IND heeft redelijkerwijs tot de toegekende scores kunnen komen
Vzr. Rechtbank Den Haag 6 maart 2014, IT 1515 (Ordina tegen de Staat der Nederlanden en Capgemini)
Aanbestedingsrecht. Applicatiebeheer. Gunningscriteria. De Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: de IND) heeft een niet-openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het gunnen van een opdracht inzake de doorontwikkeling en het beheer van de applicatie INDiGO, het primaire processysteem van de IND. In een brief aan Ordina wordt vermeld dat de opdracht aan Capgemini wordt gegund, waarbij ook de verschillende gunningscriteria besproken worden. Ordina vordert dat de aanbesteding wordt afgebroken omdat de beoordelingscriteria niet bekend waren en de beoordeling onzorgvuldig heeft plaatsgevonden. De voorzieningenrechter oordeelt dat vanwege het ontbreken van een onderbouwing in de voorstellen van Ordina, de puntentoekenning door de IND niet onjuist of onbegrijpelijk is. De IND heef in redelijkheid tot de aan Ordina toegekende scores kunnen komen. De vorderingen van Ordina worden afgewezen.
4.4. De bezwaren van Ordina richten zich er bij de beoordeling van gunningscriterium 2, vraagstelling 3 en 4 op dat de IND vraagtekens zet bij de haalbaarheid en realistische uitvoerbaarheid van de voorstellen van Ordina, zonder dat oordeel te motiveren. Ordina gaat er daarmee echter aan voorbij dat het niet aan de IND is om aan te tonen dat de voorstellen van Ordina onhaalbaar en niet-realistisch zijn, maar dat het op haar eigen weg ligt om te onderbouwen dat haar voorstellen wel haalbaar en realistisch zijn. Nu de inschrijving van Ordina op dit punt een praktische uitwerking mist, is de puntentoekenning bij dit gunningscriterium niet (apert) onjuist of onbegrijpelijk. Aangezien Ordina haar voorstellen in haar inschrijving had dienen te onderbouwen, dient haar toelichting zoals in deze procedure gegeven, buiten beschouwing te worden gelaten. Die toelichting kan geen invloed hebben op de puntentoekenning zoals die naar aanleiding van de inschrijving heeft plaatsgevonden. Daarbij merkt de voorzieningenrechter nog op dat Ordina zich, als huidige contractspartij van de IND, bij haar antwoord op vraagstelling 4 kennelijk heeft beroepen op de huidige gang van zaken. De IND heeft ten onrechte bij de motivering van de waardering gemeld dat hij de door Ordina geschetste gang van zaken niet herkent, terwijl de IND – in het kader van het gelijkheidsbeginsel – elke verwijzing naar een al bestaande samenwerking zonder meer naast zich neer had moeten leggen. Die terzijdelegging zou echter logischerwijs niet tot een hogere waardering hebben geleid.
4.6. Dat de IND zijn oordeel bij gunningcriterium 3, doelstelling 2 baseert op een gebrek aan een oplossing voor deelopleveringen is evenmin onbegrijpelijk. Van Ordina mocht op grond van de gegeven informatie worden verwacht dat zij juist op dit punt een probleem zou verwachten en in haar inschrijving zou aangeven hoe dat probleem in de specifieke situatie van de IND kan worden opgelost. Dat heeft zij nagelaten. Het stond de IND dan ook vrij de voorgestelde transportstraat niet realistisch te achten. Ordina heeft voorts gesteld dat de IND miskent dat haar voorstel van Object Locking Control veel meer is dan damage control achteraf en het wel degelijk mogelijk maakt om vroegtijdig – voorafgaand aan de levering – conflicten te signaleren. Vaststaat evenwel dat Object Locking Control conflicten niet voorkomt, maar in de ontwikkelfase signaleert, zodat de methode in die zin niet als preventief valt te beschouwen. Daarnaast heeft de Staat onbetwist aangevoerd dat de tegenstrijdigheden die Ordina ziet in de motivering betrekking hebben op de beoordeling van verschillende aspecten. Aan de bezwaren van Ordina ten aanzien van de motivering van deze doelstelling zal dan ook voorbij worden gegaan.
