doorberekening van kosten voor openbare dienstverplichtingen in de nettarieven en het gebruik van historische kosten bij de vaststelling van die tarieven. Het Hof van Justitie oordeelt dat artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2019/943, gelezen in samenhang met Richtlijn (EU) 2019/944, zich niet verzet tegen een nationale regeling die toestaat dat niet anderszins gefinancierde kosten voor openbare dienstverplichtingen aan netgebruikers worden doorberekend. Daarbij geldt als voorwaarde dat deze kosten geen onderdeel vormen van de methode voor de berekening en vaststelling van de nettarieven die onder de bevoegdheid van de nationale regulerende instantie valt en duidelijk van die tarieven worden onderscheiden. Volgens het Hof is de enkele omstandigheid dat dergelijke kosten boekhoudkundig aan de nettarieven worden toegerekend niet voldoende om strijd met het Unierecht aan te nemen. Van belang is of de kosten in werkelijkheid een afzonderlijke tariefcomponent vormen en geen invloed hebben op de berekening van de eigenlijke nettarieven. Het is aan de verwijzende rechter om dit te controleren en na te gaan of aan het transparantievereiste wordt voldaan.