Prejudiciële vragen: Smaad als belemmering van informatievrijheid?
Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 27 maart 2013, zaak C-291/13 (Papasavvas - Philinews.com) - dossier
Prejudiciële vragen gesteld door Eparchiako Dikastirio Lefkosias, Cyprus.
Kan smaad worden gezien als een beperking op het leveren van informatiediensten? Zijn de begrippen „diensten van de informatiemaatschappij” en „dienstverlener” van toepassing op online informatiediensten die niet rechtstreeks door de afnemer van de diensten worden vergoed, maar indirect door reclame die verschijnt op de webpagina?
Verzoeker vordert van verweerders schadevergoeding wegens smaad en/of laster en/of belediging door verweerders gepleegd door middel van zowel in het nationale dagblad van 7 november 2010 als op de webpagina van de krant geplaatste artikelen. Maar verweerders stellen dat naar Cypriotisch recht de verweten teksten geen grondslag voor een vordering in rechte kunnen vormen. Smaad is in het Cypriotisch recht ondergebracht in de wet op de onrechtmatige daad. Verweerders stellen dat onderzocht moet worden in hoeverre dit begrip correspondeert met de EU-wetgeving op het vlak van informatie verspreid via internet. Daartoe zou de reikwijdte en toepassing van Richtlijn 2000/31/EG moeten worden uitgelegd en zouden dus vragen aan het HvJ EU moeten worden voorgelegd.
De verwijzende Cypriotische rechter twijfelt of smaad ook onder Richtlijn 2000/31/EG gebracht kan worden, en of smaad als een belemmering van het vrij verrichten van diensten kan worden gezien. Hij stelt de volgende vragen aan het HvJ EU:
1 Kunnen de voorschriften van de lidstaten op het gebied van smaad worden gezien als een beperking op het leveren van informatiediensten voor de toepassing van richtlijn 2000/31/EG, aangezien zij hun weerslag hebben op het vermogen langs elektronische weg informatiediensten te leveren, zowel op nationaal niveau als binnen de EU?
2 Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord: zijn de bepalingen van de artikelen 12, 13 en 14 van richtlijn 2000/31/EG, betreffende aansprakelijkheid, van toepassing in burgerlijke zaken, zoals in geval van civiele aansprakelijkheid voor smaad, of zijn zij enkel van toepassing in geval van civiele aansprakelijkheid voor handelstransacties/consumentenovereenkomsten?
3 Scheppen de artikelen 12, 13 en 14 van richtlijn 2000/31/EG betreffende de aansprakelijkheid van dienstverleners van de informatiemaatschappij, in het licht van hun werkingssfeer en rekening houdend met het feit dat in veel lidstaten een vordering in rechte noodzakelijk is voordat een voorlopig verbod dat van kracht is tot het definitieve vonnis kan worden uitgevaardigd, individuele rechten die in een civiele zaak wegens smaad als verweer kunnen worden ingeroepen, of vormen zij wettelijke beletsels voor het instellen van een dergelijke vordering?
4 Zijn de begrippen „diensten van de informatiemaatschappij” en „dienstverlener [van diensten van de informatiemaatschappij]” als bedoeld in artikel 2 van richtlijn 2000/31/EG en artikel 1, lid 2, van richtlijn 98/34/EG, zoals gewijzigd bij richtlijn 98/48/EG, van toepassing op online informatiediensten die niet rechtstreeks door de afnemer van de diensten worden vergoed, maar indirect door reclame die verschijnt op de webpagina?
5 In hoeverre kunnen de hiernavolgende situaties in het licht van de definitie van „dienstverlener [van diensten van de informatiemaatschappij]” als bedoeld in artikel 2 van richtlijn 2000/31/EG, en artikel 1, lid 2, van richtlijn 98/34/EG, zoals gewijzigd bij richtlijn 98/48/EG, onder een of meer van de rechtsfiguren „mere conduit”, „caching” of „hosting” voor de toepassing van de artikelen 12, 13 en 14 van richtlijn 2000/31/EG worden gebracht:
a) dagblad met webpagina die gratis toegankelijk is en waarop de elektronische uitgave van het gedrukte dagblad met alle artikelen en reclame in pdfindeling of een vergelijkbare elektronische indeling wordt gepubliceerd;
b) online dagblad dat vrij toegankelijk is en waartoe toegang aan de uitgever wordt vergoed door middel van reclame op de webpagina. De informatie in het online dagblad wordt geleverd door personeel van het dagblad en/of onafhankelijke journalisten;
c) tegen betaling toegankelijke webpagina waarop een van de sub a en b genoemde diensten wordt verleend
Conclusie ingezonden door Arnout Groen, 
Online aanvragen voor herhaalrecepten worden vaak over een onbeveiligde verbinding verzonden. Dit concludeert het CBP na een steekproef onder 150 websites van huisartsen en apotheken. Bijna een derde van de sites bleek op dit punt onbeveiligd. Hierdoor kunnen anderen de gevoelige, medische gegevens relatief eenvoudig meelezen, verwijderen of aanpassen. Huisartsen en apothekers die niet zorgen voor een veilige verbinding (bijvoorbeeld te zien aan https) voor de verzending van de aanvragen voor herhaalrecepten, handelen in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).
Robert Mijnsbergen,
Uitspraken ingezonden door Martin Hemmer,
Uit de mededeling: Jacob Kohnstamm, voorzitter van de Artikel 29-werkgroep, stelt een wijzigingstekst voor ten aanzien van de hoofdstukken van de conceptverordening waarin de samenwerking tussen de privacytoezichthouders in de Europese Unie wordt behandeld. Om tot een tekst te komen die zowel voor de Artikel 29-werkgroep als voor de Vice-voorzitter van de Europese Commissie acceptabel zou kunnen zijn, zijn er directe informele contacten geweest met het kabinet van Commissaris Reding.
De Nederlandse Orde van Advocaten
Joeri Toet is per 1 juni 2013 aangetreden bij De Brauw Blackstone Westbroek. Hij is gespecialiseerd in ICT- en privacyvraagstukken en deed eerder veel ervaring op in de IT-sector op het gebied van informatiebeveiliging. Hij richt zich daarmee op het bieden van oplossingen voor juridische problemen rondom informatietechnologie. Toet is afkomstig van Clifford Chance.
Telecom. Het bezit van smartphones, tablets en andere apparatuur is de laatste jaren sterk gestegen. Draadloze toepassingen zijn niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Telefoon, internet en e-mail zijn van wezenlijk belang voor het functioneren van onze huidige samenleving. Velen gebruiken in hun vrije tijd apps, luisteren online naar muziek of kijken naar tv of film via een mobiel apparaat. Het mobiele netwerk is daarmee een belangrijke levensader voor onze samenleving geworden. Zonder mobiel netwerk geen mobiele communicatie. (...)