4.9. Anders dan Ordina stelt, is de onderbouwing van de scores op gunningscriterium 4, vraag 2b en 2c niet onbegrijpelijk. Hoewel in de casus niet letterlijk is vermeld dat foutafhandeling gevoelig ligt bij de fictieve aanbestedende dienst, kan dat uit de gegeven informatie duidelijk worden afgeleid. Vermeld is immers dat in het afgelopen jaar diverse incidenten hebben plaatsgevonden die hebben geleid tot een hernieuwde aandacht voor onder andere de integriteit en betrouwbaarheid van de informatie. Nog afgezien van de hoeveelheid regels die in de inschrijving van Ordina zijn gewijd aan de foutafhandeling, heeft Ordina niet weersproken dat zij niet heeft beschreven hoe de foutafhandeling relateert aan de gevoeligheden zoals beschreven in de casus. Uit de motivering van de gunningsbeslissing valt voorts niet af te leiden dat de IND zich op het standpunt heeft gesteld dat sprake is van tegenstrijdige beschrijvingen van de zogenoemde “sprints”, maar dat de beschrijvingen daarvan niet duidelijk zijn. Daar richt het bezwaar van Ordina zich niet op. Voor wat betreft het realiteitsgehalte van de ureninschatting ligt het op de weg van Ordina in haar inschrijving te onderbouwen waarom haar voorstel reëel is. Ordina heeft niet weersproken dat zij bij haar voorstel heeft miskend dat de ontwikkeling wordt gecompliceerd door verschillende omgevingsfactoren.
4.11. Een en ander leidt ertoe dat (het beoordelingsteam van) de IND in redelijkheid tot de aan Ordina toegekende scores had kunnen komen. De vorderingen van Ordina zullen dan ook worden afgewezen. Ordina zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding, alsmede (deels voorwaardelijk) in de nakosten.
Uitspraak ingezonden door Bert Gravendeel,
Uitspraak ingezonden door Anke Verhoeven,
Auteursrecht. Zie eerder tussenvonnis
Bijdrage ingezonden door Wouter Seinen en Silvia van Schaik,
Uit het
De exploitant van een internetzoekmachine is verantwoordelijk voor de door hem verrichte verwerking van persoonsgegevens die worden weergegeven op door derden gepubliceerde webpagina’s. Aldus kan, wanneer na een zoekopdracht op de naam van een persoon de resultatenlijst een koppeling weergeeft naar een webpagina die informatie over de betrokkene bevat, de betrokkene zich rechtstreeks tot de exploitant richten of, wanneer deze geen gevolg geeft aan zijn verzoek, tot de bevoegde autoriteiten om, onder bepaalde voorwaarden, deze koppeling van de resultatenlijst te laten verwijderen. Het hof verklaart voor recht:
Eerder als IEF 13837 gepubliceerd: Databankenrecht. Informatievrijheid. Proceskosten. Er is sprake van hergebruik van het geheel of een substantieel deel van de inhoud van de onderhavige databank van Wegener (AutoTrack) door Gaspedaal. De verweren van Innoweb dat een verbod strijdig zou zijn met de informatievrijheid en dat handhaving misbruik van machtspositie zou opleveren, falen. Het Hof volgt het HvJ EU [
Arbeidsrecht. Doorzoeken laptop. Rechtspraak.nl: Werkgever had voldoende aanleiding om de inhoud van de laptop van de werknemer te doen onderzoeken. Dat onderzoek vond proportioneel plaats en de in die laptop gevonden berichten vormen daarom rechtmatig verkregen bewijs. Werknemer heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de door werkgever overgelegde berichten niet van hem afkomstig zijn. Die berichten (grovelijk uitschelden leidinggevende) vormen naar in kort geding moet worden aangenomen een dringende reden